For Holland only; Nederlandse uitgevers in actie tegen goedkope exportpockets

Engelse en Amerikaanse boeken zijn duur en de goedkope pocketedities komen vaak ongeveer tegelijk uit met de Nederlandse vertaling. Dus kopen sommige Nederlanders de pocket, andere de vertaling. Zo gaat het allang, en iedereen had er vrede mee. Sinds kort is dat allemaal anders: Engelstalige, voor de export gemaakte pockets komen tegelijk met de hardbacks op de Nederlandse markt. Vertalingen sjokken daar vaak een jaar achteraan. Nederlandse uitgevers vinden dat een zorgelijke ontwikkeling.

In Nederland wordt sinds jaar en dag veel buitenlandse literatuur gelezen. Tweederde van de categorie proza is van buitenlandse herkomst en van dat deel is viervijfde uit het Engels vertaald. Dat was in 1990 aan literatuur een totale geschatte verkoop van 3,6 miljoen.

Dat wil niet zeggen dat de buitenlandse schrijvers altijd in vertaling worden gelezen. Veel lezers geven er de voorkeur aan de oorspronkelijke taal te lezen. Ze vinden dat in vertalingen te veel verloren gaat, of ze vinden de vertalingen te duur. Omdat Engelse pockets meestal goedkoper zijn dan Nederlandse vertalingen is het voor iemand die goed Engels leest aantrekkelijk om boeken zo veel mogelijk in de oorspronkelijke taal te kopen. Een roman van tweehonderd bladzijden kost hier al gauw dertig gulden. Kijken we naar een Engelse of Amerikaanse paperback of pocket van gelijke omvang, dan kost die pocket om en nabij de vijf pond, dan wel zes dollar. Omgerekend tegen de wisselkoers is dat dus de helft goedkoper.

Een nadeel van het lezen van Engelse boeken is dat het importeren geld en tijd kost. Op buitenlandse boeken moet vaak lang gewacht worden en de importeur en boekhandelaar hanteren een eigen wisselkoers die de overheadkosten moeten dekken en de winst moet opleveren. Een boek van vijf pond, dan wel zes dollar kost in de Nederlandse winkel bijna dertig gulden. Boeken in de oorspronkelijke taal zijn in Nederland even duur als of duurder dan de vertaalde.

Sinds kort lijken deze bezwaren tegen het kopen van Engelstalige boeken voor een deel verdwenen. Penguin heeft de afgelopen maand aangekondigd niet langer via importeurs te leveren maar haar boeken te distribueren via het Centraal Boekhuis, waar ook alle Nederlandse uitgevers bij aangesloten zijn. Dat betekent dat Penguin als eerste buitenlandse uitgever boeken even snel aan de Nederlandse boekhandel kan leveren als de Nederlandse collega's.

Bovendien wordt geprobeerd het nu vaak bestaande prijsverschil op te heffen. Speciaal voor de buitenlandse markten van Nederland en de Scandinavische landen brengen Engelse en Amerikaanse uitgevers zogeheten exportpockets en -paperbacks uit, die de vertalingen voor moeten zijn.

De exportpocket onderscheidt zich van de gewone pocket doordat hij goedkoper is. De exportpaperback is van een iets groter formaat en heeft beter papier. Terwijl titels in het land van uitgave meestal pas na ongeveer acht maanden in pocketvorm mogen verschijnen, kan het in Nederland gebeuren dat de exportpocket op hetzelfde moment wordt uitgebracht als de hardback in het land van herkomst.

Een sprekend voorbeeld is Haroun and the Sea of Stories van Salman Rushdie. Van dit boek dat met veel internationale publiciteit werd gelanceerd, kwam in Nederland via Penguin vrijwel gelijktijdig een hardback en een exportpaperback uit. Voor de Nederlandse uitgeverij Veen betekende dit dat een deel van de verwachte omzet verloren ging. Uitgeverij Veen kon pas na meer dan een maand de Nederlandse editie uitbrengen en toen waren er al flink wat Engelse exemplaren verkocht.

Volgens Bert de Groot van uitgeverij Veen viel de schade in dit geval mee. Voor andere boeken kan de snelheid waarmee de goedkope edities Nederland bereiken voor uitgevers verontrustend zijn. “Het is voor ons bij het uitbrengen van vertalingen niet meer bij te houden, nog afgezien van de concurrerende verkoopprijs”, zegt Maarten Asscher van Meulenhoff, al jaren een literaire uitgeverij met een van de uitgebreidste vertaalprogramma's.

Het verschijnsel exportpocket-paperback is een nieuwe fase in een steeds verbetener strijd tussen de importeur van het Engelse boek en de uitgever van de vertaling. Zo snel mogelijk na het uitkomen van een hardback-editie moet de Nederlandse uitgever zijn vertaling op de markt brengen anders loont het de moeite niet meer. Het stickertje "For Holland only' dat op veel pockets geplakt is, spreekt wat dit betreft boekdelen.

Sinds een paar jaar laten Nederlandse uitgevers steeds vaker vanaf de drukproeven vertalen. “Met alle risico's vandien”, aldus Harko Keijzer van uitgeverij Contact. “Vooral literaire auteurs veranderen nog wel eens iets in de drukproeven, dus dat moet allemaal extra worden nagekeken door de vertaler en vervolgens weer gecorrigeerd.”

De exportpocket zou er de oorzaak van zijn dat auteurs als Kurt Vonnegut, Saul Bellow, Jerzy Kosinski en John Updike niet meer bij de grote literaire uitgevershuizen zitten maar terechtgekomen zijn bij een kleinere uitgeverij als Agathon. Redacteur Jan Bos van Agathon zegt dat zij de boeken van bij voorbeeld Bellow van plan zijn te blijven uitgeven, omdat er een markt voor is. “Ik heb geen idee waarom Meulenhoff de auteur niet meer uitgeeft,”aldus Bos. “Wij zijn ook een commerciële uitgeverij. Wij kijken gewoon naar het rendement, en wij zijn tevreden over een auteur als Updike.”

Maakt de exportpocket het de Nederlandse uitgever in sommige gevallen onmogelijk om nog met een rendabele vertaling te komen? Keijzer: “Als je er niet snel genoeg bij bent, kun je het vergeten. Door de komst van een exportpocket heb ik me een paar keer gedwongen gezien boeken niet meer te laten vertalen.”

Inmiddels zijn de Nederlandse uitgevers een tegenactie begonnen. Nadat de Denen Ole Licht (literair agent) en Otto B. Lindhardt (uitgever) eerder deze zomer in het vakblad Publishing News alarm sloegen, zijn ook de Nederlanders in het geweer gekomen. Deze week is een brief uitgegaan naar alle uitgevers die aangesloten zijn bij de Groep Algemene Uitgevers (GAU), een onderdeel van de Koninklijke Nederlandse Uitgeversbond (KNUB).

In de brief wordt de leden allereerst gewezen op de ernst van het probleem, die een bedreiging inhoudt van de vertaalcultuur in Nederland. De goedkope edities zijn “niet alleen een schadepost voor de GAU-uitgevers maar tevens voor de Nederlandse vertalers die minder emplooi zullen vinden of opgejaagd worden.” Daarnaast moeten vooral de buitenlandse uitgevers, agenten en auteurs van de verontrusting in Nederland doordrongen worden. “Frankfurt is daar een uitgelezen gelegenheid. dus praat er s.v.p. over in uw contacten met EngelseAmerikaanse uitgevers en literaire agenten.” De betrokkenen zullen dit geheel op eigen kracht moeten doen. Ze zullen persoonlijk hun buitenlandse relaties moeten vertellen hoe er in Nederland wordt gedacht. De GAU kan niet meer dan een aansporende functie hebben omdat zij geen instrumenten heeft om namens alle uitgevers op te treden.

Schade

De boodschap is duidelijk: er moet iets gedaan worden tegen de op Nederland en de Scandinavische landen gerichte exportpaperback, die het verschijnen van vertalingen in gevaar brengt. De Nederlandse uitgevers zijn het op dit punt in grote lijnen eens maar vooralsnog houdt dat geen georganiseerd optreden in. “Iedereen moet er zich eerst van bewust worden dat het zo niet langer kan”, aldus Bert de Groot, voorzitter van de GAU en directeur van Veen, Luitingh-Sijthoff, Kosmos, Contact. “Met de Buchmesse in Frankfurt voor de deur willen wij iedereen ertoe aansporen de kwestie straks aan te kaarten bij buitenlandse uitgevers en agenten en erop te wijzen dat het een probleem is in Nederland. Het schaadt het vertalen, het schaadt de auteur.”

Rechten

Mai Spijkers van uitgeverij Prometheus beaamt dat. Spijkers vreest ook dat de huidige tendens ten koste gaat van de vertaalpraktijk. “Het is natuurlijk leuk om in Frankfurt in een vroeg stadium rechten te kopen en achter vertalingen aan te zitten maar als je dan later geconfronteerd wordt met de goedkope exporteditie, schiet je er weinig mee op. Dan is het voor de Nederlandse uitgevers niet aantrekkelijk meer om hun best te doen vertalingen uit te brengen.”

Caroline van Gelderen van agentschap Kooy & Van Gelderen ziet de oorsprong van het probleem in de strijd tussen de afdeling Verkoop en de afdeling Rechten van de grote uitgeverijen. Het zijn de verkopers die manieren zoeken om hun produkt af te zetten maar het zijn de redacteuren en agenten die proberen buitenlandse uitgevers te bewegen tot een vertaling.

Het belangrijkste argument tegen de exportpaperback-pocket is dat de vertalingen bedreigd worden. Als er minder vertalingen uitkomen betekent dat een verschraling van de Nederlandse uitgeef- en leescultuur. “Wat dat betreft kun je stellen dat het dus in strijd is met de visie van de EEG, die de kleine talen juist wil beschermen”, zegt Marijke Bartels van De Boekerij. Maarten Asscher van Meulenhoff voegt daar aan toe: “De Engelse en Amerikaanse goedkope uitgaven zijn erg opdringerig. Voor mij hoeft er niet over alles een Engels sausje.”

Dat geldt temeer waar het boeken betreft die oorspronkelijk in andere talen dan de Engels zijn geschreven. Bij Palliser of Rushdie kan het misschien nog voordelen hebben om hun boeken in het Engels te lezen, voor het werk van Solzjenitsyn, Vargas Llosa of Klima geldt dat zeker niet. Bij hen is de kans groot dat een Nederlandse vertaling de Engelse overtreft. Het is bekend dat Nederlandse vertalers over het algemeen veel secuurder te werk gaan dan hun buitenlandse collega's. Bij Engelse (of Franse) uitgaven is het niet zeldzaam dat ingewikkelde passages gewoon worden overgeslagen, Nederlandse vertalers proberen veeleer te vertalen "wat er staat'.

Boekenvak

Daarnaast is natuurlijk ook het commerciële aspect van belang. Nederlandse uitgevers leven van vertalingen en die komen voor een groot deel uit het Engels. Spijkers: “Er is een ijzeren wet in het boekenvak: twintig procent van de boeken maakt de overige tachtig procent mogelijk. Bij vertalingen is dat niet anders.” Als de mogelijkheid van vertaalde sellers vermindert of wegvalt zullen uitgevers hun fonds aanzienlijk moeten inkrimpen.

Een argument waarmee de auteurs en hun agenten misschien overgehaald kunnen worden is dat zij zelf ook nadeel hebben van de goedkope pockets, zeker als die concurreert met een vertaling. Als een auteur van elk verkocht exemplaar van een vertaling 7 procent krijgt is dat bij een verkoop van 7000 van een boek dat ƒ 32,50 incl. btw kost een bedrag van ¢4 ƒ 14.700,-. Van een exportpocket die in Nederland uitkomt krijgt hij bijvoorbeeld 5 procent van de netto-opbrengst bij een winkelprijs van ƒ 20,- (dat zal een netto-opbrengst van ongeveer ƒ 10,- opleveren), in totaal bij een verkoop van 7000 een bedrag van ¢4 ƒ 3.500,-. Iedere verschuiving in de richting van een toenemende verkoop van de vertaling is dus evenredig voordeliger voor de auteur.

Het rekensommetje komt in iets andere vorm ook voor in de brief die Licht en Lindhart publiceerden in Publishing News. Volgens sommigen zijn door variabele factoren als de verschillen tussen de contracten en het onvoorspelbare koopgedrag dergelijke rekensommetjes een fictie. Volgens agente Caroline van Gelderen is het sommetje van de Denen niet overtuigend en zij kan het zelf ook niet met een haar bekend voorbeeld staven. Volgens Peter van Gorsel, directeur van Penguin Nederland zal zijn bedrijf zich wel drie keer bedenken om de eigen auteurs te benadelen.

Van Gorsel praat zeer laconiek over het verschijnsel. De lezer let volgens hem in de eerste plaats op kwaliteit. Van goede boeken kunnen alle edities succesvol zijn en dan is het nog maar gedeeltelijk waar dat ze elkaar in de weg zitten. “Een boek dat loopt, blijft lopen. In paperback of pocket, Engels of Nederlands, dat maakt dan weinig uit. De prijs heeft in veel gevallen geen enkele invloed meer op de verkoop.” Toch doet ook Penguin even hard mee aan het uitbrengen van exportpaperbacks en -pockets. Waarom verlaagde Penguin eigenlijk de prijs van de paperback van The Quincunx? “Wij moesten wel mee omdat Ballantine de prijs verlaagde”, aldus Van Gorsel. “Erg onverstandig overigens, vonden wij, want dat boek was al een sure seller.” In dit voorbeeld is Penguin alleen maar trendvolger maar overigens hoeven we ook Penguin niet te verdenken van onbaatzuchtige liefde voor de Nederlandse lezer.

Van Gorsel gelooft niet dat de beschikbaarheid van Engelse en Nederlandse edities elkaar sterk beïnvloeden. Met vertalingen worden vaak nieuwe lezersgroepen bereikt, de overlap is niet zo groot als dikwijls wordt beweerd. “Als er een publiek is van tienduizend lezers van Anita Brookner en er zou geen Engelse pocket zijn, worden er toch geen tienduizend vertalingen verkocht”, aldus Van Gorsel. Hij erkent overigens wel dat Penguin wel profiteert als een boek van een auteur in Nederlandse vertaling goed loopt. Het leidt soms tot vraag naar eerdere boeken van de auteur.

Als Van Gorsel hoort dat Bert de Groot c.s. de exportpocket zou willen verbieden, reageert hij ongelovig: “Ik zie niet in hoe je dat kunt verbieden. Dat is geen haalbare kaart.” Ook Mai Spijkers van Prometheus is sceptisch: “Ik weet niet of dat realistisch is.” Spijkers, die net het éénjarig bestaan van Prometheus heeft gevierd, is er wel van overtuigd dat er iets moet gebeuren. “Het zou al heel mooi zijn als we voor elkaar konden krijgen dat de pocketeditie niet eerder in Nederland wordt uitgebracht dan in Engeland of Amerika.” Hij signaleert dat de importeurs zeer goed in de gaten houden wanneer een Nederlandse uitgever een vertaling uitbrengt zodat ze zelf een maandje eerder met de pocket kunnen komen.

Spijkers - en hij niet als enige - vindt dat de importeurs vaak meeprofiteren van de publiciteit die een Nederlandse uitgever krijgt voor een buitenlandse auteur. Spijkers noemt dat "treeplankrijden': “Als wij een bezoek van een auteur organiseren gebeurt dat soms in samenwerking met een importeur, maar andere keren niet. In dat geval is onze publiciteit behalve voor ons ook bevorderlijk voor de verkoop van Engelse pockets.”

Klaarblijkelijk is het in ruil voor het meeprofiteren van publiciteit die Nederlandse uitgevers aanzwengelen, niet onredelijk de importeurs om concessies te vragen. De GAU-brandbrief moet in de toekomst de “hongerigheid en inhaligheid” van de buitenlandse uitgevers in de kiem smoren. Daarom eindigt de brief met een oproep om bij onderhandelingen over vertalingen de kleine lettertjes goed te lezen: “Stel zoveel mogelijk de volgende vragen: Wanneer komt de early export edition? Kan de buitenlandse uitgever garanderen dat de export edition niet te vroeg verschijnt, zodat het voor de vertaling zo min mogelijk omzetderving betekent? Is er een speciale clausule in het contract opgenomen die de Nederlandse markt de nodige protectie biedt?