Zelfbeschikking niet alleen bij de reactie omstreden

Zelfbeschikking en democratie zijn niet van nature complementair. De knulligheid waarmee de staatsgreep van augustus werd uitgevoerd en de euforie over de mislukking ervan ontnemen het zicht op reële gevaren. Zo is de gekozen president van Georgië, Zviad Gamsachoerdia, druk doende om alle etnische en politieke tegenstand in zijn zaterdag jongstleden definitief onafhankelijk verklaarde republiek met geweld te onderdrukken. Na een poging van Gorbatsjov om langs de weg van het overleg een oplossing voor de problemen te vinden brak Georgië met de nieuwe staatsraad. Mede-Georgiër en één van de leiders van de democratische beweging in Moskou Edoeard Sjevardnadze werd gekenschetst als verrader, een diskwalificerende echo uit het verleden toen Sjevardnadze als partijleider in Georgië de nationalistische beweging van Gamsachoerdia liet vervolgen.

Het is niet ondenkbaar dat de mate van lijden die werd ondergaan dan wel aan anderen werd toegebracht, bepalend zal zijn voor de aanvaarding of afwijzing van pogingen tot zelfbeschikking. Afgezien van de geschiedenis van de Baltische landen - die zowel afgrijzen als mededogen rechtvaardigt - heeft het gewelddadige optreden van de "zwarte baretten' daar de sympathie gewekt die, toen de tijd er rijp voor was, de volkenrechtelijke erkenning van de drie betrokken landen opleverde. Leiders van Jeltsin tot Gorbatsjov en Bush, de één spontaan, de ander aarzelend, hebben zich niet aan de consequenties van die sympathie kunnen onttrekken.

Maar als toegebracht lijden antipathie veroorzaakt, dan begeeft Georgië zich momenteel in hetzelfde morele isolement waarin ook de Serviërs zijn geraakt. Het excuus in het verleden slachtoffer van vervolging te zijn geweest, zal Gamsachoerdia even weinig medeleven opleveren als de Servische president Milosevic. Gamsachoerdia verdedigt de onderdrukking van de Ossetische en Abchazische minderheden en van andersdenkenden met een beroep op de verdediging van het Georgische zelfbeschikkingsrecht tegen een duivels Moskou, maar op die manier komt de uitoefening van dat recht in direct conflict met de democratische rechten van minderheid en oppositie.

Paradoxaal poogden de reactionaire krachten in de Unie zich een kruimel moraliteit te verschaffen met verwijzing naar de immoraliteit van een dergelijke zelfbeschikkingsvariant. Zo biedt het herfstnummer van het keurige progressieve Amerikaanse tijdschrift Foreign Policy ruimte aan de "zwarte kolonel' Viktor Alksnis, afgevaardigde voor Letland in de Opperste Sovjet en oprichter van de beruchte Sojoez-fractie. Onder de titel Lijden aan zelfbeschikking heeft deze officier-parlementariër een pamflet geschreven dat de latere plegers van de coup als rechtvaardiging voor hun daden hadden kunnen gebruiken als zij daarvoor de tijd hadden gekregen. Mogelijk is het artikel bedoeld geweest als een bewijsvoering vooraf ten behoeve van een Westers publiek dat er ingegrepen moest worden om de verdere besmetting van de Unie met het gevaarlijke virus van zelfbeschikking onmogelijk te maken.

Al in eerdere publikaties had Alksnis zijn reactionaire imago verhuld achter kritiek op eerdere fasen van het communistische regime. Zo ook hier weer. Naar de ideologisch aangedreven almacht van de partij zegt hij met zoveel woorden niet terug te verlangen, maar nergens verklaart hij uit die tientallende jaren durende nachtmerrie de ellende waarin het land is terecht gekomen en het verlangen van tientallen miljoenen om het met de nodige distantie ten opzichte van Moskou nu eens zelf te proberen. De nieuwe krachten die glasnost en perestrojka hebben vrijgemaakt, herkent hij uitsluitend in hun slechtste gedaanten. In zijn eigen vaderland zijn het niet de zwarte baretten die zijn veroordeling treft, maar Lets extremisme waarvan anderen, lees Russen, het slachtoffer zijn.

Vanzelfsprekend is Jeltsin een dankbaar object van kritiek. Dat de Russische president de eerste gekozen leider van zijn land in de geschiedenis is, ontgaat Alksnis niet, maar hij ridiculiseert diens verkiezing uit een mythe rondom de persoon Jeltsin. En hij spreekt alvast de verwachting uit dat Jeltsin evenmin als zijn Georgische evenknie zijn democratische beloften zal nakomen.

Alksnis artikel is geschreven in de vorm van een bezwering tegen het verval van de Unie. Zijn argumenten zijn het spiegelbeeld van de argumenten van democraten als Sjevardnadze. De voormalige minister van buitenlandse zaken oordeelt dat de vaagheden en tegenstrijdigheden waarin Gorbatsjov zich maandenlang hulde, zijn benoeming van vijanden in de belangrijkste functies van staat, beslissende voorwaarden waren voor het plegen van de staatsgreep. Alksnis verwijt de Unie-president vooral zijn aanvaarding van het zogenoemde Unie-verdrag dat de republieken mondig maakte ten koste van het centrum, ten koste van de Unie zelf. De coup had plaats aan de vooravond van de voorgenomen ondertekening van dat Unie-verdrag. Alksnis zal er even al zijn hoop op hebben gevestigd.

Alksnis' opmerkingen hebben een kern van werkelijkheidszin. Wie naar de feiten kijkt, ziet een aantal van de door hem genoemde dreigingen werkelijkheid worden. Etnisch geweld bestaat allang in de Sovjet-Unie en waarschijnlijk zal het eerder escaleren dan afnemen. Ook behoeft een democratisch gekozen leider geen democraat te zijn en nieuwe leiders zullen in het bestuurlijk vacuüm waarin zij terecht zijn gekomen er eerder de voorkeur aan geven om zich te omringen met vertrouwelingen dan tegenstanders de gelegenheid te geven langs democratische weg hun macht en invloed te betwisten. Maar hij verraadt zijn ware bedoelingen door voor het monolitische denken van weleer geen enkel bruikbaar alternatief te accepteren. Zo kunnen lieden als Gamsachourdia en Alksnis elkaar straks nog aardig in de kaart spelen.