Sovjet-staten organiseren hun defensie samen

MOSKOU, 13 SEPT. Vijftien republieken en voormalige republieken van de Sovjet-Unie hebben besloten deel te nemen in een gezamenlijke verdedigingsmacht.

Zij hebben tevens toegezegd zich te zullen houden aan alle akkoorden op het gebied van wapenreductie die gesloten zijn door de Sovjet-Unie. Kernwapens blijven onder centraal gezag. Volgens de krant Komsomolskaja Pravda is dit het resultaat van onderhandelingen tussen de Sovjet-minister van defensie Evgeni Sjaposjnikov en ministers van defensie van de (voormalige) republieken.

De bijeenkomst is de eerste van een serie waarin de toekomstige vorm zal worden vastgesteld van de Sovjet-strijdkrachten en de eventuele eigen verdedigingsmachten van de scheidende republieken. Aan de besprekingen werd ook deelgenomen door afgevaardigden van de drie Baltische staten, die inmiddels hun eigen ministeries van defensie en veiligheidscomités hebben ingesteld. Deze landen willen het vertrek van alle Sovjet-troepen van hun grondgebied.

Commandanten van het Rode Leger die tijdens en na de machtsgreep van 18 augustus loyaal bleven aan president Gorbatsjov hebben overwogen het Kremlin te bombarderen of aan te vallen met luchtlandingstroepen.

Dat heeft minister van defensie Sjaposjnikov gezegd in een vraaggesprek met de liberale krant Nezavisimaja Gazeta. Het plan voor een aanval met luchtlandingstroepen werd echter snel verlaten, omdat men vreesde voor een bloedig verzet van de KGB-soldaten die in en om het Kremlin waren opgesteld.

Sjaposjnikov was ten tijde van de mislukte coup bevelhebber van de Sovjet-luchtmacht. Volgens Sjaposjnikov besloten hijzelf en de bevelhebber van de luchtlandingstroepen, generaal Pavel Gratsjev, geen bevelen op te volgen van de opperbevelhebber van de strijdkrachten, maarschalk Jazov, die deel uitmaakte van het comité dat de coup uitvoerde. Sjaposjnikov zei van plan geweest te zijn het Kremlin te laten bombarderen in het geval van een bestorming van het Russische parlement, brandpunt van het verzet tegen de coup en hoofdkartier van de Russische president Boris Jeltsin. “Wanneer tot een aanval op het Russische parlement zou zijn bevolen, zou ik naar het Kremlin zijn gegaan om een ultimatum te stellen voor het intrekken van dat bevel. Wanneer ik tien minuten na het verstrijken van het ultimatum niet teruggekeerd zou zijn, zouden mijn bommenwerpers geen steen van het Kremlin op de andere gelaten hebben”, aldus de minister van defensie.