Balkenhol: "Een paard is ook maar een mens'

DONAUESCHINGEN, 13 SEPT. Erg goede ervaringen met publiciteit heeft hij niet. De Duitse opiniebladen lijken iets speciaals te hebben met paardesport. Het boulevardweekblad "Der Spiegel' stortte zich een jaar geleden met volle overgave op de trainingspraktijken van Paul Schockemöhle. De schokkende methodes om paarden hoger aan het springen te krijgen of voorzichtiger te maken werden vervolgens breed uitgemeten.

Nu de rechtszaak tegen Schockemöhle geseponeerd is en het onvoorwaardelijke verbod op barreren alweer is herroepen, lijkt er een stilzwijgende afspraak te bestaan dat het onderwerp springsport gedateerd is. Aangezien de military-sport al veel langer uitgekauwd is, luidt het nieuwe actuele onderwerp: de dressuur! Klaus Balkenhol (51) kan er inmiddels van meepraten. Nadat de politiehoofdmeester uit Düsseldorf spectaculair en verrassend met de Duitse dressuurtitel ging strijken, trok "Der Spiegel' de beerput van diverse dressuurpraktijken open. Het omkopen van juryleden, het zoeken van een (invloed)rijk persoon die een lobby start om je in het team te krijgen, het uitgeven van tonnen aan een paard om zodoende een teamplaats te kopen, zulke zaken werden breed uitgemeten. Dat is nog niet het ergste, ware het niet dat het meeste Balkenhol in de mond werd gelegd. En dat is waar Balkenhol voor past.

“Er is één positieve kant aan al dat geschrijf”, vertelt Balkenhol, die een van de Duitse steunpilaren is van het team dat vandaag en morgen de gouden teammedaille verdedigt tijdens het EK-dressuur, ter elfder ure verplaatst van het Joegoslavische Lipica naar Zuid-Duitsland. “Dat is dat alle dressuurkameraden zich juist achter mij hebben gesteld. Wij allen weten heel goed dat er maar één plaats is die telt voor de verdeling van de teamplaatsen: de rijbaan. Collega-dressuurruiters waren na de eerste consternatie van mening dat het geschrijf allemaal veel geschreeuw was en weinig wol. Sensatiegerichte verhalen. Ik ben echt geen groentje in de dressuursport. Tien, twaalf jaar geleden, reed ik me met mijn vorige dienstpaard Rabauke al bijna in het Duitse nationale team. Ik ken de dressuurwereld dus al jaren en die dressuurwereld kent mij. Een zekere vertrouwensbasis en collegialiteit is er in die periode echt wel gegroeid.”

Niettemin kan Balkenhol niet ontkennen dat hij in bepaalde opzichten een buitenbeentje is: “Van sommige ruiters onderscheid ik mij doordat ik mijn paarden al krijg als ze nog driejarig zijn. Vervolgens richt ik ze zelf helemaal af. Wanneer je over financiën spreekt, vorm ik zelf uiteraard het tegendeel van de theorie dat grote bedragen essentieel zijn voor een paard dat goed genoeg is voor een nationaal team. Mijn paard Goldstern heeft zegge en schrijve 8.000 Duitse mark gekost. Dat is het maximale bedrag dat een bereden afdeling per dienstpaard kan besteden. Natuurlijk is het een buitengewoon geluk dat je voor dat geld een werelddressuurpaard aanschaft. Goldstern zag er aanvankelijk als klein, dikbuikig en ongespierd dier ook bepaald niet zo uit. Maar hij is het wel geworden!”

Het is opmerkelijk dat juist een hiërarchisch ingesteld en gezagsgetrouw man als politieruiter Balkenhol een lans breekt voor dressuursport met het paard als gelijkwaardige partner in plaats van als onderworpen wezen. Hij stelt: “De tijd dat discipline het belangrijkste woord was in de africhting van een paard, ligt echt wel achter ons. Paarden die aan de wereldtop komen, zijn paarden met een hele sterke persoonlijkheid. Zo'n persoonlijkheid moet je in ere laten. Als je zo'n paard met dwang probeert te onderwerpen, keert zich dat vroeg of laat tegen je. Maar ga je behoedzaam en zorgzaam met een paard om, dan krijg je een dier als Goldstern. Een sensitief paard, dat zich met al zijn krachten geeft als het er op een wedstrijd op aan komt.”

En zelfs dan is succes niet altijd verzekerd in de paardesport, weet Balkenhol: “Een paard is geen turntoestel. Verder zeg ik altijd "een paard is ook maar een mens'. Ook paarden hebben hun slechte humeuren, hun kleine pijntjes, net als jijzelf. Ik hoop dat ik na dit Europese kampioenschap kan zeggen dat het mij bij één proef gelukt is met Goldstern in volledige harmonie alle problemen in de rijbaan voor honderd procent op te lossen.”