Bonden eisen een forse verhoging van lonen in detailhandel

ROTTERDAM, 13 SEPT. De dienstenbonden van FNV en CNV willen een loonsverhoging variërend van 7 tot 15 procent voor de ongeveer 150.000 werknemers in de detailhandel die niet onder een collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) vallen. De werkgevers willen nog niet reageren op deze looneis.

De looneis geldt voor werknemers in onder andere drogisterijen, fotozaken, speelgoedwinkels, schoenhandels en tuincentra. Hun gemiddeld loon ligt volgens de bonden “ver achter” bij dat van de ongeveer 300.000 werknemers in de detailhandel voor wie wel CAO's zijn afgesloten (zoals bij supermarkten, Albert Heijn, V&D en Bijenkorf). “Ze zitten meestal op het minimum van het minimum”, aldus een woordvoerder van de Dienstenbond FNV.

Onlangs zijn de beide vakbonden het met de werkgevers in de betreffende branches (vertegenwoordigd door KNOV, NCOV en Raad voor het filiaal- en grootwinkelbedrijf) erover eens geworden dat er een zogenoemde basis-CAO moet komen, ingaande volgend jaar en met een looptijd van 2 jaar.

De bonden willen in deze CAO vijf verschillende loongroepen opnemen. Voor de laagste loongroepen, waarin driekwart van de werknemers terecht zou komen, wordt een loonniveau voorgesteld dat 7 procent (inclusief prijscompensatie) boven het minimumloon ligt. De beloning voor de middengroepen zou tussen de 7 en 11 procent boven het minimumloon moeten komen. Tenslotte zou aan de werknemers die in de hoogste loongroep worden ingedeeld (bedrijfsleiders en assistent-bedrijfsleiders) tussen de 11 en 15 procent boven het minimumloon moeten worden beloond.

De werkgevers willen nog niet reageren op dit voorstel. Eind deze maand doen ze tegenvoorstellen. “Pas dan gaan we onderhandelen en hopen we tot concrete afspraken te komen”, aldus bestuurder mr. J.A. Lam van het KNOV. Lam.

Hij wijst op de imago-campagne die loopt om werknemers te interesseren voor een baan in de detailhandel. Becijferd is dat de sector de komende jaren rekening moet houden met ongeveer 80.000 vacatures. “Beide zaken kunnen niet los van elkaar worden gezien. We realiseren ons dat we onze concurrentiepositie op de arbeidsmarkt moeten versterken. En daar hoort eigenlijk ook een goede CAO bij”, aldus Lam.