Isolement Fidel Castro met belediging voltooid

HAVANA, 14 SEPT. In Havana is alles op de bon, behalve de 56 delen verzameld werk van Lenin, en met de daarin verzamelde wijsheid valt, behalve in China, niets meer te beginnen. Daarover kan sinds afgelopen woensdag geen enkel misverstand meer bestaan.

Met het besluit van de Sovjet-regering de strijdkrachten en de technische adviseurs terug te trekken en de hulp - vorig jaar 3,5 miljard dollar - tot een paar druppels terug te brengen, is het Cubaanse proces van Verelendung, in de binnenlandse economie al lang zichtbaar, ook in de buitenlandse politiek begonnen. Men kan hier geen illusies meer hebben.

Zelden ziet men een besluit waarin inhoud en vorm zo met elkaar in overeenstemming zijn. De navelstreng met Moskou is doorgesneden, er is geen enkele waarschuwing aan vooraf gegaan en bovendien is die operatie voltrokken terwijl minister Baker erbij stond. Het nieuws heeft de Cubaanse regering via de persbureaus bereikt. Het Sovjet-besluit gaat op die manier over de grenzen van het zakelijke. Het heeft een ingecalculeerd element van belediging, het is een publiek affront.

Geen wonder dat de Cubaanse regering met woede heeft gereageerd: “Een gedrag zonder precedent dat niet meer in overeenstemming is met de normale betrekkingen zoals die door de internationale conventies worden voorgeschreven.” Woede en verongelijktheid beheersen de officiële reacties: Cuba heeft dat niet aan de Sovjet-Unie verdiend, klinkt het luid tussen de regels door. Maar het Sovjet-regime-nieuwe-stijl denkt daar anders over.

Door alle omwentelingen in Europa heen heeft Fidel Castro volgehouden, dat de Sovjet-Unie en Cuba trouwe bondgenoten waren. Tot 18 augustus heeft die voorzichtigheid nog geloond. Maar ook hier heeft de coup van Janajev en de zijnen het keerpunt betekend.

Castro heeft zich zoveel en zo lang mogelijk op de vlakte gehouden, maar juist die voorzichtigheid, zijn luidruchtig beleden fatsoen dat hem belette zich in de binnenlandse aangelegenheden van de Russen te begeven, zou er beslissend toe hebben bijgedragen dat hij deze week in het publiek, bij verrassing voor de ogen van zijn Amerikaanse doodsvijand is geofferd. Zijn isolement is met een belediging voltooid.

De logica zoals we die de afgelopen vijf jaar uit de ondergang van het communistisch rijk in Europa hebben ontwikkeld, zegt dat Castro niet lang meer kan duren. Maar hoe?

De toestand waarin het gewone volk leeft, is buitengewoon slecht. De rantsoenering moet voor de miljoenen wier dagelijks leven erdoor wordt bepaald, een kwelling zijn. Brood, sigaretten, vlees, benzine, elektriciteit, vrijwel alle eerste levensbehoeften zijn gerantsoeneerd en bovendien moet men ervoor in de rij staan. Het modale loon is ongeveer 180 pesos. Een kip kost 20 pesos. Op de zwarte markt doet de dollar 15 pesos. Sommige artikelen zijn niet alleen gerantsoeneerd maar bovendien niet meer verkrijgbaar. Wasmiddelen zijn nergens te vinden. De een kookt zijn wasgoed in zout water, een ander, hoorde ik, had er een halve tube tandpasta aan gewaagd, omdat het water daarmee schuimt en de was fris gaat ruiken.

Pag.5:

Alle scenario's zijn even geloofwaardig; Fidel Castro is de laatste verliezer van de Koude oorlog; Verder de straat in waarvan iedereen weet dat hij doodloopt

Huisvesting is, althans in Havanna, erbarmelijk, zoals iedereen kan zien die door een voorstad rijdt of zich een wandeling door de smalle straten van de oude stad getroost. Rantsoenering en in de rij staan werken demoraliserend. Men wordt tweemaal gedemoraliseerd als men beseft dat er alleen een verslechtering in het verschiet ligt.

Betekent dit dat er een "voor-revolutionaire situatie' heerst; dat er hier en daar opstootjes zijn, de ontevredenen te hoop lopen en aanstalten maken om winkels te plunderen? Als het al zo is, valt er niets van te merken. Anderhalve week geleden is er een demonstratie geweest, vijftien man sterk, voor de villa Marista waar de politieke gevangenen worden opgeborgen. Die samenkomst heeft zeer kort geduurd: twee deelnemers zitten nog gevangen. Er is een brief geweest van tien schrijvers die in gematigde bewoordingen hebben aangedrongen op meer democratie.

In de officiële pers zijn ze vervolgens blootgesteld aan een systematische karaktermoord - “dronkaards, asocialen, psychopaten” - zoals dat in Oost-Europa gebruikelijk was. Eén van hen, Manuel Diaz Martinez, had juist een boek gepubliceerd, Alcandara, dat onmiddellijk uit de circulatie is genomen. Zelfs kritiek op de uiterst pompeus opgezette pan-Amerikaanse Spelen werd meteen opgevat als bewijs dat men een vijand van het Cubaanse volk en handlanger van de CIA was. Het officiële dagblad Granma bezigt een even afzichtelijk proza als destijds Neues Deutschland. Behalve aan zon is er in dit land voornamelijk overdaad aan politie.

Dit is het absurde van de Cubaanse situatie: onder gewapende begeleiding marcheert het volk verder de straat in waarvan iedereen weet dat hij doodloopt, maar geen mens is bij machte er iets aan te doen. “Ons volk is moe en ongelukkig. We kunnen niet nog meer lijden”, zei me een andere Cubaanse schrijver. “We wachten, maar waarop? Waar zal het vandaan komen?” Met die vraag is ook het interessante van de Cubaanse situatie gegeven: er zijn geen deskundigen meer. Iedereen heeft zijn eigen scenario van het naderend einde en tot dusver zijn alle scenario's bij gebrek aan geloofwaardige onderbouw even goed. Ik heb er een paar genummerd en een naam gegeven.

1. Het "Miami-scenario'. De bevrijding, als men het zo wil noemen, zal van de Cubaanse ballingen in Florida komen. Een herhaling van de landing in de Varkensbaai in 1961, maar dan geslaagd. Daartegen pleit ten eerste dat de gemeenschap der ballingen het onderling lang niet eens is: van betrekkelijk links tot fascistisch rechts; dat op Cuba velen niet verlangend naar hun terugkeer uitzien en dat weer om een aantal redenen, variërend van wraakoefening tot uitoefening van eigendomsrechten, zoals nu in de voormalige DDR; dat het Cubaanse leger bij een nederlaag alles te verliezen heeft en daarom goed zal vechten.

2. Het "kolonels-scenario'. Er zijn Cubaanse intellectuelen die rekening houden met een militaire coup, een kolonelsbewind in overgangstijd waarin de betrekkingen met de Verenigde Staten kunnen worden hersteld en van lieverlee de economie weer op gang zal komen. De kritiek daarop luidt dat het midden en hogere kader in ieder leger altijd ontevreden is; dat de politieke kracht daarvan dus niet moet worden overschat; dat op mislukking onherroepelijk de dood volgt; en dat de onderlinge bespionering in het leger een hoge graad van ontwikkeling heeft bereikt. Hier dringt zich de vergelijking met de strijdkrachten van Saddam Hussein op.

3. Het "pincet-scenario'. Het bewind van Castro zou het onderhuids toedienen van verdere economische hulp verwelkomen, de stijging van de levensstandaard zou verzachting van de politieke discipline tot gevolg hebben en Fidel heeft per slot van rekening ook niet het eeuwige leven. Voorstanders van dit humane, optimistische scenario vinden we onder de buitenlandse investeerders die alles te verliezen hebben bij geweldpleging op grote schaal. Maar zoals dat meer het geval is, onderschat de logica van de zakenman het fanatisme van de politiek. De zakenlogica werkt op lange termijn; het fanatisme, als het eenmaal is ontwaakt, op zeer korte.

4. Het "afsterf-scenario'. De toestand wordt alzijdig progressief slechter, het bestuur verliest niet alleen meer het vertrouwen van de bestuurden, maar ook het geloof in zichzelf en verdampt. Men zal enige tijd nodig hebben om te beseffen dat men in een gezagsvacuüm terecht is gekomen, maar dan wakker worden in een land waar alles opnieuw kan beginnen. Deze gang van zaken zouden we ook het "droom-scenario' kunnen noemen.

5. Het "glasnost-scenario'. Het bewind zal zo verstandig zijn, zelf in te zien dat het zo niet langer kan, meer vrijheid toestaan, en omdat vrijheid zoals in Oost-Europa is bewezen, meer vrijheid genereert, zal men met alle ups en downs de lijn van de Middeneuropese ontwikkeling volgen. Het belangrijkste argument tegen deze gang van zaken is Fidel Castro zelf. Hij denkt er volstrekt niet aan, het collectief systeem af te breken, en zal liever het eiland opblazen dan aan dergelijke neigingen op glasnost en perestrojka toe te geven, want hij heeft gezien wat er van komt. “Het eiland opblazen.” Deze uitspraak wordt hem letterlijk toegeschreven.

6. Het "Hemelse Vrede'-scenario. Dit is verreweg het slechtst denkbare. Het zou zich uit het voorgaande kunnen ontwikkelen als bij grotere demonstraties van bijvoorbeeld studenten of ontevreden volksgroepen confrontaties met leger of politie ontstaan. Met dergelijke oplopen heeft men hier geen ervaring meer. Een bloedbad in Havana zoals zich dat in Peking heeft voltrokken, kan men gerust beschouwen als het begin van een ramp. De Chinezen konden zich dat veroorloven, zoals de praktijk heeft bewezen, maar het bewind van Castro kan dat niet. Het zou de Amerikanen en de Cubaanse ballingen niet eens meer louter rechtvaardiging maar een dwingende reden geven om in te grijpen. Voor de krachtmeting die daarna zou volgen, valt geen scenario meer te bedenken. Alleen de afloop is dan zeker: Castro's ondergang.

7. Het "drie scharnieren'-secenario. Daarbij nemen we aan dat de ontwikkelingen in Cuba aan drie scharnieren draaien. Het eerste is de economie, het middelste Fidel met zijn establishment, en het derde de afkeer van de restauratie door de "Miami-Cubanen'. Het bovenste scharnier is versleten, daarover kan geen mening bestaan. Het onderste verliest zijn afschrikwekkendheid, omdat de publieke opinie - voorzover aanwezig en kenbaar - denkt: alles beter dan dit. De vraag is dus: hoe sterk is het middelste, hoelang kan een deur blijven werken op één scharnier? Mijn opvatting is: in dit geval is dit mechaniek nog niet versleten. Fidel Castro is de laatste verliezer van de Koude oorlog.

De laatste verliezer is altijd wanhopiger, verbitterder dan al zijn voorgangers, omdat zij nog iets hebben gered maar hij niets meer te verliezen heeft. Het doet, niet in politieke inhoud maar wel in zielskundige toestand denken aan Hitlers Letztes Aufgebot: een langgerekte, dramatische zelfmoord in plaats van een smadelijke publieke nederlaag. Liever het eiland opblazen dan capituleren. Dat kan onder de gegeven omstandigheden - gebrek aan oppositie en een Sovjet-garantie als gentlemen's agreement met de Verenigde Staten - nog tamelijk lang duren. Het is voor de tien miljoen Cubanen geen plezierige gedachte dat Fidel dit opblazen in hun gezelschap zou doen.

Wat betekent “tamelijk” in tamelijk lang? Dat weet niemand. Ik denk dat de geschiedenis van de Oosteuropese omwenteling zich niet zal herhalen, omdat in Oost-Europa geen Fidel was en omdat het op Cuba aan een Gorbatsjov ontbreekt. Voor de rest lijkt het sprekend op elkaar.