Australië 1788: de lach vergaat je

Voorstelling: Our country's good, van Timberlake Wertenbaker. Spelers: Roy Ward, Keith Adrian, Mark Daniel Bellamy, Louise Dunne, Wendelynne Heelis, Trish Donoghue, e.a. Regie: Barbara Bosch. Gezien: 12-9 in De Stalhouderij, Amsterdam. Aldaar t-m 27-10.

Theater moge de wereld niet veranderen, het is wel een teken van beschaving - en op zijn allerminst haalt het spelers en publiek even weg uit de grauwe dagelijksheid. Het kan verheffen of stichten, moraliseren of amuseren. Of is het alleen maar overbodige luxe? In het uit 1988 daterende Our country's good moeten de bestuurderen van een Australische gevangenenkolonie, anno 1788, beslissen of ze toestemming verlenen voor een toneelstuk, op te voeren door zo'n groepje wetsovertreders. In de Griekse oudheid was theaterbezoek een verplicht onderdeel van de maatschappelijke omgang, zegt een van hen. Maar die Griekse beschaving werd uiteindelijk onder de voet gelopen door de Romeinen, sneert een ander.

Ze houden hun hart vast, maar geven toestemming. Sommigen uit goedertierendheid, anderen uit paternalisme en een enkeling zelfs in de overtuiging dat contact met de kunst bij de ruwste bolsters een blanke pit tevoorschijn kan brengen. Zo is het ook in werkelijkheid gebeurd: een naar het desolate Australië verscheepte groep gevangenen uit Engeland heeft daar een stuk opgevoerd. In Our country's good gebruikt de Engelse schrijfster Timberlake Wertenbaker de - vaak verdoezelde - feiten uit die tijd voor een docudrama met diverse thema's: het gaat over de verschoppelingen van het achttiende-eeuwse Engeland, over de uiteenlopende visies op de kolonialisering van Australië en over de functie van theater.

Het stuk is bovenal spannend geschreven, in korte scènes (vaak inclusief punchline), in gespierde taal en met veel toepasselijke grappen. You must be a bit more natural! roept de regisseur. Natural? On the stage? vraagt een hoogst verbaasde actrice. Ik weet alleen niet of het kosjer is dat die amateurtoneelspelers aanvankelijk even onnozel en lachwekkend zijn als de zotte dilettanten in een Shakespeare-komedie - het is lastig ons om hun lot te bekommeren als we hen eerst hebben uitgelachen. Gaandeweg verandert het stuk echter van toon, de situaties worden grimmiger en tenslotte dient hun voorstelling een levensbelang.

Het wordt hier, door de Stalhouderij Theatre Company, gepresenteerd in een kale ruimte, met het publiek rondom. Licht en enscenering brengen de effecten aan. Tien acteurs spelen meer dan twintig rollen, met opperste concentratie en uiterste inleving. Van hen maakte Roy Ward op mij de meeste indruk - ontroerend van trots als een der gevangenen, schipperend naar twee kanten als een bewaker en met een onvergetelijk vreugdeloos lachje als een officier, die meent dat een toneelstuk de mensen op subversieve gedachten brengt. Want ook dat kan een functie van theater zijn.