VVD-leider vindt dat moslims zich moeten aanpassen; Bolkestein: compromis met rechtsstaat is niet mogelijk

DEN HAAG, 12 SEPT. De telefoon bij de VVD-fractie in de Tweede Kamer heeft niet meer stilgestaan sinds fractievoorzitter F. Bolkestein onlangs in het Zwitserse Luzern zijn gedachten ontvouwde over de integratie van etnische minderheden. Volgens hem moeten moslims zich aanpassen aan de beginselen van de liberale rechtsstaat: een compromis is niet mogelijk. Het publiek op het congres van de Liberale Internationale applaudisseerde, in Nederland werd hij door het Nederlands Centrum Buitenlanders (NCB) onmiddellijk beschuldigd van “stemmingmakerij”.

Bolkestein legt de kritiek naast zich neer. “Ik laat me niet van de wijs brengen door beschuldigingen van populisme of stemmingmakerij. Ik beschouw het probleem van minderheden in Nederland en West-Europa als een van de belangrijkste van de komende tien jaar. Dat moet onomwonden aan de orde worden gesteld. Het probleem leeft bij mensen in het land, maar het is ten dele in een taboesfeer gekomen. Daar wil ik het uit halen.”

Volgens het NCB speelt Bolkestein de centrum-democraten van Janmaat rechtstreeks in de kaart. “Ik laat de agenda niet door Janmaat dicteren"", zegt Bolkestein. “Ik ben niet van plan om me een bepaald gedrag te laten voorschrijven door centrum-democraten, ook al willen sommigen mij dat aanwrijven.”

Bolkestein vindt dat moslims zich in Nederland moeten houden aan de beginselen van de rechtsstaat zoals vrijheid van meningsuiting, de scheiding van kerk en staat, verdraagzaamheid en non-discriminatie. “Dit zijn algemene beginselen die zich vertalen in concrete wetten. Op dit punt is geen compromis mogelijk. Ik heb een optocht gezien van moslims die opriepen tot de moord op de auteur Salman Rushdie. Dat kan ik niet accepteren.”

Rushdie bleef ook na zijn terugkeer tot de islam ter dood veroordeeld. In het Engelse Bradford hebben moslims zijn boek "De Duivelsverzen' in 1989 "officieel' verbrand, de Italiaanse vertaler van het boek werd neergestoken, de Japanse vertaler werd vermoord. In oktober vorig jaar riep een imam in een radioprogramma van de gesubsidieerde Turkse Omroep Stichting in Amsterdam op om afvalligen van de islam “te vermoorden, op te hangen, te slachten of te verbannen”. Bolkestein keert zich fel tegen zulke uitzendingen. “Dat kan niet, dat is in strijd met de regels van onze rechtsstaat. Moslims moeten essentiële normen van onze samenleving in ere houden. Zo ben ik ook tegen het gedwongen uithuwelijken van meisjes. En onlangs hoorde ik een imam op de Nederlandse televisie zeggen dat moslims overal ter wereld één natie moeten vormen. Wat betekent dat? Is dat een loyaliteit die uitgaat boven het Nederlanderschap?”

Bolkestein wees december vorig jaar al op de spanning tussen principes van de rechtsstaat en de islamitische wereld. Hij zei in een voordracht onder andere geen gelijkwaardigheid te zien tussen de Westeuropese cultuur en die van de islam. Twee inwoners uit Zeist hebben de liberale leider daarop aangeklaagd voor “het beledigen van een groep mensen wegens godsdienst of levensovertuiging en het aanzetten tot haat”. De officier van justitie heeft de klacht inmiddels ongegrond verklaard.

“We hebben kritiek op het kastenstelsel in India en ook op de apartheid in Zuid-Afrika. Beide stelsels worden gelegitimeerd door te wijzen op godsdienst. Daar heb ik geen boodschap aan. We kunnen toch niet zeggen: apartheid komt voort uit de cultuur van die samenleving, daar mogen we geen kritiek op hebben. Vrijheid van meningsuiting, non-discriminatie en tolerantie zijn universele waarden. We kunnen toch niet zeggen in Nederland: die waarden gelden voor 95 procent van de bevolking, en de vijf procent die uit andere culturen komen hoeven zich daar niet aan te storen. Dat is ondenkbaar”.

De nadruk moet volgens Bolkestein worden gelegd op integratie van etnische minderheden, het beleid van "integratie met behoud van identiteit' heeft gefaald. “Die slagzin spreekt zichzelf tegen. We hebben in Nederland vele jaren geprobeerd het onverzoenlijke te verzoenen, om kool en geit te sparen. Het moet afgelopen zijn met de vrijblijvendheid. Integratie moet voorop staan. Het leren van Nederlands is absoluut noodzakelijk, en moslim-meisjes moeten naar school gaan”.

Het percentage leerplichtige Turkse en Marokkaanse meisjes dat geen dagonderwijs volgt wordt geschat op circa 20 procent. “Dat kan zo niet. In de Amsterdamse rivierenbuurt is een school waar eenderde van de kinderen uit etnische minderheden afkomstig is. Autochtone kinderen krijgen straf als ze spijbelen, terwijl kinderen uit deze minderheden soms weken of maanden van school zijn omdat ze in Marokko zitten. Dat mag niet, daar moet tegen worden opgetreden. Door het beleid van "integratie met behoud van eigen identiteit' hebben we alles teveel op zijn beloop gelaten, we hebben ruimte gegeven aan een identiteit die integratie sterk kan schaden.”

De komende jaren zal het aantal moslims in Nederland sterk toenemen. In 1989 woonden er 177.000 Turken en 140.000 Marokkanen in Nederland. Volgens cijfers van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut zullen die aantallen in 1997 zijn gegroeid tot ruim 200.000 Turken en bijna 200.000 Marokkanen. Met name in grote steden als Amsterdam zal de toename drastisch zijn waarbij de problemen zich vooral concentreren in oude stadswijken. Bij de plaatselijke bevolking groeit een gevoel van vervreemding.

“Ik kan dat best begrijpen. Maar het is niet makkelijk om daar iets aan te doen. De Amsterdamse burgemeester Van Thijn noemt altijd het voorbeeld van het trappenhuis. Voor Amsterdammers is dat een deel van het huis, zij houden het schoon. Voor immigranten is het een deel van de straat. Het praktisch samenleven in één land kan alleen worden bevorderd via integratie. Anders krijg je de blanke vlucht zoals in de VS. De blanken verlaten het centrum omdat de huizen in waarde dalen. Dan krijg je een enorme verkrotting. Washington heeft een modern centrum, verpauperde stadswijken en rijke voorsteden. Dat moeten we hier voorkomen”.

Volgens Bolkestein - die jarenlang in het buitenland werkte voor Shell - moet het mogelijk zijn voor moslims in het dagelijks leven een modus vivendi te vinden. “Ik heb zo'n 10 jaar in ontwikkelingslanden gewoond. En dan pas je je aan, je leert de taal. Wij zouden ons in Arabische landen ook moeten aanpassen.” De immigratie zal de komende jaren nog doorgaan door gezinshereniging en gezinsvorming omdat veel Turkse en Marokkaanse inwoners een huwelijkspartner zoeken in hun land van herkomst. Waar ligt de grens van het absorptievermogen in Nederland? “Er is hier nog nooit zo'n grote toevloed van buitenlanders geweest. En naast moslims wonen er nog andere minderheden. Zo is de helft van de Surinaamse bevolking naar Nederland toegekomen. Er is een druk aanwezig op de samenleving, maar ik weet niet waar de grens ligt. De aantallen zijn groot maar het percentage op de omvang van de autochtone bevolking loopt nog niet in de tientallen”.

Volgens Bolkestein moet Nederland voorkomen dat de kwestie van de minderheden uit de hand loopt zoals in sommige andere Westeuropese landen. In België is het vraagstuk van de immigranten een omstreden onderwerp van de verkiezingen van januari geworden nadat de socialistische minister van binnenlandse zaken Tobback dit weekeinde een hard asielbeleid bepleitte. In Brussel deden zich enige maanden geleden rassenrellen voor, in Frankrijk zijn ze er regelmatig.

“In België is de situatie veel slechter. Het Vlaams Blok is sterk en er wordt gesproken over racistisch optreden van de Brusselse politie. We moeten zorgen dat die dingen hier niet gebeuren. Dat lukt niet door pappen en nathouden, maar door krachtig optreden en integratie. Wie wil blijven moet integreren en wie wil terugkeren verdient steun. Sommigen noemen dat een "oprotpremie', weer zo'n vergoelijkende term uit het klimaat van de jaren zeventig. En over de illegalen zeg ik in navolging van Wim Kok: zij mogen hier niet zijn en moeten over de grens worden gezet”.

Als de overheid niet krachtdadig optreedt, vreest Bolkestein dat een deel van het electoraat uit protest thuisblijft of een stem uitbrengt op Janmaat. “De aanhang van Janmaat is tot nu toe bescheiden gebleven, maar het gevaar blijft bestaan. In Amsterdam was Betondorp altijd zo rood als een kreeft, nu heeft de wijk het grootste percentage aan Janmaatstemmers. De frustratie bij het electoraat kan zich ontladen in een lage opkomst of een proteststem. De opkomst bij de statenverkiezingen was laag. Eén van de verklaring is dat kiezers vinden dat de politiek onvoldoende kennis neemt van hun problemen. Het vraagstuk van minderheden is een probleem dat voortdurend over de tong gaat in kroeg en kerk. Als dat niet genoeg wordt weerspiegeld in Den Haag dan zeggen de kiezers: waarom zou ik nog stemmen?”