De familie ei

Jan was een ei dat bevriend was met een pan. Op een dag toen hij thuis kwam vroeg zijn vader: “Waar ben jij geweest?”

“Ik ben bij mijn vriend geweest,” zei hij terug.

“Vriend? Wie is jouw vriend?”

“Oh, Fred Pan, hij is best aardig.”

Zijn vader werd opeens zo rood en riep: “Geen enkel ei is bevriend met een pan. En zeker niet mijn zoon. Lang geleden toen jouw over-groot-vader bestond, werden alle eieren achtervolgd en dat is nou nog zo. Als je te pakken was gekregen werd je gebakken.”

“In dat geval ga ik maar nooit meer naar ze toe,” zei Jan.

“De familie pan is nu op eierentocht,” zei moeder die zojuist het eten aan het klaar maken was.

Na het eten vroeg Jan aan zijn moeder: “Hoe laat komen ze terug van hun tocht?”

“Ongeveer om 9 uur,” zei moeder terug. “En het is nu 7 uur.”

“Ik denk dat ik maar ga slapen,” zei Jan.

Jan droomde over zijn over-groot-vader die heel erg in de nesten zat. Hij werd namelijk achtervolgd door pannen. De pannen hadden hem bijna te pakken . . . en ja hoor ze hadden hem te pakken gekregen.

Jan schrok plotseling wakker. Hij had een vreselijke nachtmerrie gehad en was . . . Hoe lang had hij geslapen? 3 uur? 1 nacht?

Toen hij de kamer binnenkwam, zag hij dat zijn vader en moeder heel ernstig keken.

“Jan,” zei opeens zijn vader, “de pannen hebben al de helft van ons land verwoest en ze komen in onze richting.”

Ja hoor, de pannen kwamen inderdaad in hun richting. Later bleek het dat er nog wat eieren levend waren. Zouden ook Jan met zijn vader en moeder ook nog levend zijn? Wat denk je?