Roman van Colin Thubron; Wilde nachten met Zoe

Colin Thubron: Turning Back the Sun. Uitg. Heinemann, 204 blz. Prijs ƒ 39,80. De Nederlandse vertaling verschijnt voorjaar 1992 bij de Arbeiderspers.

De hoofdpersonen van de romans van Colin Thubron zijn eenlingen die vaak op gespannen voet staan met de gemeenschap waar zij geacht worden deel van uit te maken. In zijn nieuwe boek, Turning Back the Sun, plaatst Thubron zijn voornaamste personage in een dubbel isolement: de 34-jarige Rayner voelt zich zowel geestelijk als geografisch buitengesloten.

Rayner werkt aan het einde van de jaren dertig als arts in een stadje in de binnenlanden van een naamloos, tropisch land, waar hij terechtgekomen is na de dood van zijn moeder bij een verkeersongeluk. Het leven daar is bedrijvig en ruw, de bewoners zijn stuk voor stuk koloniale pragmatici die verstoken zijn van al te grote hartstochten; ze bedrijven de liefde of het handel is, en andersom. Rayner vult zijn dagen met hard werken, maar zijn geest wordt beheerst door een groot en intens verlangen: hij droomt ervan terug te keren naar de hoofdstad, waar hij is opgegroeid.

Zijn herinneringen aan een gouden jeugd hebben de stad in zijn hoofd tot een verloren paradijs gemaakt, waar het leven zich in een perfecte harmonie voltrok. Rayners verlangen om terug te keren wordt niet of nauwelijks gedeeld door de mensen in zijn directe omgeving; zij doen zijn droom af als onpraktische nostalgie. Intussen gebeuren er in het stadje vreemde dingen: een ongrijpbare, nieuwe ziekte, een soort gruwelijke huiduitslag, doet de spanningen tussen westerlingen en de autochtone bevolking oplopen tot voorbij het kookpunt. Op een onnadrukkelijke manier laat Thubron zien hoe de ontheemde westerlingen langzaam maar zeker in de greep van een collectieve paranoia raken, die ook nog gevoed wordt door een aanhoudende droogte. Uiteindelijk lijkt bruut geweld tegen de wilden, zoals de oorspronkelijke bewoners worden genoemd, de enige uitweg te zijn.

Het is een benauwde wereld waarin Rayner moet leven. Bijgestaan door een paar vrienden probeert hij vergeefs de nieuwe ziekte te demystificeren. (In het uitgedroogde stadje heeft zijn naam een symbolische betekenis; hij staat voor het gezonde verstand.) Hij begint een relatie met een andere buitenstaander, de wilde nachtclubdanseres Zoë. Wanneer een tante van hem, die in de hoofdstad woont, haar huis aan hem wil nalaten, staat zijn besluit echter snel vast: Rayner gaat terug. Hij breekt zijn verhouding met Zoë af, zegt zijn baan op en stapt in de trein.

Op dat punt heeft Thubron zijn verhaal al genoeg allegorische trekjes gegeven om de afloop voorspelbaar te maken: Rayners thuiskomst eindigt in desillusie. In zijn hoofd heeft hij de tijd stil gezet, maar terug in de hoofdstad merkt hij vrijwel direct dat het leven ook daar niet onveranderd is gebleven. Zijn oude vrienden zijn op drift geraakt, hun ooit zo vanzelfsprekende verbond is uiteengevallen. Tijdens een korte ontmoeting maakt zijn oude, geïdealiseerde jeugdliefde korte metten met zijn illusies over een volmaakt verleden. Het is zoals zijn doodzieke tante hem zegt: "This is only a place to be a child in.' Rayner beseft dat zijn wereld de wereld van het stadje in de binnenlanden is geworden, met alle haat en geweld en gespletenheid; onwillekeurig heeft hij het zich eigen gemaakt. Na enkele dagen keert hij terug.

Turning Back the Sun eindigt met een scène waarin Rayner, die als arts gedwongen is een strafexpeditie van het leger in de binnenlanden te vergezellen, getuige is van een inheems ritueel dat een commentaar lijkt op zijn eigen verhaal: een stam probeert door gezangen en rituele dans de zonsondergang te verhinderen. Dat is precies wat Rayner geprobeerd heeft te doen en net als de wilden is hij er niet in geslaagd de tijd stil te zetten.

Het is duidelijk dat Thubron Rayners uiteindelijke berusting eerder ziet als een overwinning dan als een nederlaag. Zijn onvermogen om terug te gaan naar de veilige, besloten wereld van zijn jeugd, dwingt hem zijn latere ontworteling te beschouwen als een natuurlijke staat.

Schematisch

De manier waarop Thubron zijn thema vorm heeft gegeven is nogal schematisch; hij laat de lezer geen moment raden naar zijn bedoelingen. Hoe realistisch en beeldend zijn beschrijvingen van zijn personages en hun omgeving ook zijn, ze worden voortdurend overschaduwd door hun symbolische waarde. De lezer gaat onwillekeurig op zoek naar actuele parallellen (Sovjet-Unie, Aids, hedendaags racisme). Door al die nadrukkelijke symboliek krijgen Thubrons thema's iets van kalenderwijsheden; je kunt nooit teruggaan, de tijd staat niet stil.

Daar staat tegenover dat Thubron een meester is in het oproepen van plaatsen en situaties; hij is een uitstekend stilist. De claustrofobische situatie in het stadje weet hij bijna tastbaar te maken en de scènes waarin de bewoners hun irrationele angsten proberen te rechtvaardigen met pseudo-argumenten is meer dan alleen geloofwaardig. Maar het is de relatie tussen Rayner en de danseres Zoë die Turning Back the Sun werkelijk gewicht geeft. Het voorzichtige aftasten, de plotselinge stemmingswisselingen, de aarzelende affectie en uitbarstingen van hartstocht, de twijfels van twee mensen die allebei een verleden hebben; de schrijver gebruikt weinig woorden om het verloop van deze moeizame verhouding gestalte te geven, maar ze draagt het boek moeiteloos. Daardoor is Turning Back the Sun, waarschijnlijk tegen de bewuste bedoelingen van de auteur in, vooral het verhaal van een liefde.