Korps wil "alle middelen' benutten voor grotere instroom van minderheden; Politie A'dam wil norm voor opnemen allochtonen soepeler

AMSTERDAM, 13 SEPT. De Amsterdamse politie is er het afgelopen jaar niet in geslaagd de streefcijfers te halen bij het aannemen van agenten uit allochtone bevolkingsgroepen. Het korps zal “alle middelen” benutten om een maximale instroom uit deze doelgroep te bewerkstelligen. Daarbij zal niet worden geschroomd “het uitgangspunt van de gelijke geschiktheid als fundament voor de selectieprocedure minder gewicht te geven waar dat uitgangspunt gelijke kansen te veel in de weg lijkt te staan”.

De verscherping van het minderhedenbeleid bij de politie blijkt uit het “Politie minderheden aktieplan 1991” en de begeleidende brief van burgemeester Van Thijn die volgende week behandeld zullen worden in een vergadering van de hoofdstedelijke raadscommissie voor politiezaken. Het aktieplan is er op gericht het Amsterdamse politiekorps in samenstelling een afspiegeling te laten vormen van de hoofdstedelijke bevolking. Begin 1993 zou het personeel voor vijfentwintig procent uit vrouwen en voor tien procent uit etnische minderheden moeten bestaan. Eind vorig jaar bleken deze percentages evenwel op vijftien respectievelijk vijf te liggen.

Om meer vaart achter het minderhedenbeleid te zetten zullen kandidaten uit de allochtone doelgroep niet zonder meer worden afgewezen na een eerste onvoldoende test. Bekeken zal worden in hoeverre de betrokken agent met het volgen van een aanvullende cursus of opleiding alsnog het vereiste niveau kan halen. Daarbij wordt vooral gedacht aan het beheersen van de Nederlandse taal en aanvullende rij- en zwemlessen.

In een reactie op de voorgenomen plannen menen de vertegenwoordigers van de twee belangrijkste hoofdstedelijke politiebonden, de Amsterdamse Politie Vakorgansatie (APV) en de plaatselijke afdeling van de Nederlandse Politie Bond (NPB), dat de normen voor het aannemen van nieuwe agenten niet aangepast mogen worden voor minderheden. Het bijscholen op bepaalde onderdelen van de opleiding en het aanpassen van bepaalde testen aan de culturele achtergrond wordt door de bonden gesteund.

De bonden blijken behalve voor het aanpassen van de norm op het gebied van praktische vaardigheden op hun hoede voor bepaalde culturele invloeden. “Sommige moslims nemen ten aanzien van vrouwen heel andere standpunten in dan we hier gewend zijn”, aldus B. Driessen voorzitter van de APV, “Het is natuurlijk niet de bedoeling dat mensen die keihard discrimineren een pet op krijgen.”

Het is de ervaring van B. Wolven, voorzitter van de hoofdstedelijke afdeling van de NPB, dat de selectienorm bij het aannemen van allochtonen niet altijd wordt gehandhaafd. Daarbij gaat het vooral om het goed beheersen van de Nederlandse taal. “Het gaat hier beslist om intelligente mensen. Maar als er aanhoudend taalfouten in processen-verbaal komen te staan is er toch een probleem”, aldus Wolven.

Binnen het Amsterdamse politiekorps is het minderhedenbeleid de laatste weken extra in de belangstelling als gevolg van de overplaatsing van de coördinator van het minderhedenbeleid en de chef van het bureau werving, beiden van Surinaamse afkomst. Laatstegenoemde werd uit zijn funktie ontheven wegens de overschrijding van zijn budget van tachtigduizend gulden met 3,5 ton.

De coödinator minderhedenbeleid riep binnen het hoofdstedelijke politiekorps veel weerstand op door zijn radicale opstelling ten aanzien van het minderhedenbeleid. In sommige politiekringen werd gesuggereerd dat de overplaatsing van beide korpsleden verband hield met het onderzoek naar infiltratie van de Surinaamse cocaïne-maffia binnen de Amsterdamse politie. Dit werd echter ontkend door de korpsleiding.