DESERTEURS

Duitse deserteurs tijdens de Tweede Wereldoorlog door Norbert Haase 133 blz., Antimilitaristische Uitgeverij 1991, f 19,90 ISBN 90 71124 363

In 1989 werd in Bonn een manifestatie gehouden ter gelegenheid van de onthulling van een gedenkteken voor de onbekende deserteur. Bij die gelegenheid sprak de theologe en pacifiste Dorothee Sölle vol verlangen over een Bondsrepubliek zonder leger. Maar dat was volgens haar helaas nog toekomstmuziek omdat het de Duitsers ””nog steeds ontbreekt aan loyaliteit tegenover het leven''.

Bedoeld monument is niet zonder slag of stoot tot stand gekomen. Tegenstanders zagen de gedenkplaat als een uitnodiging tot desertie voor soldaten van het huidige Duitse leger. Dit staat te lezen in een onlangs uit het Duits vertaald boekje over Duitse deserteurs tijdens de Tweede Wereldoorlog van Norbert Haase, wetenschappelijk medewerker bij de Gedenkstatte Deutscher Widerstand in Berlijn. Haase beschrijft hoe het acht deserteurs destijds is vergaan. Hij baseerde zich op hun strafdossiers. In totaal zijn door de Duitse militaire rechtbanken in de Tweede Wereldoorlog maar liefst 22.000 doodvonnissen uitgesproken wegens desertie, waarvan 15.000 werden voltrokken.

De motieven van de Wehrmacht-deserteurs waren meestal niet van politieke aard. Velen van de na 1910 geboren deserteurs - door de nazi's ”minderwaardigen' en ”asocialen' genoemd - hadden hun vader verloren in de Eerste Wereldoorlog. Uit de dossiers blijkt verder dat veruit de meerderheid van hen was opgegroeid in tehuizen of weeshuizen en terugkeek op een leven vol mislukkingen. Hun kortstondige vrijheid brachten zij opvallend vaak door in het gezelschap van personen van het andere geslacht. Zij waren soms buitengewoon vindingrijk. Zo gaf één van hen zich uit voor baron en als zodanig lukte het hem van verschillende landgenoten onderdak en geld te krijgen.

Wanneer zij in handen vielen van de militaire justitie, wachtte de ”verraders' in de meeste gevallen executie. Voor het functioneren van de rechterlijke macht in deze duistere jaren heeft Haase weinig goede woorden over. De motiveringen van de doodvonnissen zijn er dan ook naar (””het Duitse volk het niet langer kan verantwoorden om dergelijk levensonwaardig leven nog langer mee te slepen''). Toch maakten na de oorlog veel van de rechters een carrière in de rechterlijke macht en ook daarbuiten.

De deserterende soldaten van de Wehrmacht zijn lange tijd een vergeten groep geweest. In de jaren tachtig kregen vredesactivisten, zoals alle activisten altijd op zoek naar historische voorbeelden, echter belangstelling voor hen. Uit het boekje van Haase blijkt hoezeer de discussie in de Bondsrepubliek over dit onderwerp is gepolitiseerd. Onvermijdelijk zoeken en vinden zowel de tegenstanders als de activisten parallellen met de huidige politiek situatie, ook al zijn deze er niet. De manifestatie in Bonn heeft op tal van plaatsen in de Bondsrepubliek navolging gekregen. Haase vermeldt dat inmiddels meer dan veertig actiegroepen ””binnen het antimilitaristische pacifistische gedeelte van de Duitse vredesbeweging'' een dergelijk gedenkteken voor de onbekende deserteur hebben opgericht.

Zelf behoort Haase, zo blijkt duidelijk, tot de pacifistische activisten die alles op alles zetten vooral niet in de voetsporen van hun ouders te treden. Zijn boekje is dan ook niet alleen een historisch werkje, maar ook een pacifistisch - en een beetje rommelig - pamflet geworden. Op de doelstellingen van Haase en zijn bondgenoten is niets aan te merken; wie wil er nu niet ””een wereld zonder middelen tot massavernietiging'', waarin bovendien de ””loyaliteit tegenover het leven centraal staat''? Maar dan moet wel iedereen mee willen doen.