Appelblosjes

-Catharine Anholt: Bof jij even! Uitg. Gottmer. Prijs ƒ 19,50 -Lucy Cousins: Wat hoort Konijn? - Wat ziet Konijn? Uitg. Leopold. Prijs ƒ 24,90 per deel -Marie Louise Gay: Angela en de ijsbeer. Uitg. Sjaloom. Prijs ƒ 19.90 -Ann Höglud: Nachtreis. Uitg. Querido. Prijs ƒ 21,90

Zoals de internationale modekoningen met hun voor- en najaarscollecties invloed uitoefenen op wat er in de confectierekken hangt, zo zijn de sporen van de groten in de prentenboekenindustrie terug te vinden in het werk van verschillende nieuwkomers. Het prentenboek is "big bussiness' geworden en de top, die dan ook bijna uitsluitend uit mannen (Janosch, Eric Carle, Tony Ross, Quentin Blake) bestaat, brengt minimaal een maal per jaar een nieuw produkt op de markt. Wie naast deze overbekende handschriften een eigen stijl wil ontwikkelen moet stevig in zijn-haar schoenen staan.

Zo is Bof jij even! van Catharine Anholt een aardig boekje voor peuters, die hun eerste plaats moeten gaan delen met een krijsend, stinkend en veel te vaak geknuffeld nieuw broertje of zusje. De kleine ik-figuur betwijfelt of zij daar wel zo mee boft als haar volwassen omgeving haar wil doen geloven. Tot ze de rol van grote, handige zuster ontdekt en iedereen beseft dat niet zij, maar haar kleine broertje de bofkont is. Had ik in een quiz de maker van dit prentenboek moeten raden, dan zou ik al na drie bladzijden bij Janet en Allan Ahlberg uit zijn gekomen. Niet alleen beweegt Anholt zich in een vergelijkbare wereld van luierbroeken, wandelwagens en knuffellappen, maar ze bedient zich ook van eenzelfde kleurenpalet en zorgt voor dezelfde krentenoogjes en appelblosjes op de wangen als het bekende Engelse illustratorenechtpaar.

Met Wat ziet Konijn? en Wat hoort Konijn? is Lucy Cousins schatplichtig aan Dick Bruna en aan Max Velthuijs. Op de glanzende bladzijden zijn de schelle kleuren voornamelijk primair en de dikke lijnen pikzwart. Konijn is varkensrose en gekleed in streepjesjakje. Met zijn enorme oren kan hij uitstekend horen - achter een opklapbare wolk doet een vliegtuig "vroem' en een bewegende bloem verbergt een buzzende bij - en met zijn zwarte ziekenfondsbrilletje ziet hij een ezel achter de te openen staldeur en een cavia in het konijnehok. Zolang er baby's zijn, blijft er behoefte aan geluidenboekjes en kleine vingers zullen graag met flappende wolken, bosjes en graspollen spelen, maar achter het brilletjeskonijn blijf ik Nijntje zien en ik vraag me af hoeveel subtieler Velthuijs hier te werk gegaan zou zijn.

Angela en de ijsbeer van Marie Louise Gay komt verdacht dicht in de buurt van plagiaat. Het verhaaltje is "geleend' van David Mc Kee's Nu niet, Hendrik! 's Ochtends vroeg probeert Angela haar ouders in beweging te krijgen met tenenkrommende verhalen over monsters, overstromingen en ijsberen in huis. Vader en moeder reageren slechts met slaperig gemompel. Voor haar tekeningen heeft Gay het werk van Tony Ross nauwkeurig bestudeerd: chaotische toestanden, met veel rondslingerende voorwerpen, karikaturale uitbeelding van mensen en dieren en een poes met een blauw oog, die sprekend op Towser lijkt. Van de echte Tony Ross is er al te veel, laat staan van zijn epigonen.

Verrassend eigen is het werk van de Zweedse Anna Höglund. Bij Querido verscheen drie jaar geleden De jaguar en onlangs Nachtreis. Het verhaaltje is niet bijster origineel. Twee kinderen moeten zoet gaan slapen, want moeder heeft een interessant persoon aan de telefoon. Op de lichtbaan die uit de gang de donkere kamer invalt, sluipt een tijger naar binnen en de onwillige slapers gaan er achteraan, het nachtelijk avontuur tegemoet. Met de abrupte overgangen die een droom eigen zijn, worden ze achtervolgd door haaien en andere vraatzuchtige monsters, redden ze aapjes bij een vulkaanuitbarsting, vliegen ze naar de maan (met de armen wijd en wapperende pyjama) en zoeven ze in een limousine weer naar huis, een knus ontbijt op mamma's bed tegemoet. De kracht zit in de tekeningen. Die zijn nogal leeg, maar wat erop staat heeft ook werkelijk betekenis. De maffe, kaalhoofdige figuurtjes zien eruit als nazaten van Van Iependaals Polletje Piekhaar. De hele sfeer wijst op de invloed van tekenfilm en strip - op een boot duikt kapitein Haddock op en achter de patrijspoort schemert Bobbie - wat zorgt voor een vrolijk soort lelijkheid. In de overwegend gladde en zoete wereld van het prentenboek is dat een verademing.