Een gesluierde damesgiraffe; A.L. Schneiders over het diplomatenleven

A.L. Schneiders: Het verbrokkeld paradijs. Uitg. Veen, 152 blz. Prijs ƒ 24,90

Op de vraag hoe hij zo'n dertig jaar lang zijn werk als diplomaat in ontwikkelingslanden had volgehouden, antwoordde de schrijver F. Springer eens: “Ik heb altijd geprobeerd er de grap van in te zien. Niet cynisch worden (-), erom lachen. Relativeren, humor en ironie heb je nodig.”

Hetzelfde lijkt te gelden voor die andere schrijver-diplomaat, A.L. Schneiders, bijna naamgenoot van Springer, die officieel C.J. Schneider heet. Laconiek, bijna onverschillig vertelt hij in zijn onlangs verschenen verhalenbundel Het verbrokkeld paradijs over de jaren die hij als afgezant van Hare Majesteit doorbracht in Zimbabwe, Ivoorkust, Indonesië en Nieuw-Zeeland.

In Het verbrokkeld paradijs worden de verste uithoeken van de wereld beschreven door de ogen van een Westerling, die doorlopend lijkt te twijfelen aan het nut van zijn diplomatenbestaan en op fijnzinnige wijze de spot drijft met de veelheid aan ceremonieel die hem omringt. Ceremonieel waar hij uit hoofde van zijn functie dapper aan meedoet en zich telkens weer over verbaast.

De toon van verbazing en goedaardige spot voorkomt dat de verhalen verzanden in meelijwekkende beschrijvingen van hetgeen de ik-figuur meemaakt in veelal door armoede en corruptie geteisterde landen. Geenszins gehinderd door diplomatieke voorzichtigheid en beleefdheden prikt hij de luchtbellen van pracht en praal door waarmee niet-democratische regimes de ware toestand van het land plegen te verhullen. Zoals tijdens de onafhankelijkheidsdag in Mozambique: “Grote moeite had het regime zich gegeven om van de Dag een daverend succes te maken en zo alle geruchten de kop in te drukken als zou het op instorten staan. Daags tevoren waren duizenden lapjes textiel gedistribueerd en tienduizenden regimeklepjes en vlaggetjes. Zelfs waren enkele etalages op strategische plaatsen bevoorraad met goederen (-) Dit alles niet voor de verkoop uiteraard, maar voor het feestelijk aanzien en als belofte voor de almaar lichtender toekomst.”

Nergens leidt de verholen kritiek echter tot harde veroordelingen, integendeel, de ik-persoon lijkt te berusten in de gedachte dat de gigantische problemen van de landen waar hij terechtkomt te complex zijn om er iemand in het bijzonder de schuld van te kunnen geven. Het oordeel over de leider van Mozambique bijvoorbeeld is mild: “Machel; (-) een aardige, aanstekelijke man, met (-) die blik (-) of hij eindelijk zijn oudste vriend had teruggevonden. Dat zijn revolutie is verloren gegaan in een niet dikwijls vertoonde chaos heeft niet aan hem gelegen (-).”

Sluier

Schneiders' verhalen houden, door hun kritische toon, het midden tussen proza en journalistiek werk. Achtergronden en feitelijkheden spelen een grote rol. Verhalen als Ebtij en De Mashonaland Gun Club, waarin de periode kort na de onafhankelijkheid van Rhodesië wordt beschreven (een tijd waarin de blanken het land massaal verlieten met alle gevolgen vandien voor het sociale leven), zijn alleen al uit informatief oogpunt interessant.

Literair gezien is de auteur hier en daar iets te nadrukkelijk aanwezig, legt hij net iets te veel uit, wat soms afbreuk doet aan fraaie waarnemingen en associaties. Schneiders heeft een bijzondere manier van kijken. Naar de vrouw van de Senegalese ambassadeur bijvoorbeeld: “Behoorlijk warm is het, vindt u niet?, zei ik tegen de zijkant van de sluier naast mij, in de hoop dat ze weer even naar buiten zou komen met die fluwelen ogen van een damesgiraffe.”

Er lijkt, na lezing van deze verhalen, maar één conclusie mogelijk: het paradijs op aarde bestaat niet, of slechts in kleine brokjes, hier en daar. Zoals de minuscule eilanden bij Nieuw-Zeeland, waar een diplomaat weinig anders te doen heeft dan beleefdheidsbezoekjes afleggen aan ontwikkelingsprojecten. “In verre uithoeken van de aarde is het dat ik mijn zegenbrengende taken heb vervuld, scholen, dammen en weggetjes inwijdend (-).”

Het is hier, tegen het eind van de bundel en na het zoveelste bezoek aan twijfelachtige projecten en buitenissige hoogwaardigheidsbekleders, dat bij de lezer een déjà-vu-gevoel opborrelt. Al blijft het ook dan leuk om Schneiders te lezen: “Het is jammer dat mijn triomfen als derde-wereld-Sinterklaas voor familie, vrienden en bekenden in het vaderland zo verborgen zijn gebleven.”