De zee en het strand

De zee zat op het strand te zonnen. En het strand zwom in de zee. Dat deden ze niet tegelijk, dat zou moeilijk gaan. Dus deden ze het omstebeurt. Maar net toen het strand aan de beurt was, zei de zee: “Ik krijg het koud.”

Het strand zei: “Je wilt er onder uit komen, hè, ik zal je leren.”

Het strand springt op de zee, ze vechten uren met elkaar.

Het gevecht is afgelopen, de zee gaat liggen en het strand gaat liggen. Het strand heeft een paar hoge en lange bulten en de zee hetzelfde, maar zijn bulten bewegen en zijn lager, dus niet helemaal hetzelfde. En ze liggen daar nog steeds.