Fed-rapport: hechte band tussen BNL en BCCI via Zwitserland

ROTTERDAM, 13 SEPT. De van grootscheepse fraude betichte Bank of Credit & Commerce International (BCCI) onderhield nauwe relaties met een andere bekende in de wereld van frauderende banken, de Banco Nazionale del Lavoro (BNL), zo blijkt uit een intern rapport van de Federal Reserve, de Amerikaanse centrale bank, aldus de Wall Street Journal van vandaag.

BNL raakte in augustus 1989 in opspraak als financier van de oorlogsmachine van Iraks president Saddam Hoessein.

De belangrijkste schakel tussen BNL en BCCI is Alfred Hartmann, Zwitsers bankier en zakenman, die tot voor kort directeur was van de BCCI-vestiging in Zürich. Hij blijkt ook voorzitter te zijn van de BNL-vestiging aldaar. Verder is hij vice-voorzitter van een kleine, in Genève gevestigde joint venture genaamd Bank of New York-Inter Maritime Bank. Voorzitter van deze bank is Bruce Rappaport, internationaal oliehandelaar, van wie al jarenlang het vermoeden bestaat dat hij nauwe relaties heeft met Israelische en Amerikaanse geheime diensten.

De krant maakt melding van een intern memo van 18 december 1990 van Amerika's centrale bank, waarin een conversatie wordt beschreven tussen twee Fed-functionarissen over een gesprek tussen een van hen,

William Ryback, met de in Abu Dhabi gevestigde BCCI-topman Zafaar Iqbal. Iqbal toonde tijdens dat gesprek Ryback een verslag van accountant Price Waterhouse waarin stond dat BCCI 60 procent van de aandelen had in First American Bankshares. De Fed had altijd in alle toonaarden ontkend dat BCCI de mogelijkheid had om zich in deze bank-holding in te kopen.

Ex-topman van First American, de vooraanstaande Washingtonse advocaat Clark Clifford (84), werd deze week door het Congres duchtig aan de tand gevoeld over zijn betrokkenheid bij het BCCI-schandaal. Clifford hield vol nooit geweten te hebben dat BCCI "zijn' bank beheerste.