Minnelijk overleg over mest is nu voorbij

DEN HAAG, 13 SEPT. Inkrimpen van de veestapel. Het begrip hing lange tijd dreigend boven het boerenland zonder dat echt de angst bestond dat het ooit zover zou komen. Maar nu na PvdA-minister Alders van milieubeheer ook de "eigen' CDA-minister Bukman van landbouw zijn denkhoofd die richting op heeft gezet, zit men op het platteland echt in de piepzak.

Het gaat bij dit alles om het terugdringen van het mestprobleem. Dat heeft vooral op de "arme zandgronden' van het Oosten, Midden en Zuiden van het land een dusdanige omvang aangenomen dat men in de derrie dreigt te stikken en het milieu onaanvaardbaar is aangetast.

In het scenario dat gisteren in het gesprek met het landbouwbedrijfsleven werd gepresenteerd, is in de eerste plaats een verbod op uitbreiding van de veestapel voorzien voor die veehouders, die niet in staat zijn hun mestoverschot te verwerken. Dat is al een gevoelige klap, want ook hier geldt dat stilstand achteruitgang is. Doordat bovendien de weg van verplaatsing naar "schone gebieden' wordt afgesneden, kunnen de veehouders geen kant meer op.

Mocht in 1995 blijken dat industriële mestverwerking van ten minste 6 miljoen ton niet haalbaar is, dan komt inkrimping van de veestapel in zicht. In elk geval zullen de bewindslieden ervoor zorgen dat het draaiboek daar klaar voor ligt. Weliswaar is de term "inkrimping' in het gesprek tussen Alders, Bukman en de landbouworganisaties gisteren niet letterlijk gevallen; dat de dreiging reëel is, is duidelijk.

Boeren in mestoverschotgebieden als Overijssel en Noord-Brabant overwegen acties. In elk geval moet worden gevreesd, zeggen hun vertegenwoordigers, dat de "loyaliteit' om zelf het probleem op te lossen ernstig onder druk staat. Bovendien zou het verbod op uitbreiding en straks mogelijke inkrimping de financiële positie van de bedrijven zo verzwakken, dat er te weinig geld wordt verdiend om milieumaatregelen te financieren. Dat is precies de reden waarom Bukman tot voor kort een term als inkrimping taboe verklaarde: dat zou de boeren maar ontmoedigen en dus contraproduktief zijn.

Agrarische organisaties wijzen erop dat met de rijksoverheid in het verleden afspraken zijn gemaakt, die gebaseerd zijn op de zelfwerkzaamheid van de boeren. Men ervaart het gisteren bekend geworden verscherpte mestbeleid dan ook, zoals een Brabantse boerenvoormaan het uitdrukt, als "een stoot onder de gordel'. Het Landbouwschap was woedend. Nee, een term als "oorlog met het kabinet' wilde voorzitter Mares niet in de mond nemen. Maar van vrede is allerminst sprake.

Dat er een probleem met de mest is, is al zeker sinds het begin van de jaren tachtig, zoal niet veel eerder, bekend. Onder minister Braks werd een beleid ontwikkeld dat erop was gericht in fasen tot het jaar 2000 de hoeveelheid mest terug te brengen. Maar de weg van de geleidelijkheid bleek niet het gewenste resultaat te brengen. In grote delen van de mestoverschotgebieden zijn gronden zo verzadigd dat ze als het ware nog alleen maar bestaan uit metersdikke poep. Het grondwater is op sommige plaatsen zo aangetast dat het niet meer geschikt wordt bevonden er drinkwater van te te maken.

Doordat bovendien de normen voor fosfaat en nitraat de komende jaren - ook als gevolg van EG-afspraken - alleen maar strenger worden, neemt het probleem in omvang toe. Hoe minder mest over het land mag worden uitgereden, hoe groter het overschot. Uitzicht op voldoende verwerking van deze mestberg in fabrieken is er niet, al zegt het Landbouwschap te werken aan een plan daarvoor.

Daarom, vinden Alders en Bukman, moet het beleid tussentijds worden aangescherpt. Daarmee wordt de weg van minnelijk overleg verlaten. Dat is wat de boeren het meest wringt. Hadden ze tot nu toe de oplossing van het probleem grotendeels in eigen hand, nu lijkt het erop dat de ministers het initiatief hebben overgenomen. Dat wordt in het bedrijfsleven beschouwd als een motie van wantrouwen, die verhoudingen kan verzieken.

De toestand is echter zo slecht dat ook minister Bukman nu verregaande maatregelen bepleit omdat anders toekomstige generaties terecht het verwijt zullen maken dat de verantwoordelijken het er in de jaren negentig lelijk bij lieten liggen. Bukman erkende dat de afgekondigde maatregelen - waarvan de invoering overigens moet wachten op wetswijzigingen - “buitengewoon zwaar zijn”. Maar, voegde hij eraan toe: “We kunnen het probleem niet op zijn beloop laten”. Hoe lang hij dat al van mening is? “Die zorg had ik al op zak toen ik hier als minister binnenkwam.”

Alders en Bukman, die eerder openlijk met elkaar in de clinch lagen over het mestprobleem, tonen zich nu eensgezind. Over doelstellingen en termijnen bestond al geen discussie meer, onderstreepte de minister van milieu nog eens. Over de middelen tot voor kort wel. Die tijd lijkt voorbij, de ministers hebben hun prioriteiten duidelijk gemaakt.