Verhalen van Christien Kok; Dood door een theepot

Christien Kok: Hersenpan. Uitg. Querido. 114 blz. Prijs ƒ 26,90.

Er komt in het werk van Christien Kok en dus ook in haar nieuwe verhalenbundel Hersenpan geen glazenwasser voor. Was dat wel zo, dan had zij zich de bij zijn beroep behorende dramatische mogelijkheden zeker niet laten ontglippen. Dan zou de man van zijn ladder zijn gesmakt of door een raam gevallen, met alle gevolgen vandien.

Ik durf dat gerust te beweren, omdat er al vanaf haar debuut louter brekebenen rondlopen in haar verhalen. Het liefst zitten ze nog werkloos bij de pakken neer. Hulpeloze en contactgestoorde types zijn het, opgesloten in een leeg en uitzichtloos bestaan. Een benepen bestaan ook, waarin volop wordt gegluurd naar andere mensen, die zich op hun beurt meestal ook niet onbetuigd laten. De glazenwasser zou, beroepsgluurder als hij nu eenmaal is, ook om die reden niet misstaan hebben in een van haar verhalen.

Soms is er een vage verwijzing naar een ongelukkig verleden of een lichaamsgebrek dat de aanleiding heeft gevormd tot het onaangepaste gedrag. De fotograaf in de roman Geweten (1987) die eerst zijn fototoestel vernielt, vervolgens zijn hond doodslaat en tenslotte zijn zoontje op een haar na laat verongelukken, wordt achteraf geëxcuseerd door een jeugdtrauma. Van andere personages moet worden aangenomen dat zijn hun onverantwoordelijke gedrag aan zichzelf hebben te wijten.

Het uitgesproken naargeestige karakter van Koks werk moet wel zitten in de willoze overgave aan het niets, aan een bestaan in ledigheid gesleten. Zij geeft daarmee uitdrukking aan een al even naargeestig wereldbeeld, waarin de dood het onontkoombare eindpunt vormt van veel zinloos getob.

In de roman Oude maskers (1989) wist Kok deze akelige boodschap een stuk aantrekkelijker in te kleden en althans de schijn te wekken dat er tussen wieg en graf nog wel eens iets aardigs te beleven valt. Hoofdpersoon in deze roman is een montere en wereldse verpleegster, die wieg en graf als het ware weet te verenigen door zowel babies als bejaarden te verzorgen. Oude maskers is een toegankelijke en hier en daar bepaald amusante roman, met mooie en venijnige dialogen tussen dement geachte bejaarden.

Het is jammer dat Kok deze losse en ook wat directere manier van vertellen niet heeft voortgezet. In de nieuwe verhalenbundel Hersenpan gaat het er weer heel wat stijver en ook rijkelijk ”literair' aan toe. De angst voor de al te gewone mededeling en de neiging om elke zin mooi en veelzeggend te willen maken, stempelen haar tot een Revisor-dochter. Het best valt deze huiver voor het alledaagse woord trouwens nog te illustreren met een citaat uit Oude maskers waarin zij een 23-jarige student een omschrijving laat geven van wat wel een discotheek moet zijn: “Een ruimte vol lawaai en bedrijvig hossende mensen. Een massaal samenzijn van jeugdige lieden, die zich vrij meenden te bewegen op het strakke ritme van de muziek.” Een precieus ventje kortom, deze student. Veel van haar personages hebben wel iets van de ouwe sok die het allemaal niet meer zo snel kan bijbenen.

Koks stijl is erg verzorgd, maar in haar behoefte aan mooie formuleringen vergeet zij wel eens het onderscheid tussen hoofd- en bijzaak, groot en klein. Alles en iedereen krijgt hier de kans om zich op de voorgrond te dringen. In het eerste verhaal uit Hersenpan wordt een terloopse en behoorlijk oninteressante figuur op deze manier opgeblazen tot een man van formaat. “Hij heeft zwart haar en dikke wenkbrauwen. Zijn lichte ogen lijken eigenlijk voor een ander gezicht bedoeld. Zo viel het me bij de begroeting op dat hij korte armen heeft voor zijn lengte, alsof zijn schepper niet heeft kunnen kiezen tussen twee verschijningsvormen van de mannelijke soort. Grote voeten, dat wel. Als je eenmaal begint met je in details te verliezen is het eind zoek. Gelukkig bleven we niet lang staan; hij bood me een stoel aan met een mengeling van amicaliteit en hoffelijkheid. Hij lijkt me iemand die blijmoedig berust in een zekere tweeslachtigheid.”

Wijdlopig

Alle negen verhalen, hoe kort ook, gaan gebukt onder hun wijdlopigheid, onder een overvloed aan zulke details. Daardoor hebben ze weinig substantie, maar waaieren ze des te meer naar alle kanten uit.

Overigens is het denkbaar dat die wijdlopigheid niet als een tekortkoming van Christien Kok gezien moet worden. Mogelijk is het juist haar bedoeling geweest om haar verhalen zo diffuus en chaotisch mogelijk te laten verlopen, om zo inzicht te geven in de ordeloze hersenpan, die wij ons brein noemen. Dat maakt de verhalen er niet meteen een heel stuk beter of mooier op, maar wel begrijpelijker.

Onder het stof van veel bijkomstigheden gaan nogal miezerige geschiedenisjes schuil, die het vooral moeten hebben van een dramatische omslag. Zo is er een sollicitant die een lang gekoesterde kinderwens in vervulling brengt door een school met conciërge en al in vlammen op te laten gaan. Een stokoude vrouw in een ander verhaal blijkt haar vijftig jaar jongere echtgenoot in het geniep om zeep te hebben geholpen, - uit recalcitrantie tegen de natuurlijke loop der dingen vermoedelijk. En er is een man die zijn moeder indirect de dood in jaagt door haar zo innig geliefde theepot kapot te smijten. Doorslaggevende motieven hebben ze niet voor hun wandaden, of het moest verongelijktheid zijn over de eenzaamheid en de vergeefsheid van hun bestaan.

Er is geen reden om aan te nemen dat het hun anders zal vergaan dan de man die hoopte op een voortbestaan na de dood in de hersenpan van zijn vrouw. Maar de weduwe houdt de voormalige huistiran zo langzamerhand wel voor gezien. “Arme Henri, het zal hem tegenvallen. Ze zocht tot op de bodem van haar geheugen, maar bleef steken bij een opgeblazen zieke, die haar zelden meer in de rede viel.”

De tijdelijkheid van alles. Ik denk dat het vooral dat is, wat Christien Kok met haar verhalen duidelijk heeft willen maken. Het zal wel niet helemaal haar bedoeling zijn geweest, maar het gevolg van die zienswijze is wel, dat niet alleen de mens en zijn hersenpan, maar ook de verhalen erover nogal tijdelijk schijnen. Zij zijn immers maar van stof en moeten dus ook tot stof weerkeren, en misschien wel wat sneller dan de schrijfster ervan heeft kunnen voorzien.