Sociaal-democraten in Zweden op verlies; De meerderheid van de oppositiepartijen wil de Zweedse verzorgingsstaat niet aantasten; "Met Olaf Palme hadden de sociaal-democraten waarschijnlijk veel sneller de bakens verzet'

STOCKHOLM, 13 SEPT. Rima Mousa, een jonge werkneemster van een fabriek van het telecommunicatiebedrijf Ericsson in een buitenwijk van Stockholm, glimlacht verlegen en erkent dat zij nog niet weet op welke partij ze bij de verkiezingen van zondag moet stemmen. Het is voor het eerst dat zij haar stem mag uitbrengen.

Al plukkend aan zijn besmeurde blauwe overall verklaart haar slechts weinig oudere collega Anders Vikström bedachtzaam dat hij hierover ook nog geen besluit heeft genomen. Alleen de weer wat oudere Uno Lov, werkzaam op de afdeling gereedschap van het uitgestrekte fabriekscomplex aan het Telefoonplein, weet al zeker dat hij ook ditmaal weer de sociaal-democraten van premier Ingvar Carlsson zal steunen.

De dagen dat de sociaal-democraten onvoorwaardelijk konden rekenen op de steun van de fabrieksarbeiders zijn voorbij. Vooral de jongeren laten de partij volgens de opiniepeilingen massaal in de steek. Ook de machtige, nauw met de sociaal-democraten verbonden vakbonden trekken maar weinig jonge leden meer. “Als ik de keuze had zou ik liever minder belasting betalen, ook al zouden de sociale voorzieningen daar misschien wat onder lijden”, zegt Rima.

De Zweedse sociaal-democratische Partij die het land gedurende 53 van de afgelopen 59 jaar regeerde en een stelsel van sociale voorzieningen schonk dat zijn gelijke niet kent, lijkt aan de vooravond te staan van een historishe nederlaag. In 1928 bleef de partij voor het laatst beneden de veertig procent. “Ik zou niet willen beweren dat het in strijd is met de Grondwet voor de sociaal-democraten om onder de veertig procent te duiken, maar het lijkt er wel op”, spot de politicoloog Olof Petersson van de Universiteit van Uppsala.

Al maanden voorspellen de peilingen zwaar verlies voor de partij. Op zekere ogenblik daalden de sociaal-democraten zelfs tot beneden de dertig procent. Inmiddels is dat weer wat bijgetrokken, maar de meesten in de partij hebben zich er al mee verzoend dat zij na de verkiezingen in de oppositiebanken zullen belanden.

Wat is er mis gegaan met de partij, die bijna een synoniem was geworden voor Zweden? De meeste waarnemers zijn het erover eens dat de partij te lang is blijven vasthouden aan een alles overheersende rol van de overheid in de samenleving. Er was niet voldoende ruimte meer voor het individu. De staat zorgde voor alles, van fraai uitgeruste kinderopvangcentra tot bejaardentehuizen. Voor de Zweden reikte de zorgzame maar soms wat bemoeizuchtige hand van Moedertje Staat van de wieg tot het graf.

Zoals ook in andere landen leidden de royale sociale voorzieningen na verloop van tijd tot bepaalde misstanden. Zo steeg het ziekteverzuim tot schrikbarend grote hoogte. Gemiddeld bleven de anders zo blozende en gezonde Zweedse werknemers 25 werkdagen per ziek thuis.

Begin dit jaar besloot de regering hieraan paal en perk te stellen door zieken de eerste drie dagen slechts zeventig procent van hun salaris uit te betalen in plaats van de honderd procent van vroeger. Onmiddellijk daalde het normale ziekteverzuim.

Wel deed zich volgens kranteberichten het merkwaardige verschijnsel voor dat het aantal meldingen van zieke kinderen plotseling explosief steeg. Een ontwikkeling die niet geheel los kon worden gezien van het feit dat Zweedse ouders bij ziekte van kinderen beneden de twaalf jaar mogen thuis blijven met volledig behoud van salaris (tot een maximum van 120 dagen voor zeer ernstige gevallen). Pas na zes dagen is er een dokterscertificaat nodig.

Sören Kindlund van het ministerie van sociale zaken meent evenwel dat het wel meevalt. Hij wijst erop dat er al sinds vorig jaar een trend is van minder ziekteverzuim. De eerlijkheid gebiedt inderdaad te zeggen dat de cijfers er erger uitzien dan ze zijn. In Zweden werken veel meer vrouwen dan in andere Europese landen en dikwijls moet er op de een of andere manier een mouw worden gepast aan de opvang van de kinderen. Ook zitten bij het ziekteverzuim inbegrepen langdurig zieken die in Nederland al gauw onder de wao zouden vallen.

Toch is bij het gemiddelde bedrijf elke dag tien procent van het personeel ziek, terwijl nog eens vijftien procent op studieverlof is, met zwangerschapsverlof (geldig voor zowel de vrouw als de man), op vakantie of nog weer om een andere toegestane reden afwezig. Bedrijven en kantoren zagen zich genoodzaakt om aanzienlijk meer personeel aan te stellen dan vergelijkbare instellingen elders in West-Europa.

Het enorme scala aan activiteiten van de overheid kost handenvol geld. De overheidsuitgaven beslaan in Zweden dan ook zo'n zestig procent van het Bruto Nationaal Prodrukt. Om dit te financieren legde de regering de burgers belastingen op die tot tachtig procent van het salaris konden oplopen. Weliswaar is de loonbelasting inmiddels aanzienlijk verminderd maar om dit te compenseren heeft de regering voor bijna alle goederen en diensten een BTW-tarief ingevoerd van maar liefst 25 procent, waardoor alles in het toch al peperdure Zweden nog aanmerkelijk kostbaarder werd.

Een ander minder gunstige eigenschap van het “Zweedse model” of de “derde weg” zoals de aanpak van de Zweedse sociaal-democraten ging heten, was een wildgroei aan ambtenaren. Zelfs een aanhanger van de sociaal-democraten als Uno Lov vindt dat er best het mes mag worden gezet in het ambtenarenapparaat, nu het bedrijfsleven op grote schaal mensen moet ontslaan. “Ik denk dat veel van die mensen beter iets anders kunnen doen. Dat zou een hoop geld uitsparen”, zegt hij.

De sociaal-democraten hebben pech dat de Zweedse economie zich net op het dieptepunt van een recessie bevindt. De regering heeft niet zonder succes de inflatie bestreden, die tot in de dubbele cijfers was opgelopen. Maar de prijs die voor dit beleid moest worden betaald is werkloosheid. De Zweden die gewend zijn aan werkloosheidscijfers van hooguit een paar procent zitten nu plotseling opgescheept met ruim 3 procent en dit zal waarschijnlijk nog verder stijgen.

Vice-premier Odd Engström windt er geen doekjes om: “Wat er van het Zweedse model terechtkomt, hangt uiteindelijk altijd af van het concurrentievermogen van de Zweedse industrie”. De sociaal-democraten beseffen wel degelijk dat ze het over een andere boeg moeten gooien, wil het model althans gedeeltelijk behouden blijven. Ze hebben inmiddels een bescheiden begin gemaakt met de privatisering van staatsbedrijven en met de vermindering van subsidies.

Een psychologische doorbraak van de eerste orde was ook de aanvraag van het lidmaatschap van de Europese Gemeenschap. Slechts weinige Zweden protesteerden hiertegen. De regering heeft de Zweedse Kroon inmiddels aan de Europese munteenheid ECU gekoppeld.

Het probleem voor de sociaal-democraten is echter dat geen van deze op zichzelf verstandige stappen logisch uit hun veel geprezen “model” voortvloeit. Ze wekken de indruk alsof zij deze stappen slechts nemen om de oppositie de wind uit de zeilen te nemen, alsof ze wanhopig proberen hun greep op de dingen niet te verliezen. De oppositie op haar beurt voelt dat de fut eruit is bij de sociaal-democraten en roept de kiezers dan ook uit alle macht toe dat het tijd is voor een “Nieuwe Start voor Zweden”.

Ze worden hierbij een handje geholpen door premier Ingvar Carlsson. De sociaal-democratische voorman werkt bijzonder hard. De vijf en een halfjaar die hij nu aan het bewind is, hebben veel extra rimpels achtergelaten op het vriendelijke gelaat van de 57-jarige premier. Evenmin ontbreekt het hem aan kennis van zaken of aan politiek tactisch inzicht. Maar hij mist te enen male het charisma waarmee zijn in maart 1986 vermoorde voorganger Olof Palme rijkelijk was begiftigd.

“Als Palme er nog was geweest, hadden de sociaal-democraten waarschijnlijk veel sneller de bakens verzet”, meent professor Äke Andersson van het Instituut voor Toekomstige Studieën in Stockholm. “De huidige leiding mist de wil en het vermogen daartoe”. Andere waarnemers twijfelen of Palme zoveel verschil zou hebben uitgemaakt. Volgens hen moet de partij, die lange tijd zowel de meerderheid van de industrie-arbeiders als de ambtenaren vertegenwoordigde, nu kiezen tussen beide groepen wegens het uiteengroeien van hun belangen. Ook Palme zou aan deze keuze niet zijn ontkomen, geloven zij.

“Betekent een nederlaag van de sociaal-democraten het einde van het Zweedse model”, zo informeerde deze week een Tunesische journaliste bij vice-premier Engström op een bezorgde toon die verraadde dat ze zich niet graag van dit mooie voorbeeld in de verte beroofd zag. “Nee”, stelde de bewindsman haar gerust, “het Zweedse model als zodanig staat niet op het spel”.

Sören Kindlund meent dat er zelfs niet van een crisis in het Zweedse model kan worden gesproken: “Wel geef ik toe dat er een aantal problemen zijn”. Hij verklaart dat de continuïteit van het systeem is gegarandeerd. Ook de meerderheid van de oppositiepartijen wil de verworvenheden van de Zweedse verzorgingsstaat niet aantasten. Daarover bestaat naar goed Zweeds gebruik een brede consensus. Net als trouwens de sociaal-democraten, wil de oppositie het model alleen aanpassen, maar wel sneller en ingrijpender dan nu.