Belastingrecht

“RELATIEVERBETERING” met de belastingplichtige staat al een jaar of tien op de fiscale agenda.

Dat is welbegrepen eigenbelang van de belastingdienst. De stelling laat zich verdedigen dat naarmate belastingambtenaren zich meer bewust zijn van de noodzaak medewerking van de belastingplichtige te verkrijgen, ook de doelmatigheid van de inning en de aanvaardingsbereidheid van de belastingplichtige zal toenemen. “Terugdringen van de afstand tussen overheid en burger” vormde in elk geval een integrerend onderdeel van de aanbevelingen van de befaamde werkgroep voor fraudebestrijding ISMO uit 1981.

In werkelijkheid is de relatie burger-fiscus het afgelopen decennium steeds agressiever geworden. Natuurlijk zijn de burgers geen makke schapen als het op betalen van belasting aankomt. Maar dat is nog geen reden voor de fiscus het te laten afweten in elementaire omgangsvormen. Het is geen zeldzaamheid in keurige vakbladen kwalificaties tegen te komen als "overkill' of "inhalige eenzijdigheid' of - zoals onlangs weer - "ambtelijke pesterij'.

Illustratief voor wat naar valt te vrezen een fundamentele onwil is, vormt de manier waarop staatssecretaris Van Amelsvoort (financiën) zich onlangs afmaakte van Kamervragen over nieuwe, voor de betrokkenen gunstige regels (“resoluties”) die pas worden uitgevaardigd na afloop van het tijdvak waarop ze betrekking hebben. De bewindsman zegt dat dit vaak niet te vermijden is, omdat de onbillijkheid die moet worden rechtgezet pas na verloop van tijd aan het licht treedt. Maar dat is nog geen reden het initiatief in beginsel over te laten aan de belastingplichtige, ook al worden “alle passende communicatiemiddelen” benut om de regeling onder de aandacht van de betrokkenen te brengen.

Het is niet te veel gevraagd dat de fiscus zelf actief meedenkt met de belastingplichtige. Dat past bij de algemene beginselen van bestuursrecht die in ontwikkeling zijn. De administratieve rompslomp kan geen beletsel meer zijn, nu de belastingdienst is begonnen aan een ambitieus automatiseringsprogramma. Meedenken met de burger vormt juist een belangrijke toetssteen voor het systeemontwerp.

NIET ALLEEN de verplichtingen, ook de rechten van de belastingbetaler dienen een voortdurend onderwerp van zorg voor de overheid te vormen, waarschuwde senator Christaanse (CDA) al een paar jaar geleden. Met reden brak hij een lans voor een “Charter voor de belastingbetaler” naar voorbeeld van het Verenigd Koninkrijk en Canada. Het enige wat het kabinet daarop wist te zeggen was dat er toch een nieuwe folder “Belastingbetalen in Nederland” op komst was. Zo komt het nooit goed met die relatie.