Wereldbank: Zambia voor straf geen krediet

NAIROBI, 13 SEPT. Als strafmaatregel schort vandaag de Wereldbank al zijn leningen op aan Zambia. Het Afrikaanse land zou vandaag ruim 20 miljoen dollar aan achterstallige schulden hebben moeten betalen aan de Wereldbank. “Het geld is er niet”, aldus minister van financiën Robson Chongo gisteren. Dit blijkt echter niet de enige reden van het conflict.

Op 31 oktober gaan de Zambianen naar de stembus in de eerste verkiezingen sinds 20 jaar onder een méérpartijenstelsel. De populariteit van president Kaunda en zijn Verenigde Nationale Onafhankelijkheidspartij (UNIP) is diep gedaald en de regering wil daarom sociaal-economisch vriendelijke beslissingen nemen. Belangrijke aspecten van het economische herstelprogramma zoals overeengekomen met Wereldbank en IMF werden onlangs opgeschort door de Zambiaanse regering. De trapsgewijze opheffing van de subsidie op het basisvoedsel mais bijvoorbeeld gaat voorlopig niet door. Forse prijsstijgingen kunnen zo eventjes worden uitgesteld.

Eerder dit jaar zond Kaunda zijn afgezanten naar Westerse donorlanden, waaronder Nederland. De president waarschuwde voor ingrijpen van zijn leger indien hij gedwongen werd door het IMF om impopulaire economische maatregelen te nemen vóór de verkiezingen. De Westerse donoren en het IMF waren niet onder de indruk van dit argument en bleven de onmiddellijke invoering eisen van de economische hervormingen.

Op korte termijn zal Zambia ongeveer 75 miljoen dollar aan leningen van de Wereldbank moeten missen. Op iets langere termijn komen IMF-leningen ter waarde van 200 miljoen dollar in gevaar. Deze harde valuta zijn essentieel om de import op gang te houden, onder andere van voedsel. Zambia heeft een buitenlandse schuld van 8 miljard dollar, het hoogste schuldbedrag per hoofd van de bevolking in Afrika. Het IMF heeft gisteren India een lening verstrekt van 635 miljoen dollar en Peru's strakke bezuinigingsprogramma goedgekeurd waardoor Peru over twee jaar aanspraak kan maken op leningen van in totaal 845 miljoen dollar. (Reuter)