Anne Tyler over de gevolgen van een sterfgeval; Het ideale appeltaart-gezin

Anne Tyler: Saint Maybe. Uitg. Knopf, 337 blz. Prijs ƒ 57,40

De boeken van Anne Tyler ademen een jaren vijftig sfeer. Toch is de toon niet nostalgisch, daarvoor schrijft ze te zakelijk. Het komt door haar onderwerp: families en hoe de leden daarvan elkaars leven beïnvloeden. Vaak overspant het verhaal tientallen jaren en krijgt daardoor de allure van een familiekroniek. Tyler is een van de minst typisch Amerikaanse schrijvers uit Amerika. In haar romans is niemand actief op zoek naar geluk of kicks of begrip, er worden geen psychiaters bezocht, er vindt geen akelig geweld plaats, er wordt niet door het continent gereisd, er zit geen maatschappijkritiek in, er wordt maar zo'n beetje voor zich uit geleefd.

In haar boeken kruipt het bloed voortdurend waar het niet gaan kan. Volwassen geworden kinderen (broers en een zuster) voeren een gemeenschappelijke huishouding in het ouderlijk huis in The Accidental Tourist. En Ezra uit Dinner at the Homesick Restaurant blijft zijn hele leven thuis bij zijn moeder wonen. Zo ook Ian Bedloe, de hoofdpersoon uit Saint Maybe, die in het begin van het boek 17 jaar is, de jongste van drie kinderen uit een gezin dat in de straat als het "ideale appeltaart-gezin gold: twee vriendelijke ouders, drie aantrekkelijke kinderen, een hond, een kat en verspreide goudvissen'.

De lokatie is zoals gebruikelijk Baltimore, en één ding is zeker aan het begin: als het boek uit is en we 25 jaar verder zijn, zal bijna iedereen nog steeds in Baltimore wonen en niet noemenswaard tussendoor weg geweest zijn. Anne Tylers personages zijn nogal honkvast - ook dat is niet typisch Amerikaans.

Saint Maybe gaat over het inlossen van schuld. Zoals in veel van haar boeken is het ook hier een sterfgeval dat de motor achter de gebeurtenissen vormt. Ians oudere broer Danny trouwt vrij schielijk met een vrouw, die een dubieuze achtergrond heeft: Lucy is gescheiden en heeft twee jonge kinderen. Het is onduidelijk waar ze precies vandaan komt (niet uit Baltimore) en hoe ze, arm als ze is, aan die mooie kleren komt. Na de geboorte van het gezonde zevenmaands dochtertje Daphne twijfelt Ian zelfs aan het vaderschap van zijn broer. In een ruzie met zijn broer werpt Ian hem zijn verdenkingen voor de voeten, waarna Danny dronken met zijn auto frontaal tegen een muur aanrijdt. Ook Lucy pleegt een tijdje later zelfmoord. De kinderen worden tijdelijk door Ians ouders in huis genomen, maar het wordt steeds moeilijker voor de grootouders om voor de drie wezen te zorgen, omdat ze tenslotte een dagje ouder zijn en de grootmoeder met arthritis kampt. De tijdelijke oplossing dreigt een permanent karakter te krijgen. Ian dwaalt in de kerstvakantie verteerd door schuldgevoel door de straten van Baltimore en ziet een opschrift op een gebouw: "Church of the Second Chance'. In een opwelling gaat hij naar binnen en deze sekte blijkt balsem voor de ziel te bieden, als hij bereid is de consequenties voor zijn handelen te aanvaarden. De schuld kan worden ingelost als hij de kinderen opvoedt. Hiervoor is het nodig dat hij ophoudt met studeren, een baantje zoekt en weer bij zijn ouders intrekt, en dat doet hij dan ook.

Daarna gebeurt er eigenlijk niet meer zoveel, hoewel dit voorafgaande alleen de eerste twee hoofdstukken beslaat. Ian voedt de kinderen op als alleenstaande oom, gesteund door zijn ouders en ingebed in zijn excentrieke sekte. De kinderen groeien op, Ian vindt uiteindelijk een vrouw en wordt als veertiger ook nog eens keer zelf vader.

Anne Tylers hoofdpersonen hebben vaak iets van een goeie sloor. Van die mensen in wie geen kwaad in steekt, maar naar wier leven je desondanks benieuwd bent. Ian is onvoorwaardelijk sympathiek, net als Macon, de schrijver van saaie reisgidsen uit An Accidental Tourist. Maar Macon werd gecontrasteerd met Muriel, een hondentrainster, die de dynamiek in het verhaal brengt. In Tylers boeken is nooit iemand jurist van beroep of ambtenaar, er is altijd sprake van "echt' werk: kok, privé-detective, timmerman (Ian), clutter counselor (iemand die de rotzooi van zolder, kelder en kasten wegwerkt). In Saint Maybe zit te weinig dynamiek. De zelfopofferende Ian heeft geen tegenwicht, zodat de roman wat al te stuurloos wegdrijft in sentimentele richting. Dat het uiteindelijk niet zover komt, is te danken aan haar onomwonden stijl, zakelijk en tegelijk persoonlijk, die als geen andere geschikt is voor het beschrijven van huwelijken, begrafenissen, geboortes, kerstfeesten en Thanksgiving-diners.

Clichés

Maar de achtergrond van het verhaal lijdt aan clichés. Er komen bij voorbeeld teveel dromen in voor. Een droom in een roman is altijd vervelend, omdat er zoveel opgelegde symboliek in verwerkt wordt. Ian wendt zich tot de religie, als hij er zelf niet meer uitkomt, maar "The Church of the Second Chance' is een minuscuul splintertje met eigenaardige, vooral arbitraire voorschriften als "the sugar rule' en "the coffee rule'. Behalve alcohol mag er ook geen koffie en suiker gebruikt worden. De beschrijvingen van wat zich afspeelt tijdens de diensten, of op het bijbelkamp voor de kinderen, of tijdens de wekelijkse "goede werken' neigen naar het satirische, maar daarvoor zijn de sekteleden inclusief de dominee weer te sympathiek en te huiselijk. Ians ouders nemen het hele boek door geen enkel initiatief, zijn zuster doet niet anders dan baby's op de wereld zetten. De enige die voor vuurwerk zou kunnen zorgen is Daphne, de jongste van de drie kinderen die zo veel op haar opstandige moeder Lucy lijkt. Maar na een inderdaad roerige pubertijd slaat ze zonder aanleiding ineens om in een van die passieve Tyler-personages, die thuis rondhangen en er merkwaardige baantjes op nahouden.

De persoon Ian blijft intussen schimmig. De bekering van een 19-jarige student tot prematuur huisvader, die niet alleen suiker en koffie, maar ook seks buiten het huwelijk opgeeft, zou tot onvrede kunnen leiden of tot gepieker over religie en God. Maar Ian stelt zich geen existentiële vragen en doet niet of nauwelijks aan zelfreflectie. Hij krijgt geen tegenspel van zijn omgeving en hij geeft zichzelf geen tegenspel.

Saint Maybe is aangenaam om te lezen - vooral de hoofdstukken vanuit het perspectief van de kinderen zijn prachtig en met veel inlevingsvermogen geschreven -, het zou zelfs hartveroverend genoemd kunnen worden, als er niet die gezapigheid was. Maar die dringt pas door, als het boek uit is.