Daling in advertenties voor personeel maakte snel eind aan Carrière

ROTTERDAM, 13 SEPT. Precies vijf jaar geleden werd het eerste nummer van het weekblad Carrière met veel feestgedruis en carrièremakers ingehaald. Uitgeversmaatschappij Bonaventura wilde met het tijdschrift weer vaste voet krijgen op de markt voor "personeelsadvertenties van niveau', waar zij met Elseviers Weekblad behoorlijk wat terrein had moeten prijsgeven.

Het kwakkelende Elseviers Weekblad ging niet lang daarna ten onder, en Carrière volgt nu die zelfde weg. Want de champagne bij de introductie van het nieuwe tijdschrift mocht nog zo blauw zijn - de steunkleur van Carrière - de resultaten ervan zijn altijd in rood geschreven.

“Onvermijdelijk”, noemt hoofdredacteur W.G.J. Bavelaar het besluit tot stopzetting van zijn blad. “De personeelsmarkt is volledig ingezakt.” De toch al smalle marges waarbinnen het blad opereerde, werden ruimschoots overschreden; Bavelaar schat het dit jaar geleden verlies al op “enkele tonnen”.

De hoofdredacteur zegt het verscheiden van Carrière te betreuren, maar billijkt het besluit van Bonaventura. Al maanden terug was duidelijk dat Carrière het niet zou kunnen bolwerken. Zijn toch al zwakke positie op de advertentiemarkt voor hogere financiële en commerciële functies stond onder druk van de conjuncturele teruggang. “Zodra er economisch iets fout gaat, merk je dat op die markt meteen”, weet Bavelaar. Invoering van een vacaturestop is doorgaans een van de eerste maatregelen die bedrijven treffen als inkomsten teruglopen en vooruitzichten duister zijn.

De Golfcrisis betekende voor Carrière uiteindelijk de genadeklap, vertelt Bavelaar. “Dat was dramatisch. We kregen enkele tientallen procenten minder personeelsadvertenties.” En Carrière was voor zijn inkomsten vrijwel volledig van die sector afhankelijk. Abonnementen en losse verkoop (“een paar duizend stuks”) leverden vrijwel niets op, het grootste deel van de 90.000 exemplaren grote oplage werd gratis verspreid onder de doelgroep van hogere en-of leidinggevende functionarissen. Volgens Bonaventura-directeur P. Vlek was de teruggang in het aanbod van niet-personeelsadvertenties minder ernstig. Daarvoor heeft de uitgeverij echter andere bladen en is Carrière niet opgericht.

De instorting van de personeelsmarkt heeft ook andere media getroffen, maar marktleiders als De Volkskrant en het VNU-weekblad Intermediair kunnen meer tegenslag verwerken. Bedrijven en instellingen met krappere budgetten zullen voor hun wervingscampagnes eerder andere media laten vallen, zo zeggen advertentiebemiddelaars, dan die marktleiders. Daarnaast geldt dat De Volkskrant een groot aandeel heeft in de advertentiemarkt voor werving van functionarissen in de minder conjunctuurgevoelige non-profitsector.

Hoeveel Elsevier-dochter Bonaventura door de jaren heen in Carrière heeft geïnvesteerd, is niet duidelijk. “Een paar miljoen”, schat Bavelaar. Duidelijk is wel dat de uitgever geen grote risico's met de titel heeft willen nemen. In september 1986 verscheen Carrière als weekblad met slechts twee vaste redacteuren en een aantal medewerkers. De journalistieke formule was, aldus toenmalig Bonaventura-directeur mr. P.F.E. Tesselaar, gericht “op mensen die geen tijd hebben om regelmatig kranten te lezen omdat ze met hun carrière bezig zijn”. Het blad vond zichzelf “kort, overzichtelijk en snel leesbaar” schrijven. “No-nonsense stijl. Geen lichte kost, maar wel onmisbaar als men bij wil blijven in de race.”

De "very low budget'-benadering van Bonaventura, die volgens Bavelaar vooral leidde tot “het opbakken van oud nieuws”, overtuigde de personeelswervers in ieder geval niet. Bavelaar werd in maart 1989 hoofdredacteur en stelde zich tot doel het blad “gezaghebbend” te maken. Hij formeerde een uiteindelijk negen leden tellende redactie en verlaagde de verschijningsfrequentie naar eens per twee weken. “De formule werd verbreed. Er kwamen interviews, diepgaander achtergrondverhalen. Dat ging perfect.”

Carrière heeft zijn lustrum gehaald, maar is commercieel mislukt. Bavelaar en de zijnen willen op 5 oktober nog een laatste Carrière maken, en dan zijn met het blad en negen banen ook alle voor de hand liggende grappen verdwenen. De advertentieacquisiteurs en ondersteunende functionarissen blijven op hun plaats, omdat ze ook voor andere uitgaven werken. Elsevier meent de betrokken redacteuren binnen het concern te kunnen herplaatsen.

Voor hen krijgt de toespraak van voormalig minister De Korte van economische zaken bij de introductie van Carrière een wat zure bijsmaak. “Een grotere mobiliteit op de arbeidsmarkt kan de economische groei bevorderen”, zo zei hij. En hij noemde het een goede zaak, zowel voor mensen als de organisatie, als zij met enige regelmaat hun werkervaring verbreden en verdiepen.