Loshangende flarden

Wie kaatst moet de bal verwachten. Niet verbaasd zijn wanneer de bal terugkomt. Nu is kaatsen niet meer de volkssport die het geweest is, dus laten we tennis nemen. Wie tennist moet er op rekenen dat de bal teruggeslagen wordt en dat kan soms hard gaan. We hebben het allemaal kort geleden tot in de kleine uren van de nacht op de televisie kunnen zien.

Hoe nu wanneer ik de teruggeslagen bal niet op mijn racket maar op mijn voorhoofd krijg? Ik heb dan een buil. Ik zal daar enigszins beduusd van staan, voor zover ik nog kan zien zal ik mijn tegenstander dreigend aankijken, maar ik zal erkennen dat dit een punt voor hem is, helaas. All in the game.

Eind 1990 moest de Hoge Raad oordelen over een misslag op het tennispark Overhout in Haarlem. Als de game uit is moeten de ballen naar de kant van de volgende serveerder. Plichtsgetrouw kweet speler Nijgh zich van deze taak maar zijn naar de andere kant geslagen bal trof medespeler Heeck in het oog, waardoor Heeck het gezichtsvermogen van dat oog verloor.

Voor Heeck was dit aanleiding om Nijgh te dagvaarden tot vergoeding van de geleden schade. Hij had geen succes. Deelnemers aan het tennisspel, zo overwoog de Hoge Raad, moeten over en weer van elkaar gedragingen verwachten waartoe het spel uitlokt, waaronder onvermijdelijk van tijd tot tijd ook misslagen. Dergelijke gedragingen, die buiten de spelsituatie onvoorzichtig en daarom onrechtmatig zouden zijn geweest, hoeven dat karakter binnen de spelsituatie niet te hebben. Deze overwegingen lijken mij juist.

Maar nu het volgende geval. Twee amateur voetbalclubs hebben een gezellige wedstrijd ergens in de provincie. Van der Heide heeft de bal en speelt hem door. Even daarna ligt hij krimpend op de grond. Bij medisch onderzoek, zo zal de rechtbank later vaststellen, werd op het bot aan de binnenkant van de knie een groot defect geconstateerd met loshangende flarden en losse kraakbeenstukken.

De veroorzaker van het letsel - een zekere Dekker - wordt veroordeeld tot een nader vast te stellen schadevergoeding. En die kan in de papieren lopen want de getroffene had een SRV-wagen, waarmee hij fluitend door het dorp placht te trekken. Die wagen heeft hij aan de kant moeten zetten. Het was geen doen meer, met die knie.

Lange getuigenverhoren waren aan de veroordeling voorafgegaan. De helft van de getuigen had niets bijzonders gezien maar de andere helft, waaronder de scheidsrechter, had gezien dat Dekker het slachtoffer van achteren tegen het been schopte toen deze niet meer in het bezit was van de bal. Natrappen heet dat en dat mag niet.

Dekker ging in hoger beroep bij het gerechtshof. Wie voetbalt moet tegen een stootje kunnen, zo betoogde hij. Misschien waren de spelregels overtreden, maar dat is in de sport niet ongewoon, zelfs een geaccepteerde zaak. En: wie deelneemt aan een wedstrijd aanvaardt het risico van een blessure. De scheidsrechter, die het toch zeker kon weten, had niet eens een gele kaart uitgedeeld maar volstaan met een waarschuwing. Dan moet je achteraf niet zeuren, zeker niet naar de rechter lopen.

Maar het hof liet zich niet vermurwen en bevestigde het vonnis van de rechtbank. In cassatie gaf de Hoge Raad rechtbank en hof gelijk. Het hof had niet alleen vastgesteld dat de spelregels waren overtreden, zo overwoog de Hoge Raad, maar ook dat de gedraging van Dekker "abnormaal gevaarlijk' was. En niks risico-aanvaarding. Dat begrip is veel te algemeen. Natuurlijk weet een voetballer dat er spelers zijn die soms stevige schoppen uitdelen. Maar dat neemt niet weg dat hij er vanuit mag blijven gaan dat de tegenstanders op het veld zich behoorlijk zullen gedragen en niet onnodig blessures zullen veroorzaken.

Uit de krant hebben we mogen vernemen dat de KNVB niet erg gelukkig is met de uitspraak. De rechter moet zich niet bemoeien met de sport. Problemen tussen spelers onderling kunnen tuchtrechtelijk worden afgedaan. Gebeuren er ongelukken dan is er de via de KNVB lopende ongevallenverzekering en dat moet genoeg zijn. Als de rechter schadevergoeding gaat toekennen zullen de premies de pan uit rijzen. De UEFA verbiedt zelfs in haar reglementen dat spelers een rechtszaak tegen elkaar aanspannen.

Ik denk dat we blij mogen zijn dat de Hoge Raad het standpunt van de KNVB niet volgt. De sport mag haar eigen normen hebben maar het sportveld is geen vrijplaats waar alles geoorloofd is. We hebben in de afgelopen jaren in heel Europa een toenemende mate van agressie onder supporters mogen meemaken. Een eerste voorwaarde om dat te beteugelen lijkt te zijn dat de spelers zichzelf in de hand houden. De sportorganisaties zouden krachtiger moeten optreden. Gebeurt dat onvoldoende dan is het goed dat de rechter af en toe zijn oordeel geeft. Juristen en andere liefhebbers wordt aangeraden over deze kwestie het artikel te lezen van de Tilburgse hoogleraar Schoordijk dat eind oktober in het WPNR zal verschijnen.