CDA concretiseert zorgzaamheid; Partij "proclameert' de verantwoordelijke samenleving in studie naar taken overheid

DEN HAAG, 13 SEPT. De partij moet discussiëren, zei CDA-voorzitter Van Velzen in 1987 bij zijn aantreden. Het fundament voor de partij was stevig genoeg, tijd voor inhoud, concludeerde Van Velzen. Het CDA-kader heeft het geweten: de ene na de andere discussienota werd de partij in geslingerd. In alle rust, zonder veel ceremonieel vertoon, is vanmiddag het jongste kindje van CDA-voorzitter Van Velzen ten doop gehouden. CDA-fractieleider Brinkman kreeg het eerste exemplaar van de discussienota over de “kerntaken van de overheid” uitgereikt. Een nota met zo'n titel waar politici patent op lijken te hebben: Herstelde verantwoordelijkheid. Spreek het langzaam hardop uit en proef de woordspeling

Er was behoefte aan wat concreets. Dat het CDA diende op te komen voor het maatschappelijk middenveld was nu wel genoegzaam bekend. Dat de partij stond voor de verantwoordelijke samenleving was ook geen punt van discussie meer. Maar, zo stond al in het verkiezingssprogramma van 1989, “de verantwoordelijke samenleving kan niet worden geproclameerd”. Het studeren kon dus doorgaan. Partijvoorzitter Van Velzen deed het graag en verzamelde eind vorig jaar ruim dertig mensen om zich heen met als doel een bezinning op de kerntaken van de overheid. Wat is nog wel des overheids en wat niet meer? Daarover spraken zij. Hoe kon eindelijk eens kon worden afgestapt van de keuze ontwijkende en daarom zo vaak gehanteerde kaasschaafmethode, waarbij iedereen ponds-pondsgewijze inlevert. Waar het CDA behoefte aan had was een “politiek inhoudelijke strategie”.

Die ligt er nu. Niet alle sectoren zijn behandeld maar wel veel. De verantwoordelijke samenleving heeft weer iets meer handen en voeten gekregen. Geen onbeperkte subsidieverstrekking meer, nog slechts globale sturing van het onderwijs vanuit het departement, grotere keuzevrijheid in de ziektekostenverzekering, beperking van het aantal gebruikers van huursubsidie, meer ruimte voor de sociale partners en individuen in het sociale zekerheidsstelsel, verdergaande verzelfstandiging van de spoorwegen en het streekvervoer, geen door het ministerie van landbouw beheerde kampeerterreinen meer, bewoners inschakelen bij het beheer van speelplaatsen en parken, grotere eigen bijdragen van gemeenten bij de huursubsidieregelingen en de bijstand. Het is maar een greep uit de talloze aanbevelingen die in het rapport per sector keurig gerangschikt staan onder de hoofdjes kerntaken, privatisering, deregulering, private bekostiging en beleid en uitvoering.

Het CDA is al sinds 1983 bezig met het inhoud geven aan het christen-democratische begrip rentmeesterschap. Toen heette het nog de zorgzame samenleving. De kritici zagen het als een moderne vorm van bedeling. Het CDA wil weer terug naar het pannetje soep voor de armen, schamperden PvdA en VVD. Van Velzen veranderde daarop het begrip zorgzame samenleving in verantwoordelijke samenleving, “omdat de boodschap onvoldoende overkwam”.

Terijl het probleem volgens hem duidelijk toch zo duidelijk is: “Naarmate er meer beschikbaar wordt gesteld door de overheid en dus geanonimiseerd, naar die mate wordt de eigen verantwoordelijkheid kleiner.” Dat geldt voor personen, maar het gaat eveneens op voor het verkeer tussen bijvoorbeeld rijksoverheid en lokale overheden. Van Velzen: “Als je een rijksubsidie maakt en je gaat mede-overheden daarvoor bij de uitvoering verantwoording geven zonder dat ze daar financieel belang bij hebben, dan weet je dat je te weinig stimulansen hebt om de regeling goed uit te voeren. Je ziet dat bij de uitvoering van de individuele huursubsidie en de bijstandswet, waar gemeenten slechts tien procent van de kosten dragen en het rijk 90 procent. Wij vinden dat je die verhouding zou moeten veranderen in bijvoorbeeld 70-30. Je ziet het ook bij het lokaal openbaar vervoer waarvoor de rijksoverheid de tekorten dekt. Wat wij voorstellen is: laat de overheid een vast bedrag geven en zeggen vrienden u bent nu verder verantwoordelijk voor beheer en exploitatie. Dus als u tekorten heeft zult u moeten nadenken over rendement. Dat is dus heel iets anders dan zeggen dat de rijksoverheid maar moet zeggen welke buslijnen in zo'n geval moeten verdwijnen. Dat is grote onzin dat kan die rijksoverheid niet. Zoals die zich ook niet kan bezig houden met tariefstelling.”

Vandaar dus terug naar de kerntaken. Hieraan gelieerde begrippen als decentralisatie, lump sum, privatisering, verzelfstandiging zijn inmiddels gemeengoed geworden. Minder overheid moet; zelfs de PvdA zegt het. De grote anonieme overheid heeft geleid tot de calculerende burger met een minimum aan verantwoordelijkheid en een maximum aan opeisbare rechten. “Dat veranderen, vereist een cultuuromslag”, zegt CDA-voorzitter Van Velzen, die tevreden constateert dat er tegenwoordig wordt gesproken over een eigentijdse CDA-opvatting. De zaak ligt voor hem vrij simpel: “Herstelde verantwoordelijkheid moet inhouden dat men nadrukkelijker opkomen voor zijn eigen zaken. Als de overheid zich beperkt tot zijn kerntaken leg je de verantwoordelijkheden scherper.” Of het ook zal lukken? “Het moet lukken, er is geen ander antwoord”, zegt hij. “Het is waar, het is een enorm ingewikkelde brei. Het zal voor een stuk doormodderen blijven, maar we moeten wel de druk op de ketel houden.”

Van Velzen is niet pessimistisch, voor een deel gaan de gebeurtenissen vanzelf. Het rijk is uit financiële noodzaak gedwongen te werken aan een decentralisatie en efficiency-operatie. De Europese eenwording leidt er toe dat steeds minder nationaal en steeds meer in regio's moet worden gedacht. Het CDA gedachtengoed sluit daar naadloos op aan, meent hij. “De hoofdinvalshoek bij ons is de cultuurkritiek geweest. Wij hebben gezegd een samenleving die alsmaar doorgaat met meer collectivisme, meer overheid, met meer afwenteling zal leiden tot een samenleving waar de burger zijn eigen domein opzoekt, waarin de sterken het kunnen vinden, en de zwakkeren steeds afhankelijker worden van de overheid. Het leidt er alleen maar toe dat die sterkere zegt als hij een probleem heeft: daar is de overheid voor, want daarvoor heb ik betaald. Die instelling moet veranderen. Daarom hebben we in onze nota ook bewust geen bedragen genoemd. Onze voorstellen zijn niet bedoeld als bezuiniging.”