Een schaker die rijk wil worden moet een ...

Een schaker die rijk wil worden moet een openingsboekje schrijven met een titel als De Zweep! 1...h5!!! en zwart wint! Leg er de nadruk op dat 1...h5 na iedere eerste zet van wit mogelijk is, zodat de leergierige zwartspeler een universeel en waterdicht openingsrepertoire wordt aangeboden.

De vele herdrukken die elkaar in snel tempo zullen opvolgen, hoeven niet bijgewerkt te worden, omdat de zweep in grootmeestertoernooien merkwaardig genoeg niet voorkomt. De auteur wordt slapend rijk.

Ik overdrijf misschien, maar het is waar dat boekjes over rare openingen gegarandeerde bestsellers zijn. The Killer Grob van Michael Basman (1. g4 en 2. h3) vloog in stapels de boekwinkels uit. Nooit kreeg ik zoveel reacties als toen ik een stukje schreef over het boekje van Van Geet, 1. Pc3 (wat overigens, laat ik geen misvattingen oproepen, wel een ongebruikelijke, maar zeker geen slechte zet is.) De meeste clubspelers willen graag openingstheorie bestuderen, maar ze beseffen dat er iedere week in internationale toernooien duizenden partijen gespeeld worden. De theorie verandert te snel, ze kunnen het niet bijhouden. Ze willen iets ongebruikelijks, iets nieuws, waar nog niet zoveel over bekend is. Veel profspelers denken er net zo over. Vooral de Engelsen excelleren in weinig gangbare openingen, waar nog ruimte voor improvisatie is.

Vorige maand werd het Brits kampioenschap gewonnen door Julian Hodgson. Hij dankte zijn succes voor een groot deel aan zijn openingskeuze. Met wit speelde hij de Trompowsky-opening: 1. d4 Pf6 2. Lg5. Met zwart, als hij de kans kreeg, ongeveer hetzelfde: 1. d4 d6 2. Pf3 g4 of 1. e4 d6 2. d4 Pf6 3. Pc3 c6 4. Pf3 Lg4. Die Trompowsky-opening is een heel geschikte keus voor schakers die niet al te veel willen studeren. Redelijk respectabel. Een gewone ontwikkelingszet kan niet slecht zijn. Jeroen Piket speelde het vroeger heel vaak en Van der Wiel pakte er Kasparov een keer mee aan. Er is wel het een en ander over bekend, helemaal zonder boeken gaat het niet, maar het valt nog te overzien.

Het zal menigeen een hart onder de riem steken dat het mogelijk blijkt om al improviserend Brits kampioen te worden. Er moet worden gezegd dat het kampioenschap dit jaar zwakker bezet was dan anders. Af en toe zing ik hier een klaaglied dat het Nederlandse schaakleven achter blijft bij dat van de buurlanden. Het gaat dan vooral om Duitsland en Frankrijk. Met Engeland gaat het minder goed. Er was dit jaar geen sponsor voor het kampioenschap en daardoor ook geen startgelden, en een laag prijzenfonds.

Een paar Trompowsky's voor de liefhebbers. U moet er snel bij zijn, denk ik. Straks zullen er ook over deze opening dikke boeken geschreven kunnen worden.

Wit Hodgson-zwart Plaskett

1. d2-d4 Pg8-f6 2. Lc1-g5 Pf6-e4 3. Lg5-f4 c7-c5 4. d4-d5 Dd8-b6 5. Dd1-c1 Gambietspelers doen hier 5. Pd2, maar het is niet nodig om het zo hard aan te pakken. 5...g7-g6 6. f2-f3 Lf8-g7 7. c2-c3 Pe4-f6 8. e2-e4 e7-e6 9. Pb1-a3 0-0 10. Pa3-b5

Zie diagram 1

10...e6xd5 Vaak willen de tegenstanders een ongewone opzet afstraffen en daardoor nemen ze onverantwoorde risico's. Hier had zwart kalm 10...Pe8 moeten spelen. Dan ontstaat een Benoni-achtige stelling waarin het moeilijk te tellen is wie de meeste tempi verloren heeft. 11. Pb5-c7 d7-d6 12. Pb5xa8 Db6-c6 13. a2-a4 c5-c4 14. Pg1-e2 d5xe4 15. Pe2-d4 Dc6-c5 16. Dc1-d2 e4xf3 17. 0-0-0 Wit staat al gewonnen. In het vervolg geeft hij al zijn materiaal terug om een winnende aanval te krijgen. 17...Pb8-a6 18. g2xf3 Lc8-d7 19. Pd4-b5 Tf8xa8 20. Dd2xd6 Dc5xd6 21. Pb5xd6 Ld7xa4 22. Lf1xc4 La4xd1 23. Th1xd1 Pf6-h5 24. Lf4-e3 Lg7-e5 25. Pd6xf7 Le5-f4 26. Pf7-g5+ Kg8-h8 27. Le3xf4 Ph5xf4 28. Td1-d7 Zwart gaf op. Een makkelijke overwinning. Dat kan ook over de volgende partij gezegd worden.

Wit Hodgson-zwart Howell

1. d2-d4 Pg8-f6 2. Lc1-g5 e7-e6 3. e2-e4 h7-h6 4. Lg5xf6 Dd8xf6 5. Pg1-f3 d7-d6 6. Pb1-c3 Pb8-c6 7. Dd1-d2 Lc8-d7 8. 0-0-0 0-0-0 9. d4-d5 Pc6-e7 10. Dd2-e3 Kc8-b8 11. e4-e5 Zwart is al in grote moeilijkheden. Een mooi succes voor de opening. 11...Df6-g6 12. e5xd6 c7xd6 13. d5xe6 f7xe6 13...Dxe6 14. Dd2 is ook heel mooi voor wit en 13...Lxe6 zou zelfs tot een directe catastrofe leiden na 14. Pb5 Pc6 15. Pe5! 14. Td1xd6

Zie diagram 2

Na veertien zetten staat wit al gewonnen. 14...Pe7-f5 15. Td6xd7! Td8xd7 Na 15...Pxe3 16. Txd8+ Kc7 17. Td7!+ zou wit te veel materiaal voor de dame krijgen. 16. Pf3-e5 Dg6-e8 En hier zou 16...Pxe3 17. Pxg6 winnend voor wit zijn, omdat na 17...Pxf1 18. Pxh8 het zwarte Pf1 gevangen is. Met een pion minder bij slechte stelling staat zwart natuurlijk ook verloren. 17. Pe5xd7+ De8xd7 18. De3-e4 Lf8-c5 19. Lf1-c4 Pf5-d6 20. De4-e5 Dd7-c7 21. Lc4xe6 Pd6-b5 22. De5xc7+ Pb5xc7 23. Le6-g4 Lc5xf2 24. Th1-d1 Lf2-h4 25. Td1-d7 Lh4-g5+ 26. Kc1-b1 Lg5-f6 27. Pc3-e4 Lf6-e5 28. h2-h3 a7-a6 29. c2-c3 Kb8-a7 30. Lg4-f3 Ka7-b6 31. Pe4-d6 Le5-h2 32. Pd6xb7 Pc7-e6 33. a2-a4 a6-a5 34. Td7-d5 Pe6-g5 35. Td5-b5+ Kb6-c7 36. Lf3-d5 Zwart gaf op.

In de laatste ronde had Hodgson een remise nodig om kampioen te worden. Hij moest met wit tegen zijn vriend David Norwood, die een paar weken later ceremoniemeester bij zijn huwelijk zou zijn. Vóór de ronde lieten bruidegom, bruid en ceremoniemeester zich stralend samen aan het bord fotograferen. Zou Norwood dan met zwart op winst willen spelen om zijn vriend de voet dwars te zetten? Jazeker, sportieve plicht tegenover nummer twee, Peter Wells, vereiste het. Norwood weigerde aanvankelijk remise. O, wat een sportieve Engelsen! Zo staat het tenminste in British Chess Magazine (BCM), maar ik denk dat ze een toneelstukje hebben opgevoerd.

Wit Hodgson-zwart Norwood

1. d2-d4 g7-g6 Geen Trompowsky? 2. h2-h4 Pg8-f6 3. Lc1-g5 Ja, toch. Rare manier om op remise te spelen overigens. 3...Lf8-g7 4. Pb1-d2 c7-c5 5. c2-c3 c5xd4 6. c3xd4 Dd8-b6? 7. Pd2-c4 Db6-b4+? 8. Lg5-d2 Db4xc4. BCM: ""Hier stond David van het bord op, denkend dat Julian geheel ingestort was.'' Ik geloof er niets van. 9. Ta1-c1 Dc4xc1 10. Ld2xc1 Pb8-c6 11. Pg1-f3 en nu wit bijna gewonnen stond kon zijn remise-aanbod niet meer geweigerd worden.