De piano en de pianokruk

Op een dag zei de pianokruk tegen de piano: “Weet je wat ik zo erg vind? Dat de mensen steeds op mijn rug gaan zitten! En ze draaien aan mijn oren als ik hoger of lager moet.”

“Wat vervelend voor je”, zei de piano. “En weet je wat ze steeds bij mij doen? Ze duwen op mijn tanden als ze muziek willen. En ze duwen op mijn linkervoet als ze willen dat ik zacht ga gillen en op mijn rechervoet als ze willen dat ik harder ga gillen.”

Op dat ogenblik kwam er een meisje binnen. “Oh nee,” zei de pianokruk, “Dat meisje weegt vijfentachtig kilo.”

De piano zei: “En ze heeft ook nog boeken mee die ze op mijn neus gaat zetten, kkk . . . kijk zzz . . . ze heeft een boek van vijf cm dik mee. Als ze dat op mijn neus zet, laat ik het gewoon vallen. Mijn neus is al helemaal plat.”

De pianokruk zei: “Ik haal een geintje met haar uit, als ze wil gaan zitten loop ik weg.”

En de piano zei: “Als ze haar handen op mijn tanden zet, doe ik mijn lip naar beneden.”

Toen ging het meisje zitten, maar viel op de grond. Daarna ging ze toch op de kruk zitten en viel niet. Ze zette haar boek op de neus van de piano, maar het boek viel eraf. Ze zette het boek er weer op, maar het viel weer. Ze zei: “Als het boek er nu niet op blijft staan, dan spijker ik het vast.”

Ze zette het boek op de piano en het bleef staan. Ze zette haar handen op de tanden van de piano, maar de piano deed zijn lip naar beneden. Het meisje had blauwe vingers. Ze riep haar moeder en die kwam binnen en de kruk ging heel snel goed staan en de piano ook.

Moeder zei: “Je moet gedroomd hebben, want alles staat goed.”

Het meisje keek en zag alles goed staan en zei: “Ja, dan zal ik wel gedroomd hebben.”

Maar het meisje dacht na en zei: “Ik heb het toch gezien. Ik kan je het bewijs laten zien.”

Toen liet ze haar blauwe handen zien. Moeder schrok erg van de blauwe handen van het meisje. “Maar wat is er dan gebeurd?” zei moeder. Het meisje vertelde haar verhaal. En nadat ze het verteld had, zei moeder: “De piano en de pianokruk gaan weg, die verkopen we aan de winkel voor ƒ 5050.”

Het meisje zei: “En dan kopen we van dat geld een nieuwe piano.”

“Goed”, zei haar moeder.

De piano en de pianokruk waren heel blij. De piano zei: “Eindelijk in een nieuw huis, hoera.” En zo ging het verhaal van de piano en de pianokruk.