Kamers kunnen praten; De lege en de volle wereld van Margriet en Annemie Heymans

Vroeger ging in veel kinderboeken de moeder dood en moesten zielige weesjes het zien te rooien met nare tantes. "De prinses van de moestuin' lijkt wel wat op zo'n ouderwets kinderboek. Moeder is dood, Hanna slooft en vader heeft het te druk om te luisteren. "De prinses van de moestuin' is gemaakt door de zusjes Heymans: Margriet tekende de linker bladzijden, Annemie de rechter. Links wordt het kaler en kaler, rechts steeds voller en gezelliger. Tenslotte is alles uit de linkerwereld verdwenen en naar de rechter gekomen.

Op het graf in de moestuin brandt een vuurtje. Een meisje zit er zingend iets te koken, een lekker papje zingt ze dat het is. Ze heet Hanna en ze heeft een vlecht en een lange soepjurk. Even later vangt ze een kip want ze heeft wel zin in rijstepap met kip. Ze is elf en haar moeder is dood, die ligt waarschijnlijk in dat graf. Soms praat de moeder nog wat. “Ach dood, wat is dood?” zegt ze. “Het is maar een woord voor als niemand je ziet en niemand je hoort.”

In het huis is een kamer met een rieten mand een divan een tafel twee stoelen een kaptafel een piano een boekenkast en een portret aan de muur waarop een vader, een moeder en twee kinderen. Die kamer wordt steeds leger. Elke dag komt Lutje Matte die al bijna zeven is en sleept er iets weg. Eerst de rieten mand. Dan de tafel en de stoelen. Dan de kaptafel met de spiegel. Dan de divan. Ten slotte de piano. De stem van mamma zegt: “Weet je nog hoe het vroeger was, toen je hier in je moeders armen lag? Ze leerde je liedjes. Ze voerde je eten.”

Lutje Matte en Hanna zijn broertje en zusje. Hanna is in het geheim van huis weggelopen, naar de moestuin. Lutje Matte leest thuis een verhaal over een prinses en 's nachts sleept hij al die meubels naar de sloot, voor Hanna, die ze daar door de geit of de hond laat ophalen. Thuis woont ook vader die meestal niet naar zijn kinderen luistert omdat hij altijd met zijn neus in zijn papieren zit, dat moet nu eenmaal zegt hij. Niet zo'n gezellige vader. Groter is de wereld niet in De prinses van de moestuin van Margriet en Annemie Heymans: een huis, een sloot, een moestuin met een muur erom heen, drie mensen, een geit, een hond. Maar deze wereld is groot genoeg voor een in veel opzichten ouderwets kinderverhaal.

Vroeger ging in veel kinderboeken de moeder dood, of ze was al dood, en dan moest een zielige wees - of twee zielige weesjes - het zien te rooien met nare tantes, zuinige stiefmoeders en-of afwezige want altijd drukke vaders. Vaak moest het meisje flink sloven en vader merkte helemaal niet hoe haar gezichtje steeds smaller werd en 's avonds beet ze in haar kussen of ze viel voor het open raam in slaap en werd heel koud en dan vond vader haar met opgedroogde tranen op haar wangen en dan werd hij ineens heel lief en vol aandacht en chocolademelk - oh wat een mooie boeken waren dat. Zielig maar prachtig. In De prinses van de moestuin gaat het ook een beetje zo. Moeder is dood, Hanna slooft, vader merkt haar zorgzaamheid niet op, hij hoort niet eens wat ze tegen hem zegt. Kleine Lutje Matte komt blij naar huis omdat hij over is gegaan, vader ziet alleen maar dat hij iets beter zijn best zou moeten doen met schrijven. Dus moet hij in de zomervakantie elke dag twee bladzijden over schrijven. “Ik moet ook nog spelen!” roept hij, maar daar wordt geen aandacht aan geschonken. Zo'n vader hebben ze dus.

Omdat ze er genoeg van heeft zonder ooit een lief woord altijd voor alles te zorgen, sluipt Hanna op een nacht het huis uit naar de nu verwilderde en afgesloten moestuin van haar moeder waar ze door een gat in de muur kruipt. Ook weer zo'n echt kinderboeken-wonder: een eigen paradijsje zonder grote mensen. En net als in het verhaal dat Lutje Matte thuis zit te lezen over een prinses die in een tuin wordt opgesloten door haar vader, zorgt Hanna voor zichzelf door appels te plukken en groenten te kweken. De tuin is een bijzonder idyllische plek met bloemen en water uit een tuinslang waar Hanna een douche van maakt en ze woont er samen met een pop van haar moeder zodat er iemand is om tegen te praten.

Happy end

Hanna en de prinses uit het verhaal hebben veel met elkaar te maken. Lutje zegt dat hij Hanna niet mist - “Kan me niks schelen dat Hanna weg is ze is toch een kat” - maar hij droomt wel van de prinses en meent haar ook te zien op de muur van de moestuin. De prinses is net zo oud als Hanna. Haar moeder is ook doodgegaan toen ze tien was. Lutje Matte stuurt de prinses een briefje. Hij plukt bloemen voor haar die hij op de kamer zet "die eerst van Hanna was'. Hij wil de prinses gaan halen en meenemen. Lutje Mattes fantasie laat weinig te raden over wat hij eigenlijk wil: zijn zusje terug. En tegelijkertijd geeft het verhaal van de prinses een toelichting op hoe Hanna zich voelt. Behalve haar moeder was er niemand die van de prinses hield want zij had zulke scherpe nageltjes dat zij haar moeder tot bloedens toe verwondde als zij haar omhelsde. Misschien voelt Hanna zich zelfs wel schuldig dat haar moeder is doodgegaan, ook al kan ze daar niets aan doen. Ze heeft helemaal geen scherpe nagels, ze bijt ze af.

Net als in ouderwetse kinderboeken komt alles goed, in dit geval op een wat sprookjesachtige manier. Op een nacht steekt er een enorme wind op die vader met al zijn papieren het huis uit blaast, zo de moestuin in. Ineens geeft vader niets meer om zijn papieren. Ineens is hij lief en aardig en zegt tegen Hanna: “Als ik jou toch niet had!”

“We wilden geen happy end. Alsjeblieft niet! Het einde hebben we bewust open gelaten. Dit is niet het verhaal van een gebroken gezin waarin alles weer in orde is gekomen. De ellende kan net zo goed weer van voren af aan beginnen”, zei Margriet Heymans afgelopen zaterdag in een interview in De Volkskrant. Op die manier bestaan er geen happy ends, na elk gelukkig slot kan het immers weer anders worden. Het eigenaardige is alleen dat het nét anders wordt want het is een verhaal en dat eindigt op de laatste bladzij. Op de laatste bladzij van De prinses van de moestuin timmert vader een dak op de moestuin en hij zegt met een mond vol spijkers "lief kind' tegen Hanna en Hanna schenkt tevreden soep in. Lutje Matte slaapt op de divan. Er volgt geen nieuw plaatje waarop vader weer tussen de dozen vol papieren staat en niet opkijkt als Hanna hem chocola komt brengen.

Glad

Margriet Heymans (1932) is de oudste van de twee zusjes Heymans en, zoals uit eerdere boeken bleek, de raarste. Zij maakte bijvoorbeeld het onvergetelijke Jipsloop waarvoor je meteen een kind zou willen krijgen alleen maar om samen die verhaaltjes te lezen en te bekijken. Jipsloop is een klein ventje met een grote pet die als een soort warmwaterzak op zijn hoofd ligt. Hij trekt vooral op met zijn vriendin Esther die denk ik volwassen is want ze kan goed lezen en taart bakken en ze heeft een kast waarin koek en spekken zitten. Misschien heeft ze zelfs wel borsten maar dat is niet zeker. De verhaaltjes stellen bijna niets voor maar zijn toch prachtig. Eentje gaat er zo (Jipsloop ligt in bed, Esther zit in nachtpon op zijn voeteneind): “De stiefmoeder. (J.) - Vertel je een verhaaltje? (E.) - Kan niet schelen wat? (J.) - Kan niet schelen wat. (E.) - Goed dan. Er was eens een...verschrikkelijke stiefmoeder. Die beet haar allerliefste stiefkind in zijn bil. Ze sloeg hem op zijn kop. Pam! Pam! Ze tilde hem op. Gaf hem honderd kusjes en ...liet hem in de afgrond vallen. Whammm! Toen stopte ze hem onder en zong liedjes voor hem tot hij sliep.” Op het laatste plaatje slaapt Jipsloop. Met een heel zoet gezicht. Onder zijn enorme pet.

Annemie Heymans (1935) tekent en schrijft ook en ook goed, maar iets gladder, vriendelijker, minder grillig dan haar zuster. In De gele draad en Adam Wortel krijgt bezoek tekenden ze ieder een deel van het verhaal en dat leverde boeken op die een geheel waren maar toch uit twee werelden bestonden en waarin griezelige en bizarre dingen gebeurden. Onderaardse boze mannetjes lieten vogels los die een hond tot bloedens toe pikten. Adam Wortel bindt een vrouw die haar baby kwijt is vast en zet haar bij hem thuis op een stoel en vindt het "heel gezellig dat hij zo onverwacht bezoek had gekregen van een dame uit de buurt'. Een vrolijk stelletje, de dames Heymans.

De prinses van de moestuin is ook een gezamenlijk produkt: Margriet tekende de linker bladzijden met het huis en de vader en Lutje Matte, Annemie de rechter met de moestuin en Hanna. Je moet erg goed kijken om onderscheid in stijl te zien. Wel zijn het twee verschillende werelden: een rechte, lege, met licht uit lampepeertjes, en een weelderige, zonnige, met krullende bladeren en ronde appels. Links wordt het kaler en kaler, rechts steeds voller en gezelliger. Tenslotte is alles uit de linkerwereld verdwenen en naar de rechter gekomen.

De tekeningen zijn met potlood en kleurpotlood op een beetje ribbelig papier gemaakt. Het zijn mooie, affe tekeningen, alles is glad en heel. Dat is anders dan vroeger toen de lijntjes bibberiger waren, de hoofden langer, de haren spaarzamer. Ook in haar vorige boek, het met de Woutertje Pieterse Prijs bekroonde Lieveling, boterbloem, was Margriet Heymans al kalmer gaan tekenen.Zo'n lief sprietje met een vlecht als Hanna is, zou vroeger niet uit een Heymans-potlood gekomen zijn. Maar Lutje Matte zou met een kussen op zijn hoofd nog aardig op de eigenwijze Jipsloop lijken.

Herinnering

Behalve plaatjes bevat dit nieuwe boek ook opvallend veel tekst. Maar wie niet goed naar de plaatjes kijkt doet verkeerd want daar zijn dingen op te zien die niet in de tekst voorkomen. Bij voorbeeld heeft de vader altijd een hoed op, je ziet zijn gezicht nauwelijks. Totdat hij naar de moestuin waait. Hoed weg. Een echte man geworden in plaats van een personage-met-hoed. En de hond en de geit zijn ook heel bezienswaardig al spelen ze maar kleine rolletjes. Maar goed, de tekst. Die is, eerlijk is eerlijk, minder dan de plaatjes. Zolang het om niet meer gaat dan in eenvoudige zinnen het verhaal verder helpen is er niets aan de hand. Maar soms wil de tekst poëtisch doen. Dan denkt Hanna: “Ik wou dat ik nog een moeder had!” wat tamelijk expliciet is want dat hadden we heus wel begrepen, en dan gaat de tekst haar troosten:

“Ze is niet verdwenen

Je kunt haar nog horen

In suizelende wind

In fluisterend gras

Ze zingt in de bomen

Dat doen alle doden

die bij leven zijn liefgehad.''

Hm. Suizelende wind, fluisterend gras en dat zo versregel-achtig onder elkaar, het plechtstatige "die bij leven zijn liefgehad' - een tikje aanstellerig is dat wel. Gelukkig staan er ook veel onopgesmukte zinnen in.

Wat juist weer goed is, is dat de dode moeder niet wordt weggemoffeld, zoals vroeger in kinderboeken gebeurde. De kinderen leven met de herinnering, niet alleen met het gemis. Hun moeder is een stem in hun hoofd, die ze soms verwelkomen, soms weg willen hebben: “Je moet me maar liever niet storen want ik heb het heel druk”. Moeders stem zegt lieve dingen, maar ze heeft het ook over onderwerpen waar de kinderen liever niet aan denken. Over vader bijvoorbeeld. “Over hem hoef je niet te praten,” zegt Hanna geërgerd terug. “Hoe krijg ik verdorie die jurk nou droog!”

Aan die stem van mamma is niets griezeligs. Alle enge dingen uit vroegere boeken zijn verdwenen. Geen aardmannetjes, geen pijn, hooguit een bozige stem in huis die zo maar uit het niets roept: NIET ROLSCHAATSEN IN DE GANG! Lutje Matte weet dat kamers kunnen praten. We weten allemaal dat kamers kunnen praten en dat kan behoorlijk beangstigend zijn, maar hier eigenlijk niet. En Hanna schijnt het ook niet angstig te vinden om 's nachts in de moestuin te slapen.

Het is een geruststellende wereld die van De prinses van de moestuin, net of er toch steeds een moeder aanwezig is. Een echte ouderwetse moeder, die maakt dat iedereen zich veilig en geborgen en thuis voelt, want dat is blijkbaar waar het om gaat. Om bramentaart bij de thee. “Ons huis rook toen nog naar een moeder.” Hanna neemt ook de ouderwetse moederplichten over: wassen en soppen en zorgen en koken. Dit is geen emancipatorisch prentenboek. In Zweden zouden ze het denk ik niet waarderen. Dat zou overigens dom zijn van de Zweden, want emancipatie is mooi, maar deze gezellige fantasie is ook niet slecht. De prinses van de moestuin wemelt van de kinderdromen: dat je een prinses zou tegenkomen, dat je een eigen tuin zou hebben waarin alles groeide wat je nodig had, dat op een dag alles goed kwam.