De wereld vanuit een ooghoek; Misdaadverhalen van René Appel

René Appel: Oppassen. Uitg. Bert Bakker. 204 blz. Prijs ƒ 24,90

Nadat hij twee keer voor de Gouden Strop was genomineerd - voor de psychologische thrillers Handicap (1987) en Spijt (1989) - won taalwetenschapper en misdaadauteur René Appel deze prijs voor de beste misdaadroman dit jaar met De derde persoon. Onlangs verscheen zijn eerste verhalenbundel, Oppassen. Vijf van de elf verhalen verschenen eerder elders, onder andere in Intermagazine en het helaas ter ziele gegane Thrillers & Detectives.

“Moord is bekrompen,” zei Appel in een interview voor deze krant. De personages van René Appel zijn geen spionnen of privé-detectives, maar leraren geschiedenis of apothekersassistentes. Ze heten niet Kit Holm of Martin Finch, maar Guus Kessels of Dick Scheepstra. Appel schrijft over mensen die niet zo krachtig in het leven staan, over mensen die in zo'n verkrampte houding ten opzicht van hun omgeving staan dat er wel bloed moet vloeien. Ze zijn zo bang dat hun omgeving wat op ze aan te merken heeft dat ze zich zodanig gaan gedragen.

In het verhaal "Afscheid' staat een man die met de VUT gaat gedurende alle toespraken die tijdens de afscheidsreceptie worden gehouden te dagdromen over zijn ex-vrouw en zijn huidige vrouw terwijl hij de laatste vanuit zijn ooghoek in gezelschap van een vreemde man richting toilet ziet vertrekken. In de verhalen van Appel kijken alle personages vanuit hun ooghoek, van waaruit het zicht op de werkelijkheid niet zo helder is. “Waarom liet ze zich toch altijd meevoeren door die afschuwelijke waandenkbeelden, die scenario's van ondergang, dood en bedrog” (Uit: "Fantasie, pure fantasie'). Appels moordenaar pleegt zijn daad met voorbedachten rade. “Maar dan wel voorbedachten rade zonder dat hij daar zelf iets van wist.”

De verhalen van Appel zijn sociogrammen. Heel treffend weet hij relaties binnen een groep te typeren. De vorm van de gepleegde misdaad is daarbij niet altijd moord (en is het dat wel, dan is "de dood indrijven' een betere omschrijving). Onlangs schreef hij in dit supplement een verhaal met als onderwerp zoiets lulligs als de diefstal van een fiets. Een mountain bike weliswaar, maar toch. Het eigenlijke onderwerp zijn dan ook de motieven en de gedragingen van de hoofdpersonen. De verhalen leveren een verontrustende - ben ik daar ook toe in staat? - blik op de menselijke drijfveren.

Vlot

Enig psychologisch inzicht is aardig, dit inzicht omzetten in een verhaal is een tweede. "Vlot geschreven' staat er vaak op achterflappen van misdaadromans - en helaas: het is maar al te vaak waar. Maar of het ook vlot leest, is wat anders. De stijl van Appel laat evenwel maar weinig te wensen over. Wat dat betreft zijn Oppassen en zijn eerdere boeken een verademing bij de fonetische transcripties van cafégesprekken die misdaadromans vaak zijn. Niet dat Appels personages niet in cafés komen. Integendeel, maar bij hem praten ze zoals ze zijn: een overspelige assistent-verkoopleider, een kunstzinnige maar paranoïde vrouw of gewoon een proleet van de eerste orde.

Enig psychologisch inzicht, grote taalvaardigheid - zeker, maar zijn de verhalen ook spannend? Ook die vraag kan bevestigend worden beantwoord. Het knappe is dat ogenschijnlijk onschuldige gebeurtenissen - een enkel telefoontje, een terloopse opmerking, een foute interpretatie - de psychische teloorgang in gang zetten. De wijze waarop Appel deze gebeurtenissen rangschikt, roept een broeierig soort spanning op die de lezer met een verkrampte glimlach achterlaat. Hij maakt daarbij handig gebruik van de mogelijkheden die het korte verhaal biedt. Vooral in "Waar is Van Ankeren'. In dit verhaal wordt de lezer op het verkeerde been gezet op een wijze die in een heuse roman niet vol te houden is en zorgt een onverwachte verandering van point of view voor een verrassende ontknoping. Het is één van die verhalen die tot herlezing uitnodigen, op zoek naar aanwijzingen die de lezer in eerste instantie over het hoofd zag.