VOO meeste liquide middelen; Vermogen van omroepen is sterk gestegen

DEN HAAG, 13 SEPT. De Hilversumse omroepen staan er financieel zeer goed voor. Hun totale eigen vermogen steeg in 1990 in vergelijking met 1989 met 42,4 miljoen gulden tot 402,5 miljoen gulden. Dit blijkt uit een rapport van het Rotterdamse accountantskantoor Reyn, De Blaey dat in opdracht van het Commissariaat voor de Media is gemaakt.

De NOS beschikte eind vorig jaar over 6,7 miljoen gulden aan liquide middelen (kas, bank, giro en effecten). De VOO zit met 70,6 miljoen gulden aan liquide middelen het beste bij kas, gevolgd door AVRO (67,2 mln), NCRV (50,7 mln), KRO (33,5 mln), VARA (31 mln), VPRO (19 mln), EO (17,8 mln) en TROS (13,7 mln).

De grootste schommelingen in het eigen vermogen deden zich vorig jaar ten opzichte van 1989 voor bij AVRO (- 8 miljoen gulden, mede als gevolg van koersverliezen op beleggingen), VOO (+ 21 miljoen, onder andere door winst op "risicodragende beleggingen') en VARA (+ 25 miljoen, mede als gevolg van de verkoop van onroerend goed).

De verbetering van de financiële positie van de omroepen wordt deels veroorzaakt door de steeds grotere opbrengsten van de programmabladen. Vorig jaar hielden de omroepen samen 22,8 miljoen gulden over aan de verkoop van deze bladen, tegen 18,8 miljoen in 1989 en 11,6 miljoen in 1988.

De cijfers zijn ter beschikking van het Commissariaat van de Media gesteld in een periode dat de omroepen bij minister d'Ancona (WVC) aandringen op maatregelen die de inkomsten van de omroepen kunnen vergroten, zoals invoering van programma-onderbrekende reclame en een verhoging van het kijk- en luistergeld dat de kijkers moeten afdragen, de omroepbijdrage. d'Ancona voelt daar niets voor.

Zij neemt ondanks de gunstige financiële resultaten van de omroepen over 1990 volgens een woordvoerster van WVC “vooralsnog” genoegen met een eigen bijdrage van 50 miljoen gulden per jaar, het bedrag dat de omroepen eerder hadden aangeboden. In haar notitie Publieke omroep in Nederland gaat de minister nog uit van een eigen bijdrage door de omroepen van 125 miljoen gulden per jaar.

Pag 3:

"NOS relatief zwak'

Reyn, De Blaey schrijft in het eind augustus voltooide rapport dat de totale vermogenspositie in 1990 “zeer sterk te achten is”. De vermogenspositie van de NOS is nog steeds relatief zwak; de liquiditeit is slecht te noemen”, aldus het accountantskantoor. Het rapport is vorige week door het Commissariaat voor de Media ter hand gesteld van Tweede-Kamerleden, op wiens initiatief het onderzoek is uitgevoerd. Maandag debatteert de Tweede Kamer met d'Ancona over de toekomst van de publieke omroep, aan de hand van de notitie die de minister daarover eind juni heeft geschreven.

d'Ancona heeft er bij de omroepen herhaaldelijk op aangedrongen - onder meer in haar notitie "Publieke omroep in Nederland' - zelf een financiële bijdrage aan de verbetering van het omroepbestel te leveren. Daartoe bleek een meerderheid van de omroepen onlangs bereid. Samen zouden ze tot en met 1993 vijftig miljoen gulden op jaarbasis uit eigen middelen in het publieke bestel willen investeren, voor dit jaar een bedrag van 25 miljoen. Toen minister d'Ancona daar tot en met 1993 220 miljoen gulden uit de algemene omroepreserve (gevormd uit door de overheid geïnde omroepbijdragen) tegenover wilde zetten, trokken de omroepen hun aanbod in en besloten zij activiteiten om het publieke bestel te verbeteren op te schorten. d'Ancona reageerde daarop met het dreigement de komende jaren geen omroepreserves ter beschikking te stellen.

Ook vorig jaar april werden cijfers van het accountantskantoor Reyn, De Blaey over de financiële positie van de omroepen bekend. Het Commissariaat voor de Media verbond aan die gegevens de conclusie dat er geen reden was om te voldoen aan het verzoek van de omroepen meer geld ter beschikking te stellen voor het vervaardigen van programma's, in de vorm van hogere uurbedragen. De omroepen reageerden toen furieus, omdat er naar hun mening ten onrechte een link was gelegd met hun eigen vermogen. Voorzitter Herstel van Hilversums rijkste omroep, de NCRV, zei destijds dat “dit onderzoek de verenigingsmiddelen en de programmamiddelen door elkaar heeft gehutst. Dat geeft een vals beeld van een bijzonder rijk Hilversum”.