Euthanasie

Sinds 1 oktober 1990 passeren alle aangemelde euthanasiegevallen in het arrondissement 's-Gravenhage mijn bureau. Daarbij zijn mij enkele zaken opgevallen die door het artikel Euthanasie in Nederland in het Zaterdags Bijvoegsel van 7 september worden onderstreept.

Er heerst in de dagelijkse praktijk grote spraakverwarring tussen medici en juristen over de grenzen tussen euthanasie en stervensbegeleiding, en tussen natuurlijke en onnatuurlijke dood. Aangezien het medisch handelen evenzeer valt onder regels uit wet en jurisprudentie, zullen we aan het onderlinge verstaan veel meer aandacht dienen te schenken. Bijeenkomsten met een belangrijke tussenschakel in de procedure - de gemeentelijke lijkschouwer, tevens arts - versterkten die indruk.

Gezien de emotionele zwaarte van de beslissing tot het plegen ven euthanasie zijn er ten minste twee redenen om euthanasie wel te melden:

1. Het niet melden van een onnatuurlijke dood, maar in plaats daarvan afgeven van een verklaring van natuurlijke dood is geen "pseudo-criminaliteit', zoals het in het stuk in deze krant wordt genoemd, doch het plegen van valsheid in geschrifte, strafbaar gesteld bij artikel 225 Wetboek van Strafrecht.

2. Het niet melden van een onnatuurlijke dood laat de betrokken arts altijd zitten met de gewetensvraag of hij juist heeft gehandeld; in openheid zal hij die zware, emotioneel zeer geladen verantwoordelijkheid dan nooit kunnen delen.

Dit lijken mij gegronde redenen voor meer meldingen en meer overleg met de practici. De thans bestaande procedure is zeker nog niet ideaal en het is zeer wenselijk dat de artsen sneller op de hoogte worden gesteld van de beslissing om de zaak te seponeren.