Verkoop nu leidt op den duur tot verrijking kunstbezit; Haagse raad stemt unaniem in met verkoop topstukken

DEN HAAG, 13 sept. De Haagse gemeenteraad heeft gisteravond unaniem ingestemd met de eenmalige verkoop van twee topstukken uit de collectie van het Haags Gemeentemuseum. Met de opbrengst daarvan zal een aankoopfonds worden gesticht. Alleen de VVD-fractie had bezwaren tegen deze verkoop, maar zag daarin geen reden om het beleidsplan 1991-1996 van het Haags Gemeentemuseum waarin dit wordt voorgesteld, als geheel af te wijzen.

Met de eveneens voorgestelde "opschoning' van de collectie - het aantal kunstvoorwerpen in de collectie zal worden teruggebracht van 150.000 tot 70.000 - had de VVD geen moeite omdat het hierbij gaat om een noodzakelijke ontlasting van de depots. Maar bij verkoop van topstukken is het eerste selectiecriterium niet de geringe kunsthistorische waarde van een bepaald kunstwerk voor de collectie, maar de geldwaarde die het bij verkoop opbrengt. Dit schept een precedent met te grote consequenties, aldus het VVD-raadslid mevrouw J. de Vries. Zij week met dit standpunt af van haar eigen wethouder van Financiën, Cultuur en Mediabeleid, mevrouw A. van den Berg.

De andere partijen hadden met de maatregelen geen moeite, men meende dat de voorgestelde procedure bij verkoop - er moet advies gevraagd worden bij de aankoopcommissie van het museum en bij de Raad voor Cultuurbeleid - voldoende waarborgen biedt. Van een aantasting van de zogenaamde Collectie Nederland door deze eenmalige vervreemding van topstukken is geen sprake. Integendeel, deze verkoop biedt juist de mogelijkheid tot aankoop van nieuwe topstukken en zal op den duur een verrijking betekenen van het nationale kunstbezit.

Het is een noodoplossing, zo stelden de fracties van Groen Links en de SGP-GPV-RPF, maar gezien de financiële situatie van het museum - het aankoopbudget is enkele jaren geleden bij bezuinigingen teruggebracht van ruim 1 miljoen tot 492.000 gulden - een acceptabele oplossing.

D66 kwam met de opmerkelijke suggestie om ook het Haagse publiek te laten profiteren van de opruiming van de depots door een "gemeentelijke graaidag' te organiseren voor de minder kostbare voorwerpen.

De PvdA-fractie kreeg geen steun voor het voorstel om aan de verkoop de voorwaarde te verbinden dat de kunstwerken eerst aan een Nederlands museum moesten worden aangeboden. De raad ondersteunde wel het amendement van de PvdA waarin gesteld werd dat, mochten de topstukken niet kunnen worden verkocht aan een openbare instelling, dan de gemeenteraad een beslissing neemt over een eventuele verkoop via een veiling of de kunsthandel.

De bezwaren die vanuit de museumwereld gerezen zijn tegen de verkoop en die onder ander werden verwoord in een brief van zes museumdirecteuren aan de Haagse gemeenteraad, speelden nauwelijks een rol in het debat. Er werd zelfs geconstateerd dat er in de media een hetze is gevoerd tegen museumdirecteur Fuchs en dat de bezwaren van de andere museumdirecteuren wellicht minder van principiële aard waren dan ingegeven door vrees voor concurrentie.

Het uitgangspunt van de beleidsnota om van het Haags Gemeentemuseum een collectiemuseum te maken, waarbij voorrang wordt gegeven aan de eigen collectie boven het organiseren van steeds wisselende tentoonstellingen werd door alle partijen onderschreven, al stelden sommigen met nadruk dat het museum geen stilte-centrum mag worden voor een gespecialiseerd elitepubliek. In 1996 moet opnieuw bezien worden of er niet toch weer grote tentoonstellingen voor een breed publiek moeten worden georganiseerd.

Directeur Fuchs toonde zich na afloop van het debat vooral tevreden over het feit dat de beslissing over deze voor het museum ingrijpende zaken unaniem door de raad is genomen. Door het raadsbesluit zijn de voorstellen uit de "sfeer van de clandestiniteit' gekomen waardoor er nu een betere basis is voor een verdere discussie in de museumwereld over de beheersbaarheid van collecties en de verkoop van kunstwerken. Hij stelde nadrukkelijk dat het Haags Gemeentemuseum zich wenst te houden aan de regelgeving die dienaangaande nog door de Rijksoverheid zal worden geformuleerd. Een definitieve beslissing over welke topstukken voor vervreemding zullen worden voorgedragen is nog niet genomen, aldus Fuchs. Voor de twee schilderijen van Picasso die in dit verband zijn genoemd, hebben zich al wel kopers gmeld, onder wie overigens geen Nederlands museum.