Inzicht en kruistocht

“DEMOCRATIE is geen staatsvorm voor bange mensen”, zei ooit de VVD-minister van justitie C.H.F. Polak. Zijn uitspraak heeft een bredere geldigheid, juist nu in ons land de vrees voor “Überfremdung” onmiskenbaar toeneemt. Met name uitingen van fundamentalisme uit islamitische hoek geven daaraan voedsel.

Het getuigt echter van weinig vertrouwen in de constitutie van het Koninkrijk der Nederlanden zich daardoor het hoofd op hol te laten brengen. Toch heeft de jongste hoeder van het liberale erfgoed, VVD-fractieleider Bolkestein koude voeten. Tijdens een spreekbeurt voor de Liberale Internationale te Luzern zegde hij het afgelopen weekeinde met name de vierhonderdduizend moslims die Nederland weldra zal bevatten, de wacht aan. Op een aantal essentiële punten is volgens hem geen compromis mogelijk.

Het is het goede recht van Bolkestein de “universele waarde” van het liberalisme te stellen tegenover de vergelijkbare aanspraken van de islam. Daar valt een aardig dispuut à la zijn fameuze confrontatie met Chomsky over een andere kwestie over op te zetten. Dat is wat ons betreft allesbehalve een verloren strijd. Het probleem ontstaat wanneer de kwestie wordt onttrokken aan de sfeer van de richtingenstrijd en wordt omgezet in termen van algemeen bindende rechtsregels in een democratie. De VVD-leider legt dit verband: hij noemt integratie noodzakelijk en wijst “het ongehinderd voortbestaan van ieders culturele identiteit” af met brede verwijzingen naar onderwerpen variërend van het onderwijs tot de Amsterdamse trappenhuizen.

HET GELIJK van Bolkestein is te gemakkelijk. Neem de scheiding tussen kerk en staat, waaraan wij in onze streken met reden hechten. De islam doet dat niet, althans veel minder (men kent in die traditie wèl de bai'a: jaarlijkse trouwbetuiging aan de wereldlijke heerser). De keerzijde van de scheiding tussen kerk en staat is het grondrecht van levensovertuiging en vrije meningsuiting - juist de afwijkende, want als iedereen het met elkaar eens is stelt die vrijheid weinig voor. Men kan dat niet serieus nemen zonder culturele identiteit verregaand te erkennen, inclusief die van de islam. In een rechtsstaat wordt de grens gelegd bij een “clear and present danger”, zoals dat in de VS is genoemd. Rondroepen dat Rushdie de dood verdient stuit de overgrote meerderheid van de Nederlandse rechtsgenoten met reden tegen de borst; voor de vraag of dit gezegd màg worden is doorslaggevend of het een direct gevaar oplevert.

Zeker het Nederlandse minderhedenbeleid kent ook zijn taboes. Een intrigerend voorbeeld was de reactie van minister Dales (binnenlandse zaken en minderhedenbeleid) in juni toen haar in de Kamer een vraag werd gesteld over moskees. Aanleiding was dat het kabinet voortaan ook “nevenactiviteiten” subsidieert wanneer die plaatsvinden in moskeeruimten. Hoe verhoudt zich dat tot het subsidieren van moskees door oliestaten? De bewindsvrouw onthield zich angstvallig van iedere “politieke, laat staan buitenlands-politieke connotatie”. Het is toch vreemd wanneer de regering de ogen sluit voor de politieke kanten van fundamentalistische benvloeding van buitenaf.

MAAR HET grote bezwaar tegen de tirade van Bolkestein is dat hij patente voorbeelden van onverdraagzaamheid uit moslimstaten overzet op de situatie in Nederland. Anders gezegd: hij voorziet een aantal reële problemen van minderhedenbeleid van een te zware lading. Autochtone kinderen krijgen straf wanneer ze spijbelen terwijl kinderen uit minderheden soms weken of maanden van school zijn omdat ze in Marokko zitten, zegt hij: dat mag niet. Natuurlijk mag dat niet, maar er zijn wel reële verklaringen voor: banden met een ver land en beperkte middelen. Men zal trouwens de Nederlandse ouders de kost geven die in strijd met de schoolvoorschriften hun kind buiten de daarvoor gestelde tijd meenemen op wintersportvakantie. Het probleem van het schoolverzuim door minderheden is daarmee niet van de baan, maar het lost niets op dit te stellen in termen van islamitische onverdraagzaamheid.

Hetzelfde geldt voor de kwestie van naturalisatie. Dit is een belangrijk middel voor de integratie waarop Bolkestein zo de nadruk legt. Daarom wil het kabinet de eisen versoepelen. Maandag stuitte dit echter op weerstand van uitgerekend de VVD, met name omdat dit kan leiden tot dubbele nationaliteit. Bolkesteins verhalen maken het een stuk verklaarbaarder, zij het niet beter, waarom de VVD samen met het CDA en de kleine rechtse partijen in de Tweede Kamer zo krachtig dwars lag op dit punt. Zij willen eerst een nader onderzoek naar de motivatie onder minderheden om de Nederlandse nationaliteit aan te vragen.

WAAROM ZO moeilijk gedaan? Het kabinet wees erop dat het vaak gewoon een kwestie is van rechtsgelijkheid. Sommige landen (Griekenland, Marokko) verbieden domweg hun genaturaliseerde onderdanen hier afstand te doen van hun staatsburgerschap en het is staande praktijk dat Nederland dit bewilligt. Dan is het toch vreemd een Turk - waarvoor die eis niet geldt - naturalisatie te weigeren wanneer deze om emotionele redenen zijn oude banden niet geheel wil doorsnijden. Dat is trouwens een juiste uitdrukking van de positie waarin een immigrant zich kan bevinden. Het houdt in elk geval de mogelijkheid van remigratie - een voorzover bekend ook door de VVD gesteunde speerpunt van minderhedenbeleid - open.

Natuurlijk zijn er complicaties. Een genaturaliseerd Turks echtpaar dat de oude nationaliteit heeft behouden, kan volgens het internationaal privaatrecht desgewenst de Turkse wet van toepassing verklaren op een echtscheiding. Maar dat geldt dan toch alleen voorzover de harde kern van Nederlandse rechtsbeginselen - “openbare orde” in het jargon - zich daartegen niet verzet.

BOLKESTEIN ziet echter een heel ander spook: onlangs hoorde hij een imam op de tv zeggen dat de moslims op de wereld één natie moeten vormen. “Is dat een loyaliteit die uitgaat boven het Nederlanderschap ?”De Nederlandse wet vereist “inburgering”, geen loyaliteitstest. Wat Bolkestein hier zegt doet denken aan de campagne tegen John F.Kennedy, die als belijdend rooms-katholiek niet president van de Verenigde Staten kon worden omdat zijn loyaliteit niet bij de Amerikaanse grondwet zou liggen maar bij Rome.

Realiteitszin en inzicht zijn gevraagd, niet een kruistocht.