Luchtdrukpistool

Karel Knip beschrijft (NRC Handelsblad, 11 september) de officiële procedure om de mondingsenergie van een vuurwapen te bepalen.

Leuk om te weten, maar als gezagsgetrouw privépersoon heb je er weinig aan. De methode vereist bovenmenselijke schutterscapaciteiten: hoe kun je exact in het midden van een stuk stopverf mikken, zodat het niet gaat roteren?

Wie wil weten of hij zichzelf (of in ieder geval zijn wapen) moet aangeven handelt als volgt. Los in de open lucht een schot recht omhoog en bepaal de tijd T die verstrijkt tot de kogel ergens in de nabijheid met een tik op de klinkers valt. Voor een val van hoogte h geldt: h=½.g.t²

Uw tijd T bevat ook de reis omhoog dus t=½.T en we krijgen: h=½.g.[(T-2)²]=⅛.g.(T²)

De hoogte-energie m.g.h op de maximale hoogte h is gelijk aan de mondingsenergie M bij vertrek van de kogel uit de loop (Wet van Behoud van Energie) dus:

M=m.g.h=⅛.m.g².T²De valversnelling g is ongeveer gelijk aan 9,8. Laat het kogeltje 0,5 gram (0,0005 kg) wegen, dan is: M=0,006.T² met T in seconden.

Als de mondingsenergie M beneden de 2,2 joule moet blijven dan is een reistijd T van de kogel van 19 seconden nog juist toelaatbaar. Blijft hij langer weg dan zwaait er wat. Voor zwaardere kogels is de limiet evenredig strenger (9,5 sec voor kogels van 1 gram, maar 38 seconden voor exemplaren van een kwart gram).

In deze berekening zitten geen onnauwkeurigheden, in de meting van T wel. U schiet niet exact recht omhoog, de kogel belandt misschien op een dak, etc. Het helpt om een paar keer te schieten en in de calculatie de hoogst gemeten tijd te gebruiken.