Begrip "etnische minderheid' teveel stigma

ROTTERDAM, 13 SEPT. “In Nederland worden "etnische minderheden' van gepriviligeerde posities uitgesloten, niet omdat ze "zwart' zijn, maar omdat ze "anders' zijn.” Dat constateert de Rotterdamse antropoloog Jan Rath. Meer dan tien jaar loopt deze onderzoeker rond in wat hij noemt “de wondere wereld van "het minderhedenonderzoek” '. Vandaag promoveert Rath in Utrecht op een proefschrift over het overheidsbeleid voor "etnische minderheden'.

De uitspraken van het liberale kamerlid Bolkestein komen hem, zo merkt hij besmuikt lachend op, om overwegingen van publiciteit niet ongelegen. “Bolkestein benadrukt de angst dat de Nederlandse samenleving naar de knoppen gaat zolang er mensen zijn die zich niet naar die samenleving voegen. Daarmee maakt hij onterecht Nederland tot een homogeen gezelschap. Aan de andere kant zegt hij eigenlijk dat islamieten, met hun "jonge' godsdienst van veertienhonderd jaar, hardstikke achterlijk zijn.

Je ziet weer het problematiseren van mensen die "anders zijn'. Het zoeken naar "de vijand binnen onze gelederen'. En weer is dat een groep die de minste sociaal-politieke macht heeft. In de jaren vijftig waren dat de a-socialen. Die waren anders geaard en moesten onder dwang heropgevoed worden. Dat beeld roept Bolkestein ook weer op. Maar het voortdurend accentueren van het anders zijn van "etnische minderheden' is juist een enorme sta in de weg.''

Rath stelt in zijn proefschrift dat de "geleide integratie' van "etnische minderheden' na al die jaren van welgemeende zorg op een mislukking af stevent. Want “Zolang "etnische minderheden' worden aangemerkt als mensen die zich inadequaat conformeren aan de Nederlandse levenswijze krijgen zij minder toegang tot gepriviligeerde posities of sociale goederen en diensten.

“Maar je kan door andere vragen te stellen allerlei problemen in een nieuw licht zien. Waarom onttrekken islamitische meisjes zich aan het onderwijs? Omdat zij islamitisch zijn? Je kan je ook afvragen hoe komt het dat het Nederlandse onderwijs zo is ingericht dat een islamitisch meisje zich er niet thuis voelt? Het probleem wordt nu vaak bij de ouders gelegd. Dat is ook weer wat Bolkestein doet. Hij problematiseert alle islamieten.”

Het problematiseren van "etnische minderheden' wordt echter ook overgenomen door leden van "etnische minderheden' zelf. Leden van "etnische minderheden' zijn hun "anders zijn' gaan kapitaliseren. Er is een "minderheden-bedrijf' ontstaan waarin iemand door zijn lidmaatschap van van een "etnische minderheid' al een eigen expertise heeft.

“Het idee was dat je ze geleidelijk moest emanciperen, anders raken ze maar ontworteld. Dat moest voorzichtig, via de etnische sluis. Minderheden-commissies bij politieke partijen moesten bijvoorbeeld als een soort kweekvijver voor het echte werk dienen. Maar het is eerder een sluis dan een fuik geworden. Ze zouden moeten overstappen naar algemene sectoren, maar dat is niet gebeurd. Je ziet dat ze zich wel algemeen willen inzetten, maar ze blijven "minderheden' specialisten, ze worden aangesproken op hun minderheid-zijn.

Ook het "minderheden-bedrijf' (de sector van de maatschappelijke dienstverlening waarbinnen leden van "etnische minderheids'-groepen met en voor mede-minderheidsleden werken, red.) zie ik als een doodlopende weg.” Rath stelt in zijn proefschrift over "categoriale voorzieningen': “Zij bieden aan reguliere instituties een excuus om geen politieke ruimte te bieden aan deze migranten, zolang althans hun non-conformiteit voortduurt. Hun bestaan zelf vormt een politieke en ideologische barrière voor de machtsvorming van migranten.”

Rath: “Het probleem is niet dat ze "anders' zijn, maar dat bepaalde goederen in de maatschappij als goed wonen en prettig werken ongelijk verdeeld zijn. Het hele begrip "etnische minderheid' heeft zo'n negatieve bijklank van "niks kunnen, niks willen' gekregen dat alleen daardoor "etnische minderheden' moeilijk wordt gemaakt erboven op te komen.