"Aan het eind was er niemand over'

FORT RILEY, 13 SEPT. In de eerste twee dagen van de oorlog te land tegen Irak hebben drie brigades van de Amerikaanse 1ste gemechaniseerde infanterie-divisie "The Big Red One' een gruwelijke primeur gebruikt om de loopgraven en de bunkers te vernietigen die werden verdedigd door meer dan 8.000 Iraakse soldaten. Terwijl 2.000 soldaten zich overgaven, werden de Iraakse doden en gewonden en de militairen die zich nog gewapenderhand verdedigden onder tonnen zand begraven, aldus deelnemers aan de zorgvuldig geplande operatie. “Toen we daar eenmaal voorbij waren, was er behalve de soldaten die zich hadden overgegeven niemand over”, zegt kapitein Bennie Williams, die is onderscheiden met de zilveren ster voor zijn rol in de aanval van 24 en 25 februari bij het uiteinde van de neutrale zone tussen Saoedi-Arabië en Irak.

Er werd geen enkele Amerikaan gedood, een telling van de Iraakse doden was onmogelijk. “In mijn idee kunnen we er duizenden hebben gedood”, zegt kolonel Anthony Moreno, commandant van de 2de Brigade die de aanval op de zwaarste Iraakse defensielinies leidde. En smallere linie loopgraven aan de Moreno's linkerflank werd aangevallen door de 1ste Brigade van commando van kolonel Lon Maggart. Maggart schat dat zijn brigade ongeveer 650 Iraakse soldaten heeft begraven. Officieren van de 3de Brigade waren niet bereikbaar voor commentaar.

Praktisch elke sectie van de loopgravenlinie was toegewezen aan twee Abrams-tanks die waren voorzien van ploegen in de vorm van reusachtige tanden. De tanks namen positie in aan beide zijden van de loopgraven, doorgaans 90 centimeter breed en 1,80 meter diep. Bradley gevechtsvoertuigen en Vulcan pantserwagens reden langs de loopgraven en vuurden op de Iraakse soldaten terwijl de tanks hen met hopen zand bedekten.

“Ik kwam direct na de voorste compagnie”, zegt Moreno. “Je zag een hoop loopgraven bedekt met zand waaruit armen van mensen en andere dingen staken.”

Iedere Amerikaan zat in een pantserwagen, veilig beschut tegen de schoten van lichte wapens van de Irakezen. De operatie had een dramatisch effect op de Iraakse troepen. “Toen de Iraakse soldaten zagen wat wij aan het doen waren en hoe effectief en snel we dat deden, sprongen zij uit hun holen en gaven zich over”, aldus Moreno.

Volgens Moreno en Maggart is deze tactiek gebruikt om het aantal slachtoffers aan Amerikaanse zijde tot een minimum te beperken.“Ik weet dat mensen op deze manier te begraven nogal akelig klinkt”, zegt Maggart. “Maar het was nog akeliger geweest als we onze troepen de loopgraven hadden moeten insturen en die met de bajonet hadden moeten schoonvegen.”

Moreno gaf toe dat de aanval tegen militaire regels inging die oproepen de pantserwagen te verlaten bij het schoonvegen van loopgraven, of een omtrekkende beweging maken en versterkte posities te isoleren. Maar dit zijn geen voorschriften.

Moreno: “Mijn idee is de vijand te verslaan met al je macht en materieel. We treffen ze met ieder stuk uitrusting dat we hebben. Ik offer de levens van mijn soldaten niet op, dat levert geen rendement op.”

Luitenant-kolonel Stephen Hawkins, die heeft meegewerkt aan het uitdenken van de tactiek, zegt dat deze gedeeltelijk was bedoeld om de Irakezen doodsangst aan te jagen waardoor ze zich over zouden geven, en om de verdedigingsposities onbruikbaar te maken voor versterkingen. “Het veroorzaakte in veel gevallen een onmiddellijke overgave”, zegt Hawkins. Hawkins en Maggart onderstreepten beiden dat de aanvalstactiek de Iraakse troepen de kans hadden zich over te geven. Maar alle betrokkenen zeiden dat het voornaamste doel was de Iraakse verdedigers te vernietigen. Hawkins had een vijf kilometer brede replica van de frontlinie aan de Iraaks-Saoedische grens laten maken zodat de divisie de tactiek van het begraven kon oefenen voor de werkelijke aanval.

Het Pentagon heeft de details van de aanval achtergehouden voor de commissies van Huis van Afgevaardigden en Senaat, zeggen leden van de commissies. De invloedrijke Democraat Sam Nunn zei dat hij geen weet had gehad van het begraven van de Iraakse soldaten tijdens de aanval.

Het dichtgooien van de loopgraven was onderdeel van de bloedigste fase van de oorlog voor de Iraakse troepen, waarin de 1ste Divisie een gat van elf mijl sloeg in de Iraakse defensielinie. Dit gat werd gemaakt om de vier divisies van het zevende legerkorps veilige doorgang te verlenen voor de aanval op de Republikeinse Garde, de Iraakse eleitetroepen.

De Iraakse linies waren sinds 16 januari zwaar gebombardeerd door B-52 bommenwerpers, gevechtsvliegtuigen en artillerievuur die de gevechten van de Tweede Wereldoorlog in het niet deden verzinken.

De aanval van de 1ste Divisie begon met een dertig minuten durend bombardement op de loopgraven die waren aangeduid als faselinies Colorado en New Jersey. De brigades van Moreno en Maggart met 8.400 manschappen in 3.000 voertuigen sneden vervolgens in minder dan 17 minuten door de belangrijkste Iraakse linie van mijnvelden, prikkeldraad en tankversperringen. De tanks ploegden de mijnen op en andere speciaal uitgeruste tanks zorgden ervoor dat de aanvalslinies vrij waren van verborgen explosieven. Iraaks artillerie- en mortiervuur was sporadisch en niet doelmatig, zo zeggen zij.

Moreno zegt dat hij doorging met artilleriebeschietingen van de Iraakse linie terwijl zijn tanks, Bradleys en gepantserde bulldozers zich naar hun plaats manoeuvreerden om een begin te maken met het begraven van de loopgraven. “Ons vuur hield de Irakezen in hun loopgraven”, zegt Moreno. “Zij waren niet in staat terug te schieten.”

Williams, een van de eerste commandanten van een Bradley die zijn voertuig op een Iraakse loopgraaflinie manoeuvreerde, zegt bang te zijn geweest dat de loopgraaf te breed zou zijn geweest of de zandwanden te zwak voor zijn voertuig van 33 ton. Maar de Bradley bewoog zich gemakkelijk langs de linie en blies de Iraakse troepen weg met zijn machinegeweer. Williams: “De doelen in de loopgraven waren "zacht' ”, een eufemisme voor mensen.

“Er waren momenten dat we wisten dat zij in een bunker waren en dan gaven we ze de kans zich over te geven. “Ik denk dat 60 procent van de soldaten zich heeft overgegeven. Sommigen vochten maar zagen dat ze zouden gaan verliezen en gaven op. Sommigen besloten door te gaan. Er zijn veel soldaten begraven in de bunkers. Daar ben ik zeker van. We reden gewoon over hen heen of we reden achteruit, zodat de muren zouden instorten.”

Joe Queen van de 1ste genietroepen kreeg een bronzen ster voor het gelijktijdig doorboren van een zandwal, terwijl hij onder vuur was, en het met zand bedelven van de Iraakse loopgraven met zijn gevechts-bulldozer. “Veel jongens waren bang”, zegt Queen. “Maar ik genoot ervan.”

NRC Handelsblad- Newsday