Tussen beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

De Tweede Kamer discussieert deze week over het samengaan van volwasseneneducatie en beroepsonderwijs. Wat in de VS en Groot-Brittannië al lang bestaat, wordt hier zorgelijk overwogen.

De gescheiden moeder die een nieuwe carrière wil beginnen kan er een cursus Vrouw en Management volgen. De jongen die zijn afgebroken MEAO-opleiding alsnog wil afmaken, is welkom op de deeltijd-opleiding van hetzelfde instituut. En wie wil macrameëen kan er ook terecht.

Als de politiek deze week akkoord gaat, wordt het ooit werkelijkheid: de moeder, deeltijd-MEAO-er en macraméër op één instituut. Het borrelt en bruist van vernieuwingen in het beroeps- en volwassenenonderwijs. De honderden verschillende instituten, instellingen en scholen moeten op den duur opgaan in zestig Regionale Onderwijs Centra (ROC). Op deze manier zou er voor elke cursist, scholier en student in deze sectoren een breed en overzichtelijk aanbod van onderwijs moeten ontstaan. Het ROC moet de supermarkt van het onderwijs worden: voor elk wat wils, en ook zaterdags open.

Ze is al werkelijkheid geworden op de instelling van Martin te Baerts. Het Zuid-Limburgs Avondcollege waarvan hij tot voor kort rector was, maakt deel uit van het Advies en Studie Centrum te Heerlen dat 7.500 cursisten bedient. Het concept dat er aan ten grondslag ligt stond in de jaren zeventig nog bekend als Open School. In de nineties spreekt men liever over community colleges, refererend aan de Amerikaanse combinatie van beroeps- en volwassenenonderwijs.

Net terug uit Groot-Brittannië waar Te Baerts in Birmingham de Britse variant van community colleges bekeek, vertelt hij vol vuur over zijn instelling: ""In de jaren zeventig was het de tijd van educatief verlof, van alfabetisering, van culturele minderheden, van zelfontplooiing en van "Marie, word wijzer'. De ministeries van Onderwijs en CRM vochten toen nog om het hardst welke maatschappelijke groepen ze nog meer konden bedienen. Het dag-avondonderwijs groeide en bloeide.''

Te Baerts, die toen nog geschiedenis doceerde op het avondcollege werd gegrepen door het concept van het zogeheten "Open Leren': ""Iedereen die wat wil leren moet dat kunnen op een school die wil aansluiten op de ervaringen van de cursist en die alleen kennis en vaardigheden toevoegt die de man of vrouw wil hebben.'' Toegankelijkheid op haar best, aldus Te Baerts.

Om de wildgroei van talrijke instituten van dag-avondonderwijs, vormingswerk, moedermavo, Open School en Volksuniversiteit tegen te gaan, werden deze een voor een samengevoegd in het Advies- en Studiecentrum. Het onderwijs werd in blokken van acht weken gehakt - "kavels' noemt Te Baert ze, anderen noemen ze "modulen'. De deelnemers ontvingen onderwijs in kleine, wisselende groepjes met wisselende faciliteiten. Elke afdeling kreeg zijn eigen helpdesk met telefoons en medewerkers voor de cursist die thuis even het spoor bijster was geraakt in de leerboeken. Talrijke subsidies uit Den Haag - tussen 1987 en 1991 nog 3,2 miljoen - maakten het experiment Open Leren in Zuid-Limburg mogelijk.

Inmiddels betaalt de instelling door contractactiviteiten zo'n 15 procent van haar budget zelf. Zo maakte de school bijvoorbeeld voor de groenten- en fruitveiling van Margraten een analyse van de vaardigheden die nodig zijn voor de invoering van tele-veilen. Vervolgens trainde de school de medewerkers van de veiling om zich die vaardigheden eigen te maken.

Het is elk jaar voor Te Baerts en de zijnen weer afwachten hoeveel mensen zich aanmelden en welke contractactiviteiten worden verkocht. Dat stelt de nodige eisen aan het personeelsbeleid. Meer dan de helft van de 400 docenten is parttime in dienst. Te Baerts: ""De plaatselijke notaris geeft bij ons een cursus beleggen, de tuinarchitect tuinieren''. Bovendien moeten de leraren breed geschoold zijn. ""Degene die automatisering geeft moet ook iets van bedrijfsorganisatie en marketing weten.''

De oud-rector wil de beginselen van het "Open Leren' ook in de rest van Nederland introduceren. Hij is een van de beoogde leden van het nog in te stellen procesmanagement dat de fusies van beroeps- en volwassenenonderwijs moet gaan begeleiden. Op die manier hoopt hij veel van zijn ideeën uit te dragen. ""Ik heb wel iets van een missionaris'' lacht hij breeduit.

Te Baerts voelt dat hij de wind mee heeft. De omvang van de instellingen past goed bij de moderne eisen die het ministerie aan zelfstandig opererende instellingen stelt. Zijn school is er bovendien in geslaagd de zeer verschillende en zeer gedetaileerde regeleving van minstens drie ministeries op elkaar af te stemmen. Ook sluiten de cursussen en contractactiviteiten aan op het tegenwoordig intensief beleden streven naar een nauwe band tussen school en omgeving, de community.

De ideeën over de zelfontplooiing uit de jaren zeventig en die van de jaren tachtig en negentig over een betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt kunnen best onder een dak, gelooft Te Baerts. De kritiek dat de lasser en de opbouwwerker toch ook niet in hetzelfde bedrijf werken, kan hem niet van de wijs brengen. ""Dat is vooral een kwestie van goed organiseren en een goede taakverdeling. Die twee zitten bij ons in heel verschillende afdelingen en gebouwen.'' De maakbaarheid van de socioloog heeft bij Te Baerts plaatsgemaakt voor de beheersbaarheid van de manager en organisatie-deskundige.

Ondanks zijn enthousiasme kent Te Baerts de weerstanden die tegen zijn ideaal leven. Zo waren veel van de 200 schooldirecteuren die afgelopen maandag met hem meereisden naar Birmingham, niet echt onder de indruk van de kwaliteit van het onderwijs aan de colleges for further education. In het vliegtuig terug werd geschamperd op de Engelse schoolprincipal die hoog had opgegeven over het feit dat hij tafels en stoelen in de klaslokalen had staan. Diverse directeuren uit het beroepsonderwijs hadden het gevoel eerder op een sociaal-cultureel centrum te zijn geweest dan op een school. Met een tevreden gevoel dat "we het in Nederland eigenlijk zo slecht nog niet doen' was menigeen weer huiswaarts gekeerd.

Te Baerts spreekt over een ""gewenningsproces''. Met name het samengaan van divers soorten publiek zal de nodige aanpassingen vergen, denkt hij. ""Uit onderzoek op onze instelling bleek dat de cursisten gemiddeld 1,4 per jaar een belangrijke verandering in baan, woonplaats of burgelijke staat meemaken. Dat vergt nu eenmaal een andere aanpak dan een herkenbare groep leerlingen in het beroepsonderwijs.'' Ondanks de aarzelingen is Te Baerts vol vertrouwen. ""De omslag moet worden gemaakt, het proces gaat door.''