Angst over toekomstkansen jonge migrant

AMSTERDAM, 13 SEPT. Decennia lang leefde bij de meeste bestuurders en wetenschappers het rustige gevoel dat de ethnische minderheden, na een zekere overgangsfase, langzaam maar zeker zouden opgaan in de gewone meerderheid van de bevolking. Sinds kort is dat vertrouwen verdwenen. Bij de beleidsmakers binnen de EG groeit de angst dat de huidige immigranten in veel Europese steden een permanente onderklasse zullen gaan vormen. Spreker na spreker luidde de afgelopen drie dagen de noodklok op het congres over stadsjeugd dat in Amsterdam werd gehouden. Of zoals prof. dr. A. de Swaan het vanochtend op de slotzitting samenvatte: “Immigranten moeten bereid zijn hun plaats in een nieuwe maatschappij te bevechten. Maar dan moet er wel een plaats zijn om zichzelf in te vechten.”

Onder de titel City-Youth in Multi Ethnic Europe had de gemeente Amsterdam, in samenwerking met het ministerie van WVC en de Europese Commissie meer dan tweehonderd politici, ambtenaren, wetenschappers en andere betrokkenen uit alle twaalf EG-landen te gast. Het was de eerste maal dat op een dergelijke schaal door Europese specialisten zo uitvoerig werd overlegd over de gevolgen van de nieuwe immigratie- en geboortegolf die de laatste jaren uit de statistieken naar voren komt.

In de steden, de natuurlijke vestigingsplaatsen voor nieuwkomers in de samenleving, begint die golf nu al duidelijk zichtbaar te worden. Nu al is ruim de helft van de leerlingen op de Amsterdamse basisscholen van allochtone origine, en in Berlijn, Brussel en Kopenhagen is het niet anders. Het vraagstuk van de snel veranderende bevolkingssamenstelling van de grote Europese steden zal, naast het milieu en de toenemende kloof tussen arme en rijke landen, bovenaan de agenda van het komende decennium staan, zo voorspelde burgemeester Ed van Thijn op de persconferentie voorafgaand aan het congres.

Ook het toekomstbeeld dat minister d'Ancona in haar openingstoespraak schetste was, althans bij ongewijzigd beleid, weinig florissant: aan de ene kant zal vermoedelijk kort na de eeuwwisseling de helft of meer van het aanbod op de arbeidsmarkt in Nederland bestaan uit allochtone jongeren. Maar aan de andere kant worden de migrantengemeenschappen waarin die jongeren gevormd moeten worden onevenredig getroffen door werkloosheid, hun leerprestaties blijven ver achter bij het landelijk gemiddelde, de schooluitval is groot en er dreigt in de grootste steden een toenemende segmentering in "witte' en "zwarte ' scholen. Bovendien moeten de jonge immigranten concurreren met autochtone leeftijdsgenoten die zijn opgegroeid in een klimaat waar goed onderwijs de gewoonste zaak van de wereld was. Ter vergelijking: 11 procent van de Turkse vaders en 37 procent van de Marokkaanse vaders is bijvoorbeeld nooit naar school geweest. De Swaan: “In de beslissende fase van hun jeugd missen veel jonge immigranten de druk van sociale controle en de mogelijkheid om zichzelf te sturen.”

Daarbij komt dat de situatie in de grote steden de komende jaren extra kan verslechteren door grote, onverwachte migratiebewegingen uit Oost-Europa en Noord-Afrika. David Coyne, hoofd van de afdelingen jeugdzaken van de Europese Commissie: “Het kan allemaal meevallen. Maar nog eens drie hele slechte jaren in Noord-Afrika, of één totaal mislukte oogst in Oost-Europa, en dan kan er opeens heel veel gebeuren.” In zijn toespraak beschreef hij een gesprek met een jonge, illegale Pool die in rampzalige omstandigheden in Berlijn woonde: “Zijn motivering was duidelijk: wat hij ook aantrof in Berlijn, Polen bestond voor hem niet meer. We moeten ons ervan bewust zijn dat er honderdduizenden van dit soort mensen zijn, die zich koste wat kost naar het Westen zullen werken, legaal of niet.”

In de wandelgangen waarschuwde Coyne tegen de neiging het beleid teveel te laten leunen op juridische maatregelen. “Ze komen toch.” Door het scherpe onderscheid tussen zogenaamde legalen en illegalen worden deze laatsten geweerd uit opleidingen en andere speciale voorzieningen, waardoor een super-onderklasse kan ontstaan van illegalen, die formeel niet bestaat, maar in werkelijkheid vaak nu al redelijk omvangrijk is. Volgens Coyne hebben in deze situatie projecten die zich richten op de meer informele circuits de meeste kans van slagen: clubs en projecten van en voor jongeren zelf. Daarvan werden overigens tijdens het congres een groot aantal gepresenteerd, variërend van het Amsterdamse huisvestings en stageproject Zeezicht, een soortgelijk project in Dublin met een bruin café voor weglopers tot een school in Londen, waar de bovenverdieping is ingericht als een compleet kantoor om de leerlingen een zo realistisch mogelijke introductie te geven in het zakenleven.

De Swaan: “Het belangrijkste gevecht voor deze jeugd is de uitputtende, dagelijkse strijd in de scholen, zes, twaalf jaar lang, gedurende de meest gevoelige fase van het leven.” Van diverse kanten werd in dit verband de onderwijsaanpak geprezen die nu door Nederland wordt ontwikkeld en die erop is gebaseerd om leerachterstanden al op een zo vroeg mogelijke leeftijd te voorkomen. David Coyne: “Het gaat om veel meer dan alleen vaardigheden. Het gaat om het ontwikkelen van zelfrespect. De meeste landen beginnen pas iets te doen bij vijftien, zestien-jarigen. Maar dan is het te laat. Dan is het geen onderwijs meer, maar op z'n hoogst sociale reparatie.”

De Swaan benadrukte dat de jonge immigrant op dit moment voor een bijna onmogelijke keuze wordt gesteld. Als ze voor de korte termijn kiezen hebben ze een redelijk bestaan nu, met een zeer onzekere toekomst later. Een keuze voor de lange termijn betekent daarentegen voor nu en de nabije toekomst heel hard werken op school, grote offers op het gebied van vrije tijd en sociale contacten, terwijl aan het eind van de rit alleen voor werk van het laagste niveau redelijke kansen bestaan. “Voor een dergelijke keuze is een stevige hand nodig, of een sterke innerlijke drijfveer.”

Ondertussen bivakkeerde de jeugd zelf - 22 jongeren uit 12 Europese landen - in de Sleep-inn om overdag bijeen te komen in Theater De Bochel waar een programma werd afgewerkt van voornamelijk culturele aard. Het congres wordt vandaag afgesloten.