Eckart Wintzen (1939) zette na enkele jaren ...

Eckart Wintzen (1939) zette na enkele jaren wiskundestudie in Leiden zijn eerste schreden in de automatisering bij Philips, waar hij in 1965 als assistent voor wetenschappelijke en speciale toepassingen in dienst trad. Eind 1967 ging hij als projectleider telecommunicatie naar het Europees Ruimte Onderzoek. In 1970 werd Wintzen belast met de vestiging van een Europees softwarehuis in Zwitserland. Drie jaar later richtte hij de Nederlandse vestiging van het datacommunicatiebedrijf GTE-Information Systems op, een dochter van het Amerikaanse concern General Telephone (GTE). Toen de aandeelhouders van GTE zich in 1976 uit de automatiseringsindustrie wensten terug te trekken, realiseerde Wintzen een management buy-out en werd het bedrijf omgedoopt tot BSO- Information Systems, thans BSO-Nederland.

Donderdag 5 september

Het is na middernacht als ik me realiseer dat ik dit dagboek moet gaan bijhouden. Daar ben ik mooi weer ingestonken! Zal Birgitta, onze PR-manager, wel weer "geregeld' hebben. En het was al zo'n lange, hectische dag. De ochtend wordt beheerst door het plotselinge vertrek van Ton Driesen, directeur van BSO-Nederland, die een directie-functie heeft aangenomen bij PTT Telecom. Dat slaat nogal een bres in onze management-resources, juist nu we met onze internationale activiteiten alle hens aan dek nodig hebben. Ik ben dus al dagen niet te genieten.

Vandaag wordt iedereen ingelicht. Aan het eind van de dag is er een ingelaste vergadering met alle 50 werkmaatschappij-directeuren om hen in te lichten en om de eerstvolgende stappen te bespreken. Er stond voor vanochtend al enige tijd een afspraak met Ben Verwaayen, directie-voorzitter van PTT Telecom - de nieuwe baas van Ton - in de agenda. Toeval of noodlot? In ieder geval een prima gelegenheid om af te tasten of er wellicht hard feelings zijn. Die zijn er niet, onder het motto: "such is life'.

Tijdens de lunch schuif ik bij verschillende BSO'ers aan om de stemming te peilen. Sommigen weten "het' kennelijk nog niet. Anderen zijn hun emoties nog aan het "sorteren'. Op zulke dagen krijg je respect voor Carla M., onze directie-secretaresse, en haar medewerksters. Hoe zulke meiden kans zien om met een gezicht van "niets aan de hand' alle extra klussen in verband met zo'n op handen zijnde vertrek tussen hun gewone werk te proppen. Die draaien dan echt op extra adrenaline. Poek van PR ook, want die moet nu ineens een mailing verzorgen naar alle medewerkers en relaties, náást alle voorbereidingen voor ons jubileumfeest aanstaande zaterdag.

Om half vijf de vergadering met de directeuren. Ik verwachtte veel emoties en vragen, maar daar is het nieuws kennelijk nog te vers voor. Dat ik Ton voorlopig zal vervangen maakt het er voor hen ook niet makkelijker op. Enfin, in de loop van de volgende week krijgen wij de nabranders nog wel.

De commotie heeft mijn hele schema in de war gestuurd: ik moést vanavond nog naar Schiermonnikoog, waar de "Club van Schiermonnikoog' wacht. Die veerboot kan ik wel vergeten, dus moet ik - voor het eerst van mijn leven - terugvallen op een helikopter. Veel te poeha-erig en energieverslindend natuurlijk, maar hier kàn ik echt niet ontbreken. Ik vraag de piloot om, zoals nog gauw beloofd, over het huis van Marijke te vliegen; in je hart blijf je toch een kwajongen. We zwaaien de armen uit ons lijf.

Ik arriveer bijna op tijd bij het 15-koppige gezelschap van zeer verschillende pluimage, variërend van gedreven ondernemer tot dagbladredacteur en huisvrouw. We discussiëren over het vastlopen van het maatschappelijk-politiek bestel en de gevaarlijke dominantie van de mens in het ecologische evenwicht.

Mijn oorspronkelijke reserves verdwijnen met de minuut: en òf je nog zinvol, vernieuwend en creatief over zulke onderwerpen kunt praten! "I feel tremendous forces in this room' (wie zei dat ook al weer?) De discussie breidt zich uit tot onderwerpen als het steeds logger wordende overheidsapparaat en het groeiende egoïsme en materialisme. Het is ver na middernacht als we om praktische redenen besluiten er een eind aan te maken.

In bed realiseer ik me dat er in deze groep alleen een tekort aan vrouwen is (er zijn er drie). Terwijl de vrouwelijke geest absoluut onmisbaar is in dit soort discussies.

Vrijdag

Om half acht gezamenlijk ontbijt en daarna doorvergaderd. De gedrevenheid en sfeer van de vorige avond zijn binnen de kortste keren terug. Ik betrap mezelf erop dat ik af en toe weer opgewonden op m'n stoel zit te springen. Da's lang geleden. Ik verheug me al op de volgende bijeenkomst (november), als we onze ideeën in concrete plannen gaan omzetten.

Tot mijn schande stel ik tijdens het afsluitende fietstochtje vast dat dit mijn eerste bezoek aan een waddeneiland is. Wat een serene schoonheid! Daar kunnen alle Boven- en Benedenwindse eilanden bij elkaar niet tegenop. Ik rijd mee terug met projectontwikkelaar Fred Matser. Met veerpont en al zijn wij drie uur onderweg. Lang, maar goed om weer eens bij te praten, privé en over onze gemeenschappelijke milieuprojecten. M'n schema loopt weer uit de hand en ik moet een afspraak afzeggen. Balen! Ook de afscheidsreceptie van Frans Schijff van Nijenrode, haal ik niet. Sorry Frans!

Nog gauw boodschappen doen in het naburige dorp en dan lekker met de NRC op m'n terras. Eigenlijk moet ik nog een toespraakje voorbereiden voor het jubileumfeest van zaterdag. Maar ik baal van feesttoespraken en ben ook totaal niet geïnspireerd. Dan maar proberen m'n nieuwe antwoordapparaat aan de pruttel te krijgen. Dat spul zit tegenwoordig zo vol met elektronica dat je een driedaagse cursus en een aanzienlijk hoger IQ dan het mijne nodig hebt.

Als ik net weer aan het dagboek zit, komt een meute giechelende vrienden binnen. Zo komt er nog niks van het dagboek en zéker niets van die toespraak. Het is ruim na tweeën als ik ze uitzwaai.

Zaterdag

Vanavond is het jubileumfeest! Hoe moet dat nou met m'n toespraak? Geen paniek, eerst krant en koffie. Ik kijk bezorgd naar het weer. Straks vierduizend man in de Efteling, en er is waanzinnig veel buitengebeuren gepland. Ik baal, want ik mocht me absoluut niet met de organisatie bemoeien. Kan me dus ook geen beeld vormen van de mogelijke problemen. Weet ook niet eens of ik "iets moet zeggen', maar hoop vurig dat ze me in ieder geval geen cadeau aanbieden. Dan is nòg iemand z'n avond verpest, die van de aanbieder van het cadeau. Ik zet inmiddels iedere poging tot voorbereiding van een paar woorden definitief uit m'n hoofd. Toespraken horen eigenlijk helemaal niet bij BSO.

Ik ga maar naar het "paardengedoetje' van Cor van Zadelhoff. Geheel volgens verwachting blijkt tout Nederland aanwezig. Ik heb niet zo'n zin in "shoptalk', maar gewoon leuteren lukt niet bij iedereen. Dit is natuurlijk ook dè plek in m'n dagboek om even vreselijk aan name-dropping te doen. Maar ik laat dat liever over aan de boulevard-literatuur.

Om half zes naar "het' feest. Het is heerlijk weer. Geen wind, geen regen en warm genoeg. Als het geluk inderdaad met de dommen is, houd ik mijn hart vast voor onze concurrentie-kracht. De openingsparade is echt tè gek. Ik dacht dat ik carnavalsoptochten haatte, maar ik geniet van iedere volgende wagen die voorbij komt. Wat een creativiteit: ècht lachen! Na de parade zwermt de meute uit over de Efteling. Het hele park is volgehangen met ballonnen, op iedere hoek speelt wel een bandje, overal is wel wat te doen. We rennen ons suf om maar niks te missen. En ondanks de meer dan twintig eet- en drinktentjes kom ik er amper aan toe een pilsje te pakken. En als we dan even stoppen, roept Carolientje: ""Hollen pap, we moeten ook nog naar de draak!''

Na het gigantische vuurwerk is aan de andere kant van de Efteling het "klapstuk'. Onderweg vist Carla H. van de organisatieploeg mij uit de meute en beveelt mij achter op haar fiets te springen. We sprinten naar het podium. Tot mijn verbazing staat Freek de Jonge daar een waanzinnige act uit te voeren bij knalharde kippevel-muziek van Philip Glass. Dan overhandigt hij mij "het cadeau'. Ik ben letterlijk sprakeloos, waarschijnlijk ook de eerste Nederlander die een stichting cadeau krijgt. De medewerkers hebben een gigantisch bedrag bijeengebracht voor de "Home Foundation', die ik samen met o.a. Fritjof Capra, Peter Russell en Allerd Stikker mag gaan "runnen'. Freek schenkt ter plekke zijn gage aan deze nieuwe milieustichting.

Ik merk dat ik zo onder de indruk ben dat ik de slotact van Sisters Sledge, The Three Degrees, Tavares en de Trammps in een soort roes beleef. De hele meute staat te swingen op het grasveld. Gigantisch. Terug bij de auto vind ik een briefje onder de ruitenwisser: "Gaaf dat het zo gevierd werd, zonder toespraken en zo. Bedankt! Een BSO'er'.

Hartverwarmend! Om twee uur stap ik tevreden en vermoeid in bed.

Zondag

Om twaalf uur brunch in het toppunt van Haagse "def' met het organisatiecomité van BSO en de Efteling. Veertig mannen en vrouwen die met trots kunnen terugkijken op een feest dat klonk als een klok.

Dan door naar Bilthoven waar Pieter ter Haar een "High Tea' heeft georganiseerd in zijn "Ark'. Ik zit niet echt te wachten op nòg een partijtje, maar wil er toch heen. Pieter kennende zullen er hoofdzakelijk mensen zijn die "iets te melden hebben'. Ik word niet teleurgesteld.

Om half acht heb ik nog een dinerafspraak met Eric S., een Canadese hotemetoot uit de computerwereld. Ik heb geen zin in een stijf diner en besluit hem mee naar huis te zeulen voor een zelfgemaakt slaatje en pizza'tje. Eric blijkt zijn vrouw bij zich te hebben en het voorstel valt bij beiden in goede aarde. Het is een prachtige nazomeravond en de conversatie buitengewoon plezierig.

In bed probeer ik de privé-uren van deze zondag te turven. De minuten tellend val ik in slaap. Het was (weer) laat.

Maandag

Eric zit om half negen alweer aan m'n bureau, nu voor het zakelijke deel. Ik merk dat ik hem zakelijk ook wel mag; niet alleen omdat onze belangen in Canada parallel lopen. Op de gangen praat men na over "Het Feest'. Bij de sterke verhalen kunnen we nog heerlijk na-giechelen over de verkeerschaos die onze 85 bussen veroorzaakten toen ze de laatste tien kilometer in colonne reden. Waren we ook eens blij met de politie (die de bussen escorteerde) pàl achter ons. Verder blijft het zo'n typische maandag: (directie)vergaderingen, veel schrijfwerk en nogal wat BSO'ers die met "klusjes' aankloppen.

Thuis besteed ik het eerste deel van de avond aan de tweewekelijkse column voor ons personeelsblad. Dan bel ik Sip Bosch, die tien jaar lang m'n maat en collega was. Ik wil zijn advies, of in ieder geval eens lekker tegen hem aanpraten. Hij heeft bezoek, maar we spreken toch af dat ik om 11 uur langskom. Wat is het toch heerlijk om vrienden te hebben die er zijn als je ze nodig hebt. Sip heeft altijd een heel eigen(wijze) kijk op het leven en op BSO gehad. En daaraan is nog niets veranderd. Dus wordt het wéér laat.

Dinsdag

In een moment van totale zwakzinnigheid heb ik enige maanden geleden Yvonne Zonderop van de GPD beloofd eens in de vier weken een column te schrijven. Ter voorbereiding heb ik vandaag een interview met haar. Er hangt een sfeer van wederzijds vertrouwen en zo durf ik meer te zeggen dan anders, zonder angst voor indiscreties. De sfeer was er naar en ik geloof niet dat ik indiscreties moet vrezen.

De rest van de ochtend loopt vol met post en de voorbereiding van de beleidsdagen die morgen beginnen. Nu Ton weggaat moet ik die - voor het eerst in lange tijd - weer voorzitten. Ik vrees dat ik niet meer gewend ben om met zo'n relatief grote groep, een man of tien, te werken. Twee weten meer dan één, maar loopt die lijn door tot tien?

Voor de lunch rij ik naar Amsterdam om met Liesbeth Hop een miniatuur incentive reisje te bespreken voor enkele "sales' die zich met succes een slag in de rondte hebben gewerkt. Lekker, en een gezellig rustpunt in deze dag die nog lang gaat duren. Dan door naar René Coelho, knooppunt in de Amsterdamse scene van "kunst met een stekker'. In zijn galerie doe ik een paar steengoeie ideeën op voor de opening van onze Multimedia Groep. En daar kwam ik ook voor.

De poging het spitsverkeer vóór te zijn op weg naar Eindhoven strandt in een kilometerslange rij blik. Na drie uur en dertig verwensingen kom ik een uur te laat aan. Wat een puinhoop weer op de Nederlandse wegen. Ik moet optreden voor de medewerkers van een van onze nieuwe Origin-vestigingen. Ze leggen me het vuur behoorlijk na aan de schenen. Maar zo hoort het ook. Ik blijf dit keer niet eten en hol weg om meteen weer achter aan te sluiten in de volgende file voor de zoveelste wegopbreking vandaag.

Om tien uur thuis. Ik heb vrijdag kennelijk toch aan de juiste knoppen gemorreld, want er staat een boodschap op m'n antwoordapparaat. Het bezoek van vanavond laat het afweten. Jammer, want het zijn leuke vrienden. Maar zo krijg ik wel mooi de tijd om de lezing voor te bereiden die ik morgen bij de KEMA moet geven. Dus wordt het toch wel laat.

Woensdag 11 september

Zoals altijd zonder ontbijt begonnen. Deze - wederom - hectische dag pendel ik op en neer tussen Arnhem en Utrecht in een poging twee vergaderingen simultaan bij te wonen. De lunch wordt een reep chocola van het tankstation. En intussen probeer ik nog de troep van m'n bureau te werken die wèrkelijk niet kan wachten tot na mijn bezoek aan Amerika. Onderweg naar huis realiseer ik me dat de tekst voor het boekje dat alle BSO'ers als herinnering aan het feest krijgen al klaar had moeten zijn. Ik besluit maar meteen door te rijden naar tekstenmaker Robert Jan Pabon. Het is pas acht uur, dus een béétje "jonge ondernemer' is nog aan het werk. Het avondeten schiet er, dank zij zijn vriendin Tineke, tenminste niet helemaal bij in.

Terug in de auto begin ik steeds meer aan mezelf te twijfelen. Het was weliswaar bepaald geen rustig weekje, maar ik moet m'n tijd ècht anders gaan indelen. Ik ben nu zo diep gezonken dat ik me zelfs verheug op de vliegreis naar San Francisco: elf uur rust, geen telefoon, geen gezeik aan m'n kop. Heerlijk. Nu alleen de laatste bladzijde van het dagboek nog. Wordt het misschien niet laat vanavond?