Zoutgehalte in Rijn boven alarmgrens

ROTTERDAM, 12 SEPT. Nederland voert op ambtelijk niveau overleg met Frankrijk over een verlaging van de zoutlozingen van de Franse kalimijnen in de Rijn, nu het zoutgehalte door de lage waterstand de "alarmgrens' ruim heeft overschreden. De alarmgrens is 250 milligram chloride per liter Rijnwater. Gisteren werd bij Lobith een gehalte van 297 milligram gemeten, vanochtend bewoog het gehalte zich tussen de 250 en 260 milligram.

“Ze zitten duidelijk te hoog”, zegt de directie Gelderland van Rijkswaterstaat, doelend op de kalimijnen in de Elzas die elke dag wagonladingen zout in de Rijn kiepen. Maar Nederland kan nog geen vermindering afdwingen omdat de tweede fase van het Rijn-zoutverdrag pas op 25 september in Brussel wordt getekend. Volgens de tekst van die aanvulling moet Frankrijk de lozingen direct verminderen wanneer er meer dan 200 milligram zout per liter Rijnwater wordt gemeten.

Maar of dat na 25 september ook zal gebeuren is nog maar de vraag, want volgens een woordvoerder van het ministerie van verkeer en waterstaat hebben de Fransen nog geen goede voorziening om voldoende zout tijdelijk op te slaan. Nu wordt conform het Rijn-zoutverdrag 20 kilo per seconde opgeslagen, maar dat is bij de huidige waterstand onvoldoende.

Rijkswaterstaat heeft gisteren een beroep op alle waterschappen en andere gebruikers gedaan om zuinig met het schaarse zoet water om te gaan. Dat is nodig omdat vanochtend het record-laagteniveau in de Rijn bij Lobith van 7,25 meter boven NAP werd gemeten. De komende dagen wordt ondanks enige regenval in Duitsland nog een gelijk peil verwacht.

Technische maatregelen zijn getroffen om het Amsterdam-Rijnkanaal, dat als voeding dient voor drinkwatermaatschappijen, elektriciteitscentrales (koelwater) en de polders in West-Nederland, zo lang mogelijk op peil te houden. De stuwen in de Nederrijn en de Lek, bij Hagestein, Amerongen en Driel zijn gesloten en de schutsluizen voor de vrachtschepen gaan zo min mogelijk open, waardoor de wachttijden toenemen.

Intussen raakt de opslagcapaciteit in de Rotterdamse haven overvol en wordt zeeschepen die nieuwe grondstoffen aanvoeren gevraagd langzamer te varen. De vrachttarieven zijn drastisch gestegen en de winstmarges voor de handel en bedrijven die tapioca en derivaten voor de veevoerderbereiding verwerken, gedaald tot enkele procenten.

Het Hoogheemraadschap van Schieland, in het gebied Rotterdam en omstreken, heeft dinsdagmiddag de waterinlaatsluis bij Moordrecht moeten sluiten omdat het water in de Hollandsche IJssel meer dan 600 milligram zout per liter bevat. Als alternatief maakt Schieland nu gebruik van een nieuwe noodvoorziening aanvoer van water uit het Amsterdam-Rijnkanaal. Dit water wordt bij Utrecht in de Leidse Rijn gepompt.