Bush' Israelbeleid bedreigt vrede

Het centrale argument in het betoog van de regering-Bush om de behandeling van het verzoek van Israel om tien miljard dollar aan kredietgaranties voor de huisvesting van immigranten uit de Sovjet-Unie nog wat uit te stellen, is de bewering dat toestemming nú de in oktober geplande vredesconferentie over het Midden-Oosten zou kunnen laten stranden.

Door de kredietgaranties in dat kader te plaatsen, bestempelt het Witte Huis degenen die het met dat uitstel niet eens zijn handig tot bedreigers van de vrede. Voor het eerst sinds het rentmeesterschap van John Foster Dulles verbinden de Verenigde Staten de opname van nieuwe immigranten in de staat Israel aan de kansen op een schikking tussen Israel en de Arabieren.

Deze koppeling van kredietgaranties aan het vredesproces is in het licht van de Amerikaanse binnenlandse politiek een briljante strategische zet, maar met de politiek van het Midden Oosten heeft het weinig van doen. Tot dusverre hadden de pogingen van minister James Baker om Israel en al zijn naaste Arabische buurlanden tot instemming met een Arabisch-Israelische vredesconferentie te bewegen betrekking op procedurekwesties - zoals het gezag en de continuïteit van de conferentie en de rol die de Verenigde Naties erin zouden spelen. Beide betrokkenen hadden bovendien moeite met de Amerikaanse interpretatie van VN-resolutie 242. Maar de immigratie van joden uit de Sovjet-Unie en de Amerikaanse kredietgaranties voor hun huisvesting zijn nooit eerder in het diplomatiek vooroverleg betrokken.

Als men de kredietgaranties openlijk in de diplomatie over het Midden Oosten had willen betrokken, zou het logisch zijn geweest ze in het meest precaire stadium al ter sprake te brengen - toen minister Baker met zijn pogingen begon - en niet toen hij de beloften van de leiders in het Midden Oosten om aan de conferentie deel te nemen al zwart op wit had. Saillant is dat in dit precaire stadium (afgelopen maart) de VS een verzoek om een kleiner krediet van vierhonderd miljoen dollar voor het komend jaar wèl heeft ingewilligd en dat dat geen invloed had op de vredespogingen van minister Baker.

Degenen in de Arabische wereld die Israel als vijand zien, hebben een reëel besef van de grenzen aan hun invloed. Hoewel ze ieder blijk van Israels interne versterking door de toestroom van Sovjet-immigranten met lede ogen aanzien, begrepen ze afgelopen maart wel dat ze de Amerikaanse koers in deze humanitaire kwestie geen duimbreed zouden kunnen verleggen.

Maar hoe zit het dan met de Palestijnen? De wijze waarop zij zullen worden vertegenwoordigd moet nog zijn beslag krijgen voor het begin van de voorgestelde conferentie in oktober. Misschien zal de regering-Bush betogen dat toekenning van het krediet nú, de Palestijnen zou kunnen doen afzien van deelname. Het ironische aan dat argument is dat Amerikaanse functionarissen die de Palestijnen willen overhalen om aan het proces deel te nemen - in plaats van jaren te wachten op een gunstige verschuiving in het machtsevenwicht - als voornaamste lokmiddel de binnenstromende Sovjet-joden en hun effect op de demografie van Israel hanteren. In het openbaar stelt de regering dus dat huisvestings-kredieten de kans op vrede kunnen torpederen, maar binnenskamers hanteert ze de immigratie van de Sovjet-joden tegenover de Palestijnen als prikkel om aan de gesprekken deel te nemen.

Als de regering-Bush niet primair wordt gemotiveerd door het verlangen naar vrede, waardoor dan wel? Sommigen zijn wellicht geneigd te zeggen: economische belangen. Tenslotte ontvangt Israel jaarlijks 1,8 miljard dollar voor zijn veiligheid en 1,2 miljard dollar aan economische steun. Misschien vreest Washington dat verdere verhoging van die bedragen uitgerekend nu politiek niet haalbaar is. Maar de leden van het Congres weten heel goed dat het leeuwedeel van Israels 1,8 miljard dollar in de VS zelf worden besteed. Namelijk aan Amerikaans militair materieel, terwijl de 1,2 miljard dollar rechtstreeks op een andere Amerikaanse rekening terechtkomen als aflossing van eerdere militaire leningen aan Israel.

Garanties voor leningen aan landen die geheel worden afgelost, krijgen doorgaans de steun van zowel regering als Congres. Zelfs Irak heeft nog Amerikaanse agrarische leningen ontvangen in het jaar voordat Saddam Hussein Koeweit binnenviel - let wel: zonder restricties voor het onderzoek naar chemische wapens of de aanschaf van raketten. En dit jaar heeft de regering-Bush Egypte een schuld van zeven miljard dollar kwijtgescholden - een veel ingrijpender economisch initiatief dan het verlenen van kredietgaranties.

Het gaat hier dan ook niet om vrede of economie, maar zuiver om politieke pressie. Israel overwoog die tien miljard dollar aan kredietgarantie aan te vragen in april, niet lang nadat minister Baker het eerdere bedrag van vierhonderd miljoen dollar had gefiatteerd. Israel stond op dat ogenblik in Washington op het toppunt van zijn populariteit; het land had Saddam Husseins Scud-aanvallen op Tel Aviv ondergaan zonder ze te vergelden en zo de coalitie bijeen helpen houden. Het marchanderen over conferentie-procedures moest nog beginnen. Niettemin stemde Israel in met een verzoek van de regering om nieuwe kredietaanvragen uit te stellen tot na de Amerikaanse Dag van de Arbeid op 1 september.

Het probleem voor Bush en zijn regering was dat de voorgenomen Midden- Oostenconferentie veel meer voorbereiding bleek te kosten dan was voorzien. Als de conferentie volgens schema was begonnen en vóór 1 september in een impasse zou zijn geraakt, zouden de kredietgaranties een handig hulpmiddel zijn geweest om Israel tot concessies te bewegen. Door nu opnieuw uitstel voor de kredietgaranties te vragen, vraagt Bush Israel in wezen om te wachten tot de conferentie begint, als de hulp voor de opvang van het nog steeds groeiende aantal dakloze immigranten afhankelijk kan worden gesteld van vorderingen bij de onderhandelingen.

De huidige regering heeft zich zeer bedreven getoond in het verwerven van zo groot mogelijk politieke drukmiddelen in de internationale politiek. Echter, in sommige gevallen - zoals in het geval van Gorbatsjov - kan het afdwingen van concessies averechts uitpakken: het kan een supermogendheid destabiliseren.

Voor Israel roept de politiek van pressie een ander probleem op. Waarschijnlijk kan het Witte Huis premier Shamir of een andere Israelische leider wel tot concessies dwingen als hij individueel wordt bewerkt; maar een individuele functionaris onder druk zetten is nog iets anders dan leiding geven aan een natie als Israel. Door kredietgaranties te koppelen aan het vredesproces heeft de regering-Bush de Arabische staten een politieke prijs toegespeeld die ze nooit voor mogelijk hadden gehouden.

Deze stap van de regering in Washington zal waarschijnlijk tot gevolg hebben dat zowel de Palestijnen als anderen hardere eisen gaan stellen en hun politieke verwachtingen zo hoog opschroeven dat Israel er niet aan kan voldoen. Bovendien heeft het Witte Huis door de immigranten als een politieke koevoet te gebruiken, het Israelische vertrouwen in de VS als bonafide zakenrelatie ondermijnd.

Ironisch genoeg zou de politisering wel eens als direct gevolg kunnen hebben dat de Amerikaanse greep op de reacties van beide partijen in het vredeproces verzwakt. En op den duur zal de regering-Bush wellicht nog moeten constateren dat de vredesconferentie moeilijker te organiseren is dan ooit.

Wat de regering-Bush niet begrijpt is dat ze geen politieke dwangmiddelen nodig heeft om Israel op een verzoenende lijn te krijgen. Als er solide aanwijzingen zijn dat staten als Syrië oprecht van gedachten zijn veranderd over het bestaansrecht van Israel, dan zal de publieke opinie de regering in nieuwe diplomatieke richtingen sturen. De preoccupatie van het Witte Huis met politieke pressie doet vrezen dat het Israel zal bewegen tot gevaarlijke concessies terwijl nog onzeker is of de tegenpartij haar vijandelijke houding heeft gewijzigd. Niet alleen een Israelische regering zal zich verzetten tegen zo'n recept voor verhoogde kwetsbaarheid, dat zullen ook de gevoeligheden van het Israelische electoraat.

Foto: Een gezin dat zich wil vestigen op een voormalige militaire basis op de Westelijke Jordaanoever, krijgt bescherming van Israelische