Begeleiding van politie voor Ajax

UTRECHT, 13 SEPT. Alleen Ajax krijgt volgende week Nederlandse politie mee naar het buitenland om de supporters in toom te houden. De overige Nederlandse clubs die Europees voetbal spelen, moeten het zonder politie-begeleiding stellen omdat bij hun wedstrijden de kans op problemen met voetbalfans vrijwel nihil is.

Ajax keert woensdag na een gedwongen afwezigheid van één seizoen terug in het Europese voetbalcircuit. Als uitvloeisel van het beruchte staafincident twee jaar geleden tegen Austria Wien moet Ajax de eerste drie thuiswedstrijden echter wel ver buiten Amsterdam spelen. Uiteindelijk viel de keuze op Düsseldorf omdat de verbindingen met die Duitse stad uitstekend zijn en omdat het stadion 68.000 toeschouwers binnen de poorten kan hebben.

Zo veel toeschouwers zullen er volgende week tegen het Zweedse Orebrö overigens niet zijn. Aanvankelijk rekende Ajax op zo'n 30.000 fans, van wie 20 à 25.000 afkomstig uit Nederland. Die taxatie is inmiddels bijgesteld. Volgens Ajax-administrateur Gerard Holsheimer zullen het er hooguit tienduizend zijn.

Die verwachting heeft ook het in Utrecht gevestigde Centraal Informatiepunt Voetbalvandalisme (CIV). Woordvoerder Rob Siebelink: “De belangstelling valt tegen. Uit Zweden worden nauwelijks supporters verwacht. Onduidelijk is nog of in Duitsland zelf veel animo voor deze wedstrijd van Ajax bestaat”.

De afgelopen dagen heeft het CIV veelvuldig contact gehad met de Duitse politie. Siebelink: “De contacten met de autoriteiten in Düsseldorf zijn uitstekend. Dat dateert nog van 1988 toen het Nederlands elftal bij het Europees kampioenschap tegen Engeland moest spelen. Vandaar dat we de Duitsers ook zullen verzoeken om enige begeleiding van de Nederlandse politie”. “Formeel moet dat via beide ministeries van binnenlandse zaken lopen. Dat verzoek is weliswaar nog niet binnen, maar dat zal voor het weekeinde wel geregeld zijn. In de praktijk houdt dat in dat een kleine groep Amsterdamse politie-agenten, misschien een man of drie, mee gaat naar Düsseldorf om in nauwe samenwerking met de Duitse collega's een oogje in het zeil te houden.”