Nieuwe fusies bij HBO voorbarig

ROTTERDAM, 13 SEPT. "Voorbarig en onnodig' zijn de eerste informele reacties in het hoger beroepsonderwijs op het gisteren uitgelekte plan van minister Ritzen (onderwijs) om de hogescholen binnenkort in een tweede fusiegolf te storten. Officieel willen hogescholen en HBO-Raad pas op Prinsjesdag reageren, maar ze maken nu al duidelijk weinig of niets te zien in Ritzens aankondiging.

De angst is groot dat de minister de hogescholen tot nieuwe fusies dwingt op een moment dat ze nog bezig zijn de vorige te verwerken. Veel hogescholen worden dagelijks met de naweeën van de vorige ronde geconfronteerd: de talrijke bestuurscrises getuigen daarvan.

In het Hoger onderwijs- en onderzoekplan (HOOP) hanteert de minister een opvallende redenering als argumentatie voor zijn voorstel. Hij juicht het toe dat op een aantal plaatsen hogescholen na de eerste fusiegolf zijn doorgegaan met fuseren. Maar het zou pas echt mooi zijn, aldus Ritzen, als overal het fuseren doorging. Dus wil hij nu een fusieronde waaraan alle hogescholen moeten meedoen. Ritzen sluit daarbij niet uit dat hij zelf zal aangeven welke hogescholen met elkaar moeten samengaan.

Het hoger beroepsonderwijs heeft zich ontwikkeld tot een bloeiende sector binnen het hoger onderwijs. De grootscheepse fusie-operatie die bij het verschijnen van de beleidsnota "Versterking door samenwerking' in 1983 begon heeft daar in belangrijke mate aan bijgedragen. Ruim 200.000 studenten telde het hoger beroepsonderwijs toen de nota verscheen. Dat zijn er inmiddels zo'n 250.000.

De 413 instellingen uit 1983 zijn voor het grootste deel opgegaan in een veel kleiner aantal grote tot zeer grote hogescholen. Momenteel telt het hoger beroepsonderwijs tachtig hogescholen. Daarvan zijn er zo'n twintig met zeshonderd studenten of minder. Dat zijn voornamelijk pedagogische academies die indertijd hebben verkozen buiten het fusieproces te blijven.

Aan de uitzonderingspositie van de pabo's komt volgend jaar een einde, tenzij Ritzen nog een keer voor een periode van vijf jaar hun leven rekt. Maar de verwachting luidt dat de meeste pabo's de komende jaren opgaan in de educatieve faculteiten die staatssecretaris Wallage wil vormen en waarin de verschillende lerarenopleidingen worden ondergebracht.

Ritzen wil zoals gezegd zeer grote regionale hogescholen. Dat hoeft volgens hem niet te leiden tot de samenvoeging op een plaats. Maar in de praktijk zal dat vaak onontkoombaar zijn.

Het kabinetsbeleid hierbij is opvallend. Voorzien kan worden dat verdere fusies er toe zullen leiden dat meer studenten gaan wonen in (het kleinere aantal) steden waar de hogescholen straks zijn gevestigd. Er zal daar dus behoefte zijn aan meer woonruimte. De aankondiging dinsdag, door Ritzens collega Alders (volkshuisvesting), dat de subsidie voor studentenhuisvesting met veertig miljoen gulden wordt verlaagd, wat vrijwel een halvering van het budget betekent, is daar niet goed mee te rijmen.