Club van Rome opnieuw somber

Twintig jaar na de eerste waarschuwing dat de natuurlijke hulpbronnen in de wereld in rap tempo uitgeput zouden raken, komt De Club van Rome morgen met een nieuw alarmerend rapport: "De eerste wereldrevolutie'. Daarin roept de Club van Rome de wereld op om de "militaire' economie om te zetten in een "burgerlijke' economie, om te stoppen met de voortdurende aanslag op het milieu en om een einde te maken aan de exploitatie van de Derde wereld.

De Club van Rome werd in 1968 opgericht en bestaat nu uit 100 wetenschappers en zakenmensen uit 53 landen. In de 22 jaar van haar bestaan gaf De Club in totaal dertien toekomstanalyses uit. Vooral het eerste rapport uit 1972 ("Grenzen aan de Groei'), alsook dat van de Nederlandse econoom J. Tinbergen over een nieuwe internationale orde (1976), trokken sterk de aandacht.

"De eerste wereldrevolutie' is het eerste rapport dat door voormannen van de Club van Rome zelf is geschreven, door de 81-jarige in Parijs wonende Schot Alexander King, een oud-directeur generaal van de OESO, en door de Fransman Bertrand Schneider. Vrijwel alle voorgaande publikaties werden opgesteld door door De Club aangetrokken wetenschappers. Het rapport schetst een somber beeld van de wereld, met als belangrijkste problemen de bevolkingsgroei in het Zuiden, de verslechtering van het milieu en de armoede. Het rapport stelt een aantal kritische vragen bij het functioneren van de democratie. Het constateert dat politici vaak niet verder denken dan tot aan de volgende verkiezingen.

King en Schneider stellen dat we aan het begin staan van de vorming van een nieuwe wereldgemeenschap, een gemeenschap die net zo veel verschilt van de huidige samenleving als de post-industriële maatschappij verschilt van de agrarische maatschappij.

King en Schneider geven drie terreinen aan van noodzakelijke verandering. De "militaire' economie moet volgens hen worden omgezet in een "burgerlijke' economie. Wat het milieu betreft moet de uitstoot van kooldioxyde worden verminderd, moet de herbebossing van tropisch regenwoud drastisch ter hand worden genomen, dienen traditionele vormen van energie-opwekking te worden behouden en dient de ontwikkeling van alternatieve energiebronnen te worden versneld. Als derde punt noemen King en Schneider de beëindiging van de uitbuiting van de Derde wereld door de Eerste wereld, een uitbuiting die volgens hen de uitputting van de natuurlijke hulpbronnen versnelt en tot corruptie leidt.

Het rapport biedt een aantal leidende principes die voor de noodzakelijk geachte verandering nodig zijn. Zo moet iedereen helpen bijdragen aan een oplossing voor de geschetste problemen. We moeten er vanuit gaan dat dramatische veranderingen niet zijn te verwachten van regeringsleiders en dat de ware verandering moet komen van de duizenden kleine, wijze beslissingen die dagelijks door gewone mensen worden genomen. De bevoorrechte bevolkingsgroepen dienen zich daarbij te realiseren dat aan privileges ook bepaalde verantwoordelijkheden kleven.

Het morgen te verschijnen rapport zou eigenlijk al eerder dit jaar het licht hebben moeten zien. Maar in januari maakte King bekend publikatie op dat moment niet opportuun te achten gezien de Golfoorlog die op dat moment de volledige aandacht van de wereldgemeenschap eiste. King zei toen het “niet passend” te vinden tijdens de Golfoorlog te publiceren. Hij verklaarde bovendien dat het rapport in verband met die oorlog grondig zou moeten worden herschreven. Welke aanpassingen King en Schneider sinds januari hebben doorgevoerd, is onbekend.

De voorspellingswaarde van de rapporten van de Club van Rome is op zijn minst omstreden te noemen. Zo volgde binnen twee jaar na publikatie van "Grenzen aan de Groei' het Club-van-Rome-rapport "De mensheid op een kruispunt', waarin werd afgerekend met het eerste rapport dat al te alarmerend zou zijn geweest.

De boodschap van het nieuwe rapport komt overigens niet als een verrassing. King heeft zijn standpunt de afgelopen tijd al op diverse forums bekendgemaakt. Begin dit jaar liet King weten dat de toekomst er nog even dreigend uitziet als twintig jaar geleden, “ook al zijn de "kleine milieuproblemen' zoals water- en luchtvervuiling inmiddels grotendeels opgelost”. King verklaarde toen dat de wereld door de aantasting van de ozonlaag en de klimaatsverandering als gevolg van overmatig energieverbruik voor nagenoeg onoplosbare problemen staat.