Zenuwcentrum waterstaat draait op volle toeren

LELYSTAD, 13 SEPT. “Hier volgen de waterhoogten van hedenmorgen”, klinkt het elke dag om 9.25 uur en op zondag, na de vroege kerkdienst, om 9.55 uur op radio 5. Een uitzending op dicteersnelheid, met zo ongeveer de laagst denkbare luisterdichtheid.

Maar de laatste week zitten niet alleen honderden binnenschippers aan de radio gekluisterd. Nu de Rijn geeft extreem lage waterstanden te zien geeft wil iedereen die maar enigszins met de zoetwatervoorziening van Nederland te maken heeft - drinkwaterbedrijven, waterschappen, elektriciteitsopwekkers, tot verladers in de Rotterdamse haven toe - weten hoe de droogte zijn zaken beïnvloedt.

Tarieven voor het vervoer van ertsen en steenkool per binnenschip van Rotterdam naar Düsseldorf zijn sinds vorige maand verdubbeld tot 13 gulden per ton. Voor oliebrandstoffen naar Frankfurt zijn ze zelfs verviervoudigd, tot 45 gulden per ton. De kades in de Rotterdamse haven raken vol met goederen, want de schipperij kan het vervoer niet aan omdat de meeste boten nog maar tot de helft van de capaciteit mogen worden geladen.

Een kleine "diepgang-crisis' trad vanochtend vroeg op bij een record-laagwaterstand in de Rijn bij Lobith, hèt ijkpunt van Rijkswaterstaat, van 7.24 meter boven Nieuw Amsterdams Peil. Een klein aantal ondernemers schakelt al over op het veel duurdere wegvervoer en ook de goederentrein begint een bescheiden deel van de markt over te nemen.

De Waterhoogten van hedenmorgen zijn afkomstig van het zenuwcentrum van Rijkswaterstaat, het Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling (RIZA). Deze ambtelijke mondvol zetelt met 420 medewerkers in een modern, licht kantoor in Lelystad. Alle regionale berichten over waterstanden en de afname van zoet water uit de rivieren worden hier in computers verzameld en overzichtelijk uitgegeven voor belanghebbenden. Op grote wandkaarten wordt de situatie precies bijgehouden.

“Bij zo'n schaarste aan water kunnen we toch nog heel wat verdelen en regelen”, zegt ing. Hans Bakker, medewerker van het RIZA. Hij is lid van de Laagwatercoördinatiecommissie, die zolang de droogte aanhoudt om de paar dagen bijeenkomt. De Waterverdelingskaart waarvan het RIZA nu dagelijks een nieuwe editie uit de computer laat rollen, biedt een overzicht van 120 meetpunten. Daarbij staan aantallen kubieke meters water vermeld, met een stijgend zoutgehalte, die in vaarten, meren en polders worden ingelaten.

Op veel plaatsen is de alarmgrens van 200 milligram chloride per liter zorgwekkend overschreden: op de Bovenrijn vanochtend 264, het IJsselmeer 274, het Zoommeer 443. De zouttong uit zee dringt ver in de Lage Landen binnen omdat er onvoldoende rivierwater is haar tegen te houden. Woensdagochtend werd bij de Van Brienenoordbrug in Rotterdam 2620 milligram zout per liter gemeten en in de benedenloop van het Van Harinxmakanaal in Groningen 2290 milligram.

Pag 12:

Amsterdam-Rijnkanaal lieveling RWS

Ontzilting van de Rijn en het IJsselmeer is vooral van belang voor de drinkwatervoorziening. Natriumchloride ofwel puur keukenzout is slecht voor consument, vee en bedrijven. De chloridecomponent daarin bevordert roestvorming in gietijzeren en stalen leidingen, terwijl natrium bij hoge gehaltes de gezondheid kan schaden, vooral bij hoge bloeddruk-patiënten.

Opvallend is het grote aantal nullen in West-Nederland, in de driehoek Amsterdam-Rotterdam-Hoek van Holland op de Waterverdelingskaart. Alle inlaatsluizen langs de rivieren in dit diepste deel van Holland zijn gesloten. Er wordt slechts zoet water ingelaten uit het Amsterdam-Rijnkanaal, het lievelingetje van Rijkswaterstaat. De coördinatiecommissie van het RIZA, waarin alle regionale directies van Rijkswaterstaat zijn vertegenwoordigd, besloot dinsdag dit kanaal zoveel mogelijk op peil te houden voor de drinkwatervoorziening en ter voorkoming van "klink' (het te vast worden van de grond door uitdroging) in de veenweidegebieden. Extra water wordt momenteel bij Tiel aan de Waal onttrokken en naar het kanaal geleid. Alle drie de stuwen in de Nederrijn zitten potdicht en ook het spuien uit het Noordzeekanaal bij IJmuiden wordt zoveel mogelijk beperkt. Elektriciteitscentrales langs het Amsterdam-Rijnkanaal draaien op een lagere capaciteit, ze mogen minder koelwater gebruiken dan normaal.

Dank zij die maatregelen kan verzilting van de Hollandse polders zo lang mogelijk worden uitgesteld. Voor de komende dagen verwacht het RIZA, door lichte regenval in Duitsland, een kleine verhoging van het Rijnwaterniveau. Maar na het weekeinde kan het peil weer zakken. Blijft de kostbare neerslag uit, dan voorspellen de peilers in Lelystad dat de Rijn de komende weken “volgens het uitputtingsverloop van het achterliggende stroomgebied” nog 30 centimeter daalt. De Rijnafvoer die nu nog boven de 800 kubieke meter per seconde bedraagt, zal in dat geval afnemen tot 600 à 700 kubieke meter.

“Gelukkig is de buffervoorraad in het IJsselmeer nog redelijk op peil”, zegt Hans Bakker. “Maar de aanvoer naar het meer is veel lager. We doen het maximale, maar kunnen nu niet meer dan 160 kubieke meter per seconde uit de Nederrijn naar de IJssel stuwen, tegen het streefgetal van 285. Dat levert flinke problemen op voor de scheepvaart, de diepgang tot Olst is nog maar 1,95 meter.”

Het RIZA heeft slechts een coördinerende en informerende taak, en bepaalt niet zelf het beleid voor de waterverdeling. Dat beleid ligt vast in regeringsnota's en de wetgeving. Regionale directies van Rijkswaterstaat en de waterschappen voeren het beleid uit. Daarbij heeft de drinkwatervoorziening eerste prioriteit, vervolgens komt het voorkomen van inklinking van veenweidegebieden in de polders aan bod en als laatste de scheepvaart en de koelwatervoorziening. “Wel adviseren we maatregelen voor de korte termijn om de pijn van zo'n droogte zoveel mogelijk te verlichten”, aldus Bakker.

Dinsdag heeft de directie-Gelderland van Rijkswaterstaat, gealarmeerd door het stijgende zoutgehalte in de Rijn, bij het RIZA de wenselijkheid van overleg met de Franse autoriteiten ter tafel gebracht. Door een tijdelijk grotere opslag van zout uit de Elzasser kalimijnen, in plaats van het dagelijkse storten in de Rijn, zou dat probleem aanzienlijk kunnen worden verminderd. Maar hoewel Nederland meebetaalt aan opslagvoorzieningen in Noord-Frankrijk kan minister May-Weggen geen vuist tegen de Fransen maken. Want ook een aanvullende overeenkomst op het Rijn-zoutverdrag die op 25 september wordt getekend, ontbeert een sanctie tegen de Franse kaliproducenten.

Het RIZA houdt ook de kwaliteit van het water nauwkeurig in de gaten, adviseert Rijkswaterstaat, gemeenten en waterschappen over lozingsvergunningen en werkt samen met de industrie aan zuivering van het afvalwater. Hans Bakker: “Dat doen we op twee manieren: door bedrijven te adviseren over schonere produktieprocessen en door samen met gespecialiseerde ondernemingen modernere zuiveringsinstallaties te ontwerpen. We werken dus zowel preventief als curatief.”

Hoog water is voor het RIZA heel wat minder moeilijk te behandelen dan de gevolgen van een extreme droogte. “Dan waarschuw je alle dijkbeheerders voor opkomende stormen, je zorgt dat ze telegrammen op hun huisadres krijgen en adviseert tot dijkbewaking. Daar zijn geen coördinatievergaderingen voor nodig”, zegt Bakker. Bij een rivierstand bij Lobith van 13 tot 14 meter boven NAP worden schotbalken in de "coupures' in de winterdijken gezet (plaatsen waar deze zijn onderbroken door een weg-doorgang), de waterbeheerders sluiten waar mogelijk de sluizen en zetten hun gemalen aan.

Bij vorst zit Lelystad ook niet stil, dan zorgt het RIZA dagelijks voor ijsberichten aan de scheepvaart en in plaats van een waterverdelingskaart voor een IJskaart van Nederland.