W.F. Hermans en de wetenschap

“Het is naar mijn vaste overtuiging een schandaal”, schreef de godsdienstpsycholoog Fokke Sierksma twintig jaar geleden, “dat de Groningse universiteit deze begaafde geoloog in een afgelegen hoekje heeft laten verkommeren.

Het heeft weinig zin om te gaan speculeren over de vraag, hoe het afgelopen zou zijn als hij wel gekregen had waar hij recht op had. Maar in een paar persoonlijke herinneringen staat het mij vrij om te zeggen dat hij naar mijn mening zowel een briljant geoloog als een briljant romancier had kunnen worden en dat het lullige wantrouwen van universitaire mannetjes jegens zo'n rare, controversiële kunstenaar één van de factoren is geweest, die dat hebben verhinderd''.

Hij doelde op W. F. Hermans, toentertijd lector aan de Universiteit van Groningen.

Het dossier-Hermans, dat ergens in de archieven van de Universiteit van Groningen rust, is twee vingers dik en draagt het stempel geheim, alsof het om een uiterst delicate staatszaak gaat.

In werkelijkheid gaat het om een minor question als de vraag hoe Hermans in de vroege jaren zeventig bij de subfaculteit geografie heeft gefunctioneerd.

Bovendien is het belangrijkste document uit het dossier allang in de openbaarheid gekomen. Het is het rapport van de subfaculteitsraad waarin deze mocht oordelen over de vraag of de betrokkene zich al dan niet aan plichtsverzuim bezondigde.

Hermans' collega's oordeelden negatief. Hij vertoonde zich zelden op het Geografisch Instituut. Met opvallende frequentie veroorzaakte hij administratieve en-of organisatorische problemen. Hij heeft “zich onttrokken aan de surveillance bij zijn eigen schriftelijk tentamen”. En hij gaf slechts veertig uur per jaar college, de rest overlatend aan een wetenschappelijk medewerker.

Is dat waar?

De berichten lopen uiteen. Hermans' studenten berichtten in hun krantje dat hun lector zich inderdaad vrijwel geheel aan zijn onderwijstaak onttrok. Hermans zelf becijferde in een recent vraaggesprek dat hij “vier, vijf keer per week” college heeft gegeven. In het in 1989 verschenen Gedenkboek van de Universiteit wordt gesproken over “een volledige rehabilitatie”. Daar staat weer een interview uit 1978 tegenover waarin Hermans klaagde, dat hij van zijn dwarsliggende collega's geen kans had gekregen zich wetenschappelijk te ontplooien. “Maar het was verder een baan waar ik niet al te veel voor te doen had, dus had ik de tijd mij aan de literatuur te wijden.”

Een natte rug zal hij dus niet hebben gekregen.

Maar wat kan het ons eigenlijk schelen?

Wat er in die jaren ook aan de "dorpsuniversiteit van Paterswolde' moge zijn geschied, wij, lezers, die de fysische geografie geen bal interesseert, hebben aan de gebeurtenissen twee prachtige romans overgehouden. Onder Professoren, het boek over een Groningse hoogleraar die de Nobelprijs krijgt voor zijn ontdekking van het baardwekend en potentiestimulerend N-Ethyl-8-hydroxytetrahydrochloropheenhydrochloride, een feestelijke gebeurtenis die helaas door de "demokratiese revoluutsie' die ook Groningen niet bespaard is gebleven, wordt overschaduwd . En Uit talloos veel miljoenen, het boek over een Groningse wetenschapper, wiens academische carrière hopeloos is verzand omdat hij teveel in linkse weekbladen als De Nieuwe Linie (oplage 14.998 exemplaren) en De Rode Amsterdammer (oplage 17.586) zit te lezen.

Ergens halverwege Onder Professoren komt het tot een confrontatie tussen twee opstandige studenten en het slapjanusserige professorenvolk. Wat? Mogen de heren studenten werkelijk zomaar, ongestoord, het laboratorium bezetten?

“Een kleine leninistisch- maoïstische analyse”, sprak de student Louis, “brengt aan het licht dat hier sprake moet zijn van repressieve toleransie door de uitbuitende klasse. Wij anti-autoritaire socialisten zijn niet van plan ons op deze manier zand in de ogen te laten strooien. Alle macht aan het volk!”

"Ol pouwer toe de piepul!' schreeuwde de student Lucas instemmend.

Hij is gemodelleerd naar de Groningse studentenleider die even later, onder de vleugels van de CPN, wethouder van cultuur zou worden. Het Nieuwsblad van het Noorden vroeg hem naar zijn mening over Hermans' sleutelroman. De man zei dat hij het "met genoegen' had gelezen. Over repressieve tolerantie gesproken! Trouwens, heel hooggeleerd Groningen haastte zich te verklaren dat het "een heel goed boek' respectievelijk "een heel amusant boek' betrof. Alleen prof. R. Tamsma, in Onder Professoren geridiculiseerd tot de alcoholische hoerenloper prof. K. Tamstra, beweerde dat hij boven de materie stond: “Ach, wat zal ik zeggen? Ik heb het boek nooit gelezen, ik lees geen belletrie.”

Hij was twintig jaar geleden, als voorzitter van de subfaculteitsraad, nauw bij het conflict betrokken en blijkt, twee decennia na dato nog niet uitgesputterd over de wijze waarop zijn toenmalige aartsvijand inmiddels "witgewassen' is. Tja. Wij, lezers en bewonderaars van Hermans kunnen niet anders dan constateren dat Hermans' gedwongen afscheid, in 1973, van het universitaire leven tot een creatieve explosie heeft geleid. Het evangelie van O. Dapper Dapper. Onder Professoren. De raadselachtige Multatuli. Boze brieven van Bijkaart. Houten leeuwen en leeuwen van goud. Ik draag geen helm met vederbos. Scheppend nihilisme. Flip's sonatine. Homme's hoest. Uit talloos veel miljoenen, Geyerstein's dynamiek. Klaas kwam niet. Koningin Eenoog. Mondelinge mededelingen. De Heilige van de Horlogerie. Door gevaarlijke gekken omringd. Au pair. Vincent literator. Wittgenstein. En zijn pasverschenen verhalenbundel De laatste roker, waarin de gemeente Groningen andermaal in de literatuurgeschiedenis wordt bijgezet in de persoon van de hooggeleerde Groninger Dolk, expert in de parapsychologie en de grondslagen van de bovennatuurlijke natuurkunde, benevens de hooggeleerde Groningse moraalleraar Dwingelo, professor in de bijbelse godgeleerdheid en de christelijke zedenkunde. Terwijl in het hilarische verhaal “Twee gebouwen, twee geleerden...”

“U moest eens wat minder romans schrijven”, zei de hoogleraar-directeur. “Dat zou beter voor uw carrière zijn. Niet dat ik ooit romans lees. Maar mijn vrouw is in het bezit van de middelbare akte Nederlands”.

Dus dialectisch gezien, om het leninistisch-maoïstisch te formuleren, is het een zegen dat Hermans twintig jaar geleden van de "dorpsuniversiteit van Paterswolde' is weggepest.