Het klokkemannetje

De mensen in de stad, Vlinderstad, waren bang. Heel bang! Want er was namelijk van de planeet Mars een mannetje gekomen.

Dat heette het klokkemannetje. Het zette alle klokken ongelijk. Als de vaders die naar hun werk moesten, wakker werden, was het soms zes of zeven uur op hun wekker. Maar als ze naar de radio luisterden, was het ongeveer tien uur. Zo kwamen ze dus te laat op hun werk!

De moeders die hun kinderen naar school moesten brengen, dachten dat (als het mannetje weer eens langs was geweest) het nog heel vroeg was, terwijl het al heel laat was. Die kinderen kwamen dus te laat op school.

Maar de angst van deze mensen veranderde in woede! De burgemeester zou een vergadering beleggen, met zijn ministers. Ze werden het erover eens dat de kok achter het mannetje aan zou gaan. De kok zou zich in de stadsklok op het kerkplein verschansen. Als het mannetje dan zou komen om de klok ongelijk te zetten, zou de kok hem grijpen.

De dikke, schijnbaar moedige kok wrong zich dus in de klok. Toen hij er een paar uur in had gezeten, hoorde hij vlugge voetstappen. Daar zal je hem hebben, dacht de kok. Hij maakte zich gereed voor de sprong, hij sprong boven op een politieagent! Die riep: “Hee, wat moet dat? Mee naar het politiebureau, jij!”

En hoe de kok ook zijn best deed de politieagent te overtuigen dat hij hem voor het klokkemannetje had aangezien, de agent was onverbiddelijk. Later op het bureau werd de kok natuurlijk vrijgelaten. En er werd hem verteld dat het klokkemannetje alles had gehoord op de vergadering en het eerste vliegtuig naar Timboektoe had genomen.

Zo kwam alles toch weer goed, maar de kok weigerde nog langer kok te zijn en nog een keer in een klok te zitten!