Wit voor de ochtend, oranje voor de avond; De correspondentie van Edouard Manet

Juliet Wilson-Bareau: Manet by himself. Correspondence & conversation. Paintings, pastels, prints & drawings. Uitg. Macdonals Illustrated, 320 blz. Prijs ƒ 131,95

Hoe zet iemand, die er verder niet bij nadenkt, zijn hoed op? De opvattingen van de schilder Edouard Manet (l832-l883) over "een heldere, directe schilderkunst' dienden volgens hem ook tot uitdrukking gebracht te worden in de ongekunstelde pose van zijn modellen. In het met name in Frankrijk verstikkende academische klimaat werd hij beschouwd als een schilder die wel "de ogen maar niet de ziel' van een kunstenaar had. Voor Manet was de precisie van de waarneming de voorwaarde voor zijn schilderkunst. Een schilder diende bovendien "concies' te zijn. “Beknoptheid in de kunst is een noodzaak en een kwestie van elegantie... Zoek precies de plekken op waar licht en waar schaduw op de figuur valt; dan valt de rest meestal zonder veel moeite vanzelf op zijn plaats. De natuur geeft slechts feitelijke informatie en daarom moet je je geheugen cultiveren, het werkt voor je als een veiligheidsnet en het behoedt je er voor om in banaliteiten te vervallen.”

Precisie in de waarneming maar geen nabootsing van de natuur, luidde zijn credo kortom. Over zijn beroemd geworden naakte "Olympia' met de zwarte kat, die een schandaal op de Parijse Salon van l865 veroorzaakte en door de kritiek omschreven werd als "een odaliske met een gele buik' en "een hoertje' merkte hij op: “Wat ik zie, interpreteer ik zo direct mogelijk. Olympia is daar een schoolvoorbeeld van... Er is geprotesteerd tegen de harde contouren, ze waren ook hard. Ik heb ze gezien. Ik schilderde wat ik zag.”

Manets bedoelingen werden door zijn tijdgenoten slecht begrepen: “Je schildert geen landschap, of een zeegezicht of een figuur, je schildert het effect van een bepaald tijdstip van de dag op een landschap, of een zeegezicht of een figuur,” verklaarde hij. Het is geen wonder dat de Impressionisten, die de invloed van het licht op de waarneming tot inhoud van hun kunst maakten, grote bewondering voor hun voorloper Manet hadden. Manet zelf vond dat er ook op het atelier "en plein air' geschilderd kon worden door de kleur wit voor de ochtend, de kleur lila voor de dag en het oranje voor de avond te reserveren. Hij heeft nooit met de Impressionisten geëxposeerd maar aan het eind van zijn leven liet hij zich op zijn beurt inspireren door hun heldere palet.

Trucs

In het boek Manet by himself presenteert de kunstenaar zichzelf niet alleen als iemand met een verrassend frisse kijk op de schilderkunst maar ook als de Parijzenaar die midden in het leven staat. Evenals zijn vader, een hoge ambtenaar bij het gerechtshof, hield hij er radicale, liberale opvattingen op na, hoewel hij zich in zijn hart een aristocraat voelde. Hij beschouwde het "moderne leven' als een grotere inspiratiebron dan de mythologie waaruit de salonschilders van zijn generatie vrijelijk putten. Na zijn eerste treinreisje naar Versailles kwalificeerde hij de treinbestuurder en de stoker dan ook als "de ware helden van onze tijd'.

Manets bewondering ging met name uit naar schilders als Frans Hals, Velasquez en Goya die aan zijn hang naar "waarheid in de schilderkunst' appelleerden. “We zijn geperverteerd door de artistieke trucs van het ambacht. Hoe komen we er van af?” was de vraag die hem zijn leven lang heeft beziggehouden.

Het gedachtengoed van Manet valt te destilleren uit zijn brieven die dan ook de basis vormen van Manet by himself. Zijn correspondentie is overigens al meer dan een eeuw het melkkoetje van schrijvers en uitgevers. Kort na de dood van de kunstenaar speelden zijn vrienden Berthe Morisot en Stéphane Mallarmé al met de gedachte om zijn verzamelde brieven uit te geven. De schilderes en de dichter voerden hun plan nooit uit. Wel gaf Manets jeugdvriend Antonin Proust in l897 de "Souvenirs' uit, waarin door hem gemaakte aantekeningen van gesprekken met de kunstenaar werden gepubliceerd.

Biografen en kunstbeschouwers hebben sindsdien veelvuldig gebruik gemaakt van zijn correspondentie en aan hem toegeschreven uitspraken. Ook werden er veel brieven van Manet gereproduceerd in boeken die zijn verzamelde documenten omvatten. Selecties uit de correspondentie leverden voorts afzonderlijke publikaties op van Manets brieven aan de dichter-schrijver Charles Baudelaire, van de tijdens een zeereis naar Rio geschreven brieven aan zijn ouders, van de brieven die hij per ballon uit het belegerde Parijs verstuurde en van zijn geïllustreerde brieven uit l880. Manets brieven aan Emile Zola vonden een plaats in een catalogus en die aan Mallarmé doken op in de gepubliceerde correspondentie van de laatstgenoemde.

In Manet by himself zijn de verschillende brieven voor het eerst bijeengebracht. De auteur, de kunsthistorica Juliet Wilson-Bareau, mede-organisatrice van verschillende exposities van Manet waaronder de retrospectieve tentoonstelling uit l983, heeft het meer dan een eeuw oude plan van Morisot en Mallarmé niet zonder meer uitgevoerd. Haar oogmerk was om door middel van de verzamelde brieven "het verhaal over het leven van de kunstenaar te vertellen'.

Kazen

Het hoeft geen betoog dat dit levensverhaal niet anders dan fragmentarisch uit de verf kon komen. Om te beginnen schreef Manet, zoals de meesten van ons, geen brieven aan mensen die hij dagelijks sprak. Als de schilder erg actief was, schreef hij nauwelijks brieven. Soms schreef hij brieven over zaken waarvan de betekenis achteraf niet meer te achterhalen valt en die dan ook niet in het boek zijn opgenomen. Andere brieven, door de auteur als interressant en zeer onthullend omschreven, werden niet afgedrukt omdat er een datum aan ontbrak.

De brieven van zijn reis naar Rio en uit het belegerde Parijs, waaruit uitvoerig geciteerd wordt in Manet by himself zijn de enige documenten die enigszins aan de opzet van het boek beantwoorden. Ze brengen althans een min of meer samenhangend verhaal over enkele belangrijke gebeurtenissen uit Manets leven in kaart. Deze brieven zijn dan ook, zoals eerder vermeld, in het verleden reeds in boekvorm verschenen.

Ook in Manet bij himself is gebruik gemaakt van teksten die door tijdgenoten aan de kunstenaar zijn toegeschreven. De auteur heeft Manets brieven van een context voorzien door middel van informatieve inleidingen die aan de verschillende hoofdstukken voorafgaan. In het fraai uitgegeven boek zijn alle schilderijen opgenomen die Manet jaarlijks inzond naar de Parijse Salon, het artistieke slagveld waar reputaties gemaakt en gebroken werden. Hoewel het boek niet aan de opzet beantwoordt, is het een genoegen om het te lezen. De geboren waarnemer Manet, die bovendien over humor beschikte, had een rake pen. Hij beschrijft ook een van zijn vroegste werken: beschilderde kazen. Zijn opdrachtgever was de kapitein van het schip waarmee de jonge Manet naar Rio voer en die hem de taak gaf een lading bedorven kazen van hun oorspronkelijke kleur te voorzien.