Hans Koetsier

Het eerste wat ik bij terugkeer op Schiphol hoorde. Hans Koetsier is dood. Ongeschoren maar wel met een zwarte das wist ik Zorgvlied op tijd te bereiken.

Ik zag Hans het eerst, misschien wel dertig jaar geleden, in Américain, op het "plein', waar iedereen zich toen bevond. Ik kocht drie etsen bij hem, door iemand anders gemaakt overigens, daarna kregen we ruzie, ik geloof over militaire dienst en we legden dat een jaartje of wat later weer bij, wat bij Hans niet over een leien dakje ging, bijleggen.

Daarna werd het Scheltema. De verhalen-tijd. Daar bleek Hans, net als Rijk de Gooyer en Joop Waasdorp, mooi te kunnen vertellen. Ankedotes, verhalen over vroeger. Over zijn reizen, zijn jeugd in Haarlem. Hij zat twee klassen lager dan Harry Mulisch. In Scheltema (waar is dat kleinste tafeltje ter wereld eigenlijk gebleven, links tegen de muur, ter hoogte van de kachel?) werd er geconverseerd met Wim T. Schippers, Cor Jaring, voornoemde Rijk, Max Reneman, Gras Heyen, Anton Veldkamp, Henk Hofland en af en toe Peter van Straaten, Eelke de Jong, Theo Klein, Jaap Metz, Anton Witkamp, Hein Vroege, Joop Waasdorp en Wim de Lange zelf. (Veel mensen vergeten, maar ja).

Ik geloof niet dat Hans ook in de Koningshut kwam. Gegeten werd er vaak in een van de P-cafés, vooral in de Pool, waar Hans meestal achterin links zat, aan de bar, met zo'n groot rond bord eten voor zich. Soms zat ik ernaast. "De laatste pomp voor het stadhuis', zo heette het ook. Daar werd wel wat meer met dames gepraat.

Ik herinner mij nog dat wij in de bovenstaande opstelling zaten toen er een klein groepje, waarbij een aardig meisje, binnenkwam. ""Hallo'', zei zij tegen me, ""hoe is het?''

""Goed'', zei ik, op goed geluk.

""Tijd niet gezien.''""Nee.''

""Woon jij nog steeds.. uh..''

""P.C. Hooftstraat'', zei ik.

""Welk nummer?''Ik noemde het nummer.

""Zullen we weer eens afspreken?''

""Ja. Goed. Donderdag?''

""Oké. Ik ben om zeven uur bij je.''

""Wie was dat?'' vroeg Hans, toen ik weer doorat. ""Geen idee'', zei ik, ""maar dat zien we donderdag wel.'' Dit schetst ongeveer de Pool.

De Pool werd opgevolgd door Frascati. Américain en Scheltema waren al zo'n beetje afgelopen. Het was nu 's ochtends Keizer. Lange tijd aten wij bij Frascati, Hans nog langer dan ik, tot hij aan een tafeltje aangesproken werd door iemand die daar wilde zitten. ""Maar ik zit hier'', zei Hans verbaasd. ""Ja, maar je hebt je eten al op.''

""Maar ik drink nog koffie!''

""Die ga je maar aan de bar drinken'', zei de jongen.

""Helemaal niet'', zei Hans.

""Helemaal wèl'', zei de jongen en trok een mes. Daarna is Hans niet meer in Frascati geweest.

Ik zag hem dus in Keizer, waar wij aan verschillende tafels schreven. Hans naast de leestafel, in het donker, ik bij het raam, in het licht. Wij zaten niet vaak aan dezelfde tafel want ik had wel eens tafelgenoten waar Hans geen prijs op stelde . Soms, met Wim T. en Rijk, voegde Hans zich bij ons. Er werd dan vooral over het Geloof gesproken. Het gereformeerde geloof dan, over de Bonders, de Ouderlingen, dominee Zinkstok, de Afscheiding in '44 en ""van de wereld, maar niet in de wereld''.Daar wist Hans alles van. Menig ouderling zou trots geweest zijn op zulk een bijbelkennis, zo'n overzicht over de kerkgeschiedenis.

Omdat ik in dezelfde straat woonde liepen Hans en ik vaak op. Het duurde altijd even want Hans had de mediterrane gewoonte aangenomen om op straat te blijven staan als het gesprek echt ergens over ging. Omdat Hans' verhalen nogal uitgebreid waren om het zacht uit te drukken, stond je dan soms een half uur ergens op de stoep.

Ik kwam Hans ook vaak tegen, want Hans winkelde veel en graag, wist precies waar wat te koop was en wisselde ook veel woorden met de winkeleigenaars. Zo gaf hij mij wel informatie over groentewinkels, kruidenierszaken en slagerijen. Hij kende er iedereen. Zijn kennis van de middenstand was groot. Afgezien van gesprekken over dameszeep en jams (in beide onderwerpen had Hans doorgestudeerd) mocht ik graag van hem horen over de winkeleigenaars, die hem en hij hen bij name kende. ""Dag meneer Koetsier.'' ""Dag meneer Korting.'' De laatste, chef van "ons' AH-filiaal, was een recente kennis. Ik zelf kende Korting al langer, maar Hans was door Korting op grove wijze terechtgewezen omdat Hans geen mandje wilde meevoeren. ""Nee, die meneer wil geen mandje, nee hoor'', heeft Korting toen een keer of zeven geroepen, zo lang en nadrukkelijk dat het bij Hans respect afdwong. Een dergelijke zwaar doorgezette jennerij, daar had Hans ontzag voor. Had Hans niet immers een zelfde toekomst op het oog in het bejaardentehuis?

Uitgebreid kon hij uitleggen hoe hij de andere oudjes op stang zou jagen. ""Uw zoon was net aan de telefoon, mevrouw Van Dijk. Nee, ik dacht dat u in de tuin was...''

""Was er geen post voor u, meneer De Vries? Van uw dochter? O, heb ik me zeker vergist.'' De exorcist op latere leeftijd.

Toen mijn moeder kort geleden overleed, was de eerste condoléancebrief van Hans. Mooi papier, mooie hand, mooie brief.

Hans had een eigenaardige smaak. Des zomers droeg hij vaak een hardblauw pak, van het genre waarmee ouderwetse Franse loodgieters naar het karwei gaan. Hans had het echter voor veel geld gekocht in een peperdure winkel in de straat. Hij was er zeer tevreden over. Ook qua schoeisel stond hij zijn mannetje. Of het was Wildebeest, of olifant, of een dier uit Antarctica, uiteraard een natuurlijke dood gestorven. Die schoenen zagen er dus stevig, maar laten wij zeggen eigenaardig uit. ""Onverslijtbaar'', riep Hans dan.

Het laatste verhaal dat Hans mij vertelde ging weer over de middenstand. Er was een groentewinkel, vertelde Hans, op de zus-en-me-zo-hoek, (ik zeg maar niet waar) en daar had de eigenaar het opgegeven. Hij zat nu in een luie stoel, parallel aan de toonbank, De Telegraaf te lezen en liet de krant een fractie zakken om er overheen te kijken wie er binnenkwam. Het was zelfbediening.

Hans moest er iets halen, maar was zo geïntrigeerd door de passieve houding van de baas dat hij eigenlijk vergat waarvoor hij kwam en de winkel weer verliet. Toen hij langs het raam liep kon hij het niet nalaten even onder een raambiljet door te kijken of de man er nog net zo zat. Toen hij zich bukte en naar binnen keek stond-zat hij oog in oog met de man die hem langs de zijkant van de krant net zo aantuurde.

Ik ken niemand in de hele wereld die zo'n vluchtige, op het oog oninteressante gebeurtenis zo mooi kon weergeven, gebaren, houding, alles.

Alleen om dat ene verhaal al mis ik Hans.