Philips verslikt zich in videoketen Super Club

BRUSSEL, 13 SEPT. Het begon met het nobele streven een handvol arbeidsplaatsen te redden in Leuven en eindigde met een investering van 900 miljoen gulden in een luchtballon van een videoketen: Philips' bemoeienis met Super Club.

Een geplaagde Philips-directeur Jaap J. van Weezendonk, die orde op zaken moet stellen bij Super Club, legt uit dat Philips nooit van plan is geweest om de macht te nemen bij Super Club. Dat is een schot voor open doel. Het is nauwelijks mogelijk om een grote investering te rechtvaardigen in een bedrijf dat over de afgelopen veertien maanden 814 miljoen gulden verlies boekte op een omzet van 896 miljoen gulden. Een reconstructie.

Super Club is het geesteskind van M.L. de Prins. De Prins hield zijn oog gericht op 150 procent groei per jaar en dat tien jaar lang. Winkels werden uit de grond gestampt, videorechten opgekocht, video-appartuur ontwikkeld, films gefinancierd en zelfs restaurants aangekocht. Dat alles met geld en onder toezicht van investeerders als Noro van J.A. Fentener van Vlissingen. Directeur van Noro, F. Mouthaan, was tot voor kort commissaris.

Vorig jaar ontpopte De Prins zich plotselinge als een al te grote optimist, die niet in staat was zijn verplichtingen na te komen en er geen flauw benul van had dat zijn imperium aan mismanagement ten onder dreigde te gaan. De ontmaskering van Super Club voltrok zich pas nadat Philips een aanzienlijk belang in het bedrijf had genomen en zich had gecommitteerd aan een nog groter belang. Waarom liet Philips zich een verliesgevend bedrijf aanleunen?

Philips' Super Club avontuur wordt gekenmerkt door weifelend optreden en curieuze motieven. Philips raakte in 1989 bij het bedrijf betrokken. Niet omdat Eindhoven een software-tak wilde ontwikkelen - zoals het nu heet - maar omdat Philips België behoefte had aan expansie. Van Weezendonk: “Philips België zat toen in verlegenheid. We moesten onze fabriek in Leuven waar 800 mensen werkzaam waren sluiten en waren op zoek naar nieuwe activiteiten. Euroventures bracht ons toen in contact met De Prins.”

In de loop van 1990 breidde Philips zijn belang stapsgewijs uit. Het concern bediende zich daarbij onder andere van zijn Zwitserse 100 procents dochter Cofinpart. In November vorig jaar kwamen de eerste aanwijzingen dat Super Club, waarin Philips inmiddels 21 procent had verworven, in de problemen zat. “We dachten toen dat er uitsluitend liquiditeitsproblemen waren”, aldus Van Weezendonk. Aan serieuze moeilijkheden dacht hij nog niet: de jaarrekeningen, goedgekeurd door KPMG, beschreven een gezonde onderneming.

Daarom werd een kapitaalsinjectie van 4,4 miljard Belgische frank voorbereid. Philips en De Prins moesten ieder 2 miljard investeren en Euroventures tekende voor 400 miljoen. “We werden herhaaldelijk verzekerd dat De Prins het geld ook daadwerkelijk op tafel zou kunnen leggen”, verhaalt Van Weezendonk. Midden februari bleek dat De Prins zijn afspraken niet kon nakomen.

Het imperium van De Prins wankelde. Van Weezendonk dook in de boeken van Super Club en kwam tot de conclusie dat het bedrijf door en door ziek was, dat er miljarden-verliezen op de loer lagen. Tijdens een “indringend privé-gesprek” in de nacht van 28 februari wist De Prins Van Weezendonk ervan te overtuigen dat hij niet op de hoogte was van de problemen in zijn eigen bedrijf. “De Prins was oprecht perplex.”

Na grondig onderzoek door Nederlandse accountants van KPMG bleek het verlies uit te komen op 14 miljard frank. Om nog iets van de investering te redden en om zijn “public commitments” na te komen besloot Philips het heft in handen te nemen en van Super Club een soort Polygram te gaan maken.

Van Weezendonk geeft toe dat het nog een lange weg te gaan is voordat Super Club de contouren van een Polygram verkrijgt. De vraag is of Super Club ooit nog te vergelijken is met Polygram. Van Weezendonk: “Wij maken van Super Club "een visuele home entertainment-groep”. Achter deze vlag schuilt niet meer dan een gewone winkelketen. Van Weezendonk: “Waar we onze aandacht op richten is de detailhandel, hoewel dat concreet betekent dat we eerst een aantal winkels moeten sluiten”.

In de praktijk betekent het dat de zogenoemde "software'-activiteiten van De Prins worden weggesneden om de winkels met videoverhuur over te houden.

Van Weezendonk is vaag over de consequenties van de enorme Super Club investeringen voor het resultaat van Philips. Het omvangrijke verlies dat Super Club heeft laten zien, heeft onduidelijke gevolgen voor de cijfers van Philips. Op 31 maart toen Super Club zijn boeken sloot had Philips nog een minderheidsbelang, waardoor niet de winst maar de waarde van de aandelen van belang is. Volgens een Philips-woordvoerder is er in het eerste kwartaal een bedrag afgeboekt, maar hoeveel wil hij niet zeggen. De afboeking was nodig omdat de aandelen van het toen bijna failliete bedrijf veel minder waard waren dan vorig jaar toen driftig met Super Club werd gespeculeerd. Pas dit jaar wordt Super Club geconsolideerd en zullen de verliezen drukken op de groep Consumentenprodukten. Super Club zal dit jaar zeker verliesgevend zijn, maar Van Weezendonk wil niet zeggen hoe groot dat verlies precies zal zijn.

Door de gisteren aankondigde kapitaalinjectie van ruim 412 miljoen gulden krijgt Philips een belang van 75 procent in een nieuwe Nederlandse holding Super Club die alle werkmaatschappijen onder zich heeft. De resterende aandelen zijn in handen van een Zwitserse holding Super Club die vroeger alle werkmaatschappijen omvatte. In deze holding zijn de oude aandeelhouders van Super Club geschoven. Zij kunnen daar echter geen vuist maken, want Philips heeft ook een meerderheid in deze Zwitserse holding.